Travelling


I have seen more than I remember,
and remember more than I have seen...

zaterdag 15 maart 2014

Dag 145 - 161: Taman Negara - Kuala Lumpur - Borneo

Dag 145 – 11/02/2014
Om half zes deze ochtend komen we aan in Temerloh aan het station van de grote expressbussen. We moeten naar Jeranthut en vragen aan een Duits meisje, Roxanna, waar we het lokale busstation kunnen vinden want ze is hier blijkbaar al eerder geweest. Ze heeft er geen idee van… Terwijl Fredje en Limmeke hun ontbijtje gaan halen in SevenEleven (jaja, dat hebben ze ook in Maleisië!), springt Thomas achter op de brommer van een bediende van het station hier in Temerloh. De kerel wijst Thomas de weg naar het lokale station en teruggekomen bij de bende en de backpacks vertrekken we met z’n vieren te voet richting het lokale station. Daar aangekomen krijgen we het gewoonlijke te horen van de taxichauffeurs, natuurlijk is er geen enkele bus die de eerste uren naar Jeranthut rijdt.
Het is inmiddels 7u geworden en tegen half tien wordt de eerste bus verwacht zeggen ze. We zijn allemaal vrij moe (36u reizen…) en besluiten even te rusten op de bankjes en te wachten op de bus. Het is uiteindelijk de kuisvrouw van het busstation die ons toch komt vertellen dat de eerste bus rond acht uur vertrekt naar Jeranthut, lieve madam! Inderdaad, busje vertrokken om acht uur en na anderhalf uur komen we aan in Jeranthut. Van daar moeten we de bus nog nemen naar Kuala Tahan. De Duitse Roxanna had dit hele traject al eerder gedaan en we besluiten even samen te hunkeren, ze weet namelijk enkele goeie plaatsjes om te verblijven in Taman Negara… De eerste bus richting Kuala Tahan is om 1u vanmiddag en het is nu half tien dus we moeten hier nog even wortel schieten. We drinken iets en kaarten wat om de tijd te verdoen tot de zoveelste taxichauffeur met een deftig aanbod afkomt om ons tot in Taman Negara te brengen. We gaan ervoor en na een gezellige, laatste rit richting Kuala Tahan komen we na 41,5u reizen aan in Durian Guesthouse om 12.30u. We hebben een vierpersoonskamer samen met Roxanna en besluiten voor de rest van de dag gene klop meer uit te steken behalve eten en drinken. Limmeke gaat alvast even de wc dopen en merkt na het sjassen op dat er de hele tijd al een gekko in de wc zat en dat ze in het oog werd gehouden door een stevige pad op nog geen halve meter. Aan de toiletdeur kruipt een kolonie mieren, maar we hebben wel muskietennetten J Geen probleem, we gaan lunchen in een drijvend restaurant en wij wandelen terug naar ons guesthouse terwijl Roxanna nog een toertje gaat wandelen. Thomas en Lim kunnen zich toch niet houden en steken de handen nog even uit de mouwen voor een broodnodige was! In de tuin van het guesthouse hangen we onze wasdraad op, Fredje chillt ondertussen wat op onze bankjes van het terrasje. Een goede internetverbinding, eigen terrasje, goede bedjes met muskietennetten, zalig douchke, volle zon, blauwe hemel en kokosbomen, wat wilt ne mens nog meer?! (een Duveltje!). Na ons wasje gaan Thomas en Fredje op zoek naar iets om te drinken voor vanavond (wat geen simpele job is hier). De boys gaan wandelen uit het centrum naar een resort met een klein shopje en kopen flesjes rum met cola voor vanavond. Van het wandelen krijgt men dorst dus voor de terugweg ook al even een pintje achterover. Ondertussen zit sjoeke de blog online aan te vullen, wat pc-werk te doen en heeft ze haar broek genaaid. Ze zit al een geluk wel in het gezelschap onze Roxanna (een lief, maar eigenlijk vrij saai meisje…). Limmeke geeft de pc op en gaat op verkenning op zichzelf waar ze een familie wilde everzwijnen tegemoet loopt. Op haar weg terug komt ze de twee zuiplappen tegen. Thomas vraagt meteen hoe het was vanmiddag met haar en Roxanna, wat instant een klets om de oren oplevert terwijl ze met haar ogen draait J Na een korte briefing van elkaars middagje wandelen we naar hetzelfde restaurantje van vanmiddag voor diner. Niet te veel spannend dus we gaan terug naar ons guesthouse om de drank te ledigen. Gezellige verhaaltjes in combinatie met muziek… Limmeke krijgt haar klopje tegen elf uur en de boys doen een raveparty met kokosnoten in de tuin. Wanneer Fredje telefoon krijgt van Kim is het tijd voor Cauwerke om het bedje op te zoeken. Slaap zacht!
Dag 146 – 12/02/2014
Rustdag! Vanmorgen, en niet anders dan verwacht, zalig uitgeslapen! Het eerste wat gebeurt is Thomas die richting de kokosboom gaat en de kokosmelk in een glas kiepert, da’s wakker worden! Daarna even de magen volsteken want we gaan vandaag het strandje op en de rivier in. We doen deze middag niet veel meer dan tegen de stroom in zwemmen van de rivier, frisbee spelen, zonnen, eten en drinken. Onze Fred die overal blijft vragen achter zijne Mangoshake en overal, maar dan ook overal wordt teleurgesteld is en blijft een grappig zicht J In de namiddag wandelen we terug naar onze kamer en Fredje wilt zijn was gaan binnendoen, ’t zal nie waar zijn! Thomas leert Fredje hoe we zelf onze was doen en bijkomend onze centjes sparen (om daarna hoogstwaarschijnlijk uit te geven aan bier of eten). Tegen de avond komt Roxanna terug uit de Jungle en we besluiten om vanavond met haar iets te gaan eten en vragen haar over haar trektocht van vandaag. Blijkbaar niet al te veel dieren gezien, maar wel mooie natuur dus we zullen wel zien wat het wordt morgen. Na het eten kaarten we nog even en tegen 22u vanavond kruipen we ons bedje in, even wat bijslapen nu we de kans krijgen!
Dag 147 – 13/02/2014
Jungledag vandaag, wekker om half negen en ons goed volgestoken met pannenkoeken in onze guesthouse. Roxanna is vanmorgen al vertrokken dus we hebben weeral meer plaats in onze kamer om de rugzakken open te spreiden. Onderweg naar de inkom van het park kopen we wat proviand voor in het park (koeken, boterhammen en nen bak bier… ’t had plezant geweest, maar ’t is water geworden). We nemen het overzetbootje naar de inkom en betalen onze entrees. Iets voor half elf staan we in het park en beginnen we met onze zweettocht naar de Canopy Walkway. De befaamde touwbruggen door de jungle die tot op 30m boven de grond hangen. Mooi om te doen, maar door de toeristische drukte zijn dieren en/of vogels moeilijk te spotten. Na de touwbruggen zoeken we ons eigen paadje (zonder gids uiteraard) door de jungle langs de rivier. Het is klauter en klimwerk op sommige punten! Na een dikke 2u zweten stoppen we aan een open plekje aan de rivier. Vanwege het tropische klimaat zijn we hier dan ook niet meer weg te slagen. Fredje en Thomas zijn terug klein mannen geworden: boomstammen lostrekken en vlotje proberen maken om terug te varen naar onze startplaats… tevergeefs. Na een tijdje chillen daar worden we opgepikt door een bootje dat ons passeert aan de rivierkant. In het bootje zit ook een Nederlands koppel met Turkse roots die ook verzot zijn op reizen. In een drijvend restaurantje eten we rond een uur of vijf onze late lunch en gaan daarna op zoek naar de bus voor morgen. Vrij snel gevonden en we wandelen nog wat verder naar het resort van gisteren om een flesje whisky voor vanavond (bier is een pak te duur in Maleisië). Fredje staat er toch op om ons ene te trakteren, hupla! Teruggekomen in het guesthouse maken we onze rugzakken klaar voor morgen, heel het boeltje inladen… En tegen een uur of negen zit alles er in en staan we klaar voor vertrek. We sluiten de dag af met “Ring of Fire”, een fameus drankspelletje dat we laatst in Pai (Thailand) gespeeld hebben. Nadat de whisky vergaan is, wordt het nog wat napraten. We zijn redelijk K.O. en er volgen bij Thomas en Lim nog wat emotionele momenten ter afsluit van de dag…
Dag 148 – 14/02/2014
Om half negen deze morgen ruimen we ons boeltje bijeen en maken we ons klaar om weer verder te gaan richting Kuala Lumpur. De mensen van ons Guesthouse zijn zo vriendelijk om ons met de auto naar het busstation te brengen, met deze ochtendhitte en de backpacks op de rug zou het anders al ferm zweten zijn! We kopen onze ticketjes voor de bus en eten een ontbijtje. Tegen 10u vertrekt onze lokale bus (vol toeristen) naar Jeranthut. Onderweg doen Thomas en Lim nog een babbeltje met de Nederlandse Turk, Arjan, van gisteren in de boot. Ze zijn een maandje aan het reizen waarna ze terug naar Nederland moeten om verder te werken en te sparen voor een volgend reisje. Hij vertelt ook over hun Turkse trouw van een jaartje geleden waarbij hij 12.000 eurokes heeft uitgegeven aan z’n gouden outfit (blijkbaar traditie bij Turken, deze outfit houden ze dan bij, uiteraard (!) en verkopen die wanneer het goud hoog staat). Om half twaalf komen we aan in Jeranthut waar we na een half uurtje en een crèmeglaceke de bus opstappen naar Kuala Lumpur. Om iets na half vier arriveren we in de hoofdstad. Arjan en z’n vrouwtje zijn hier al eerder geweest en leggen ons het principe uit van het vervoer hier in de stad. De monorail die boven de stad rijdt brengt je praktisch overal voor een appel en een ei. Zo gezegd zo gedaan, we kopen onze ticketjes voor de monorail en stappen wat verder af aan, volgens ons, de beste plaats om een betaalbare guesthouse te vinden. Een tiental minuutjes wandelen brengt ons in de Chinese buurt met links en rechts wel enkele guesthouses. Lim en Fredje wachten op straat met al ons bagage terwijl Thomas gaat zoeken naar iets dat niet volzet is vanwege het einde van Chinees Nieuwjaar vanavond. De twee eerste guesthouses zitten vol en in het derde lopen de kakkerlakken en ratten door de gang waarna Thomas onthaald wordt door een schaars gekleed “meisje” met een licht snorretje en haar op de benen… Meisje?? Er is geen kamer meer vrij, maar wel plaats in haar bed vanavond zegt ze… Vriendelijk bedankt, maar bedankt! Dus Thomas terug naar het duo op straat en aangenaam verrast. Lim en Fredje hangen al tussen de pinten (frisse Carlsberg) bij de Chinezen. Waanzinnig genereuze kerels die ons ondertussen ook uitnodigen om vanavond mee te komen vieren met hen, check! Terwijl Fredje de contacten warm houdt, gaan Thomas en Lim nog eens rondkijken voor een overnachtingsplaats. Uiteindelijk vinden we een gloednieuw guesthouse (zijn zelfs nog aan het bezetten en schilderen). Ze hebben nog één kamertje dat we alvast gereserveerd houden. Terug naar Fredje en we geraken niet weg bij de Chinezen zonder nog eentje te drinken. Uiteindelijk wandelen we ons drietjes terug naar het Villa Heritage Hotel (klinkt zotter dan het is) en krijgen te horen dat het boeltje compleet volzet is. Al een geluk dat Thomas daarvoor al een babbeltje heeft gedaan over India met de Indische receptioniste. Ze heeft sympathie voor ons en regelt een gloednieuwe kamer in het nieuwe gedeelte voor minder dan de oorspronkelijke prijs, hupla! Fredje gaat skypen en wij gaan douchen… Alleen zonde dat die niet macheert. Even de eigenaar erbij geroepen, we moeten verhuizen naar de kamer ernaast (tgoh wat een last :p) en krijgen morgen gratis ontbijt voor de overlast! Na een verfrissing wandelen we naar de Chinese buurt om iets te gaan eten. Daar is het zangeressen, dansers in Chinese kostuums, vuurwerk en strijkers om ’t half uur. Het is er gigantisch druk in de straten. We eten typisch Chinees, maar wel iets duurder. Met de buiken vol gaan we ons klaarmaken in de kamer voor vanavond terwijl we op ons balkon genieten van het constante vuurwerk dat hier de lucht ingaat. Een halfuurtje later zitten we tussen de Chinezen, krijgen we een tafeltje voor het podium van de karaoke. De pinten en het eten worden van alle kanten op onze tafel geschoven. Ze zijn blijkbaar blij met onze komst. We leren heel veel Chinese en Indische Maleisiërs kennen, worden lichtjes aan zat en Limmeke regelt een zot plan voor morgen. Een Indisch Maleisisch koppel (Pam, 58j en Dass, 60j) dat een boon heeft voor ons kiekske nodigt ons uit om morgen met hun mee te gaan eten, mee naar hun strandbar te gaan en daar met hen te overnachten… Dikken bal! Het is een waanzinnig lief koppel met al wat trofeeën op hun palmares. Pam is international geweest in het hockey en Dass een succesvolle bankier in Hongkong en een verdienstelijke cricketspeler. Pam is een geboren reizigster. Ze heeft al overal gezeten, waaronder ook al twee keer in België en in Sluis (NL) waar ze het geweldig mooi vond. Helaas heeft het koppel ook al wat tegenslagen gehad. Ze hebben hun drie kinderen verloren op heel vroege leeftijd, allemaal aan leukemie. De oudste is amper 12 jaar geworden, de jongste 2,5 en het middelste meisje 7. Los van dat ziet het er een enorm sterk en openminded koppel uit! In ieder geval, ze komen ons morgen op deze plaats rond de middag ophalen. Ondertussen gaat het feestje door met enkele figuren. Een handvol homo’s, een sumoworstelaar, crazy william (de bierbrenger), een zotte Indiër met Filipijnse vriendin, Pam en Dass. Wat ons nog opvalt vanavond is dat de Chinezen hier veel hartelijker en opener zijn dan in China zelf. Het duurt dan ook niet lang vooraleer we allemaal op de dansvloer staan. Tegen half drie stopt de dj met draaien, we spreken met Pam en Dass af voor morgen en bedanken de Chinezen voor hun gastvrijheid waarna we onze bedjes in duiken.
Dag 149 – 15/02/2014
Met een licht katertje komen we uit onze bakjes tegen half tien om te gaan genieten van ons gratis en uitgebreid ontbijt. De eigenaar brengt (naast het Westers ontbijt) een typisch Indisch gerechtje naar het buffet en bedient ons eigenhandig. Een samosa met Indische curry, superlekker! Na het ontbijtje checken we uit en proberen we nog iets van de tweede geboekte nacht te recupereren (we krijgen de helft terug) want de overnachting van vanavond is al geregeld uiteraard. Tegen de middag zitten we op de place to be te wachten op het koppel. We spelen wat frisbee om de tijd te doden. Thomas trapt in een stuk glas, dat heb je met globetrotters die altijd op hun blote voeten willen lopen! Na een dik halfuurtje komen Pam en Dass aangereden en brengen ons naar hun thuis. Onderweg gaan we nog even hun poedel ophalen. Het beestje zat bij de kapper, ’t is een zicht zo een geschoren poedeltje van vier maand oud, aka Sonic. Tegen iets voor drie komen we aan bij hun huisje waar de meid het eten serveert dat voor ons is bereid. Weer typisch Indisch, maar met volle goesting zene! (Indische keuken is ondertussen één van onze favoriete keukens geworden). Het is deze namiddag niet veel meer dan gezellig eten en veel babbelen over ervaringen en minder interessante dingen. Ondertussen hebben we onze vliegtuigtickets nog geboekt om naar Borneo te vliegen. Toppunt van gastvrijheid, we mogen hun creditcard gebruiken om de tickets te betalen (uiteraard wel terugbetaald!) omdat de onze niet werkten. Rond zes uur is het tijd voor thee (Indische chai natuurlijk). Na de thee pakken we onze kleine zakken in om richting zee te rijden met de Benz. Een uurtje later komen we aan in Port Dickson. We parkeren aan een appartementsblok, nemen de lift naar het vierde verdiep en komen in een appartementje van Dass z’n neef (dat hij mag gebruiken voor gasten) met zicht op zee, geweldig! We krijgen drie kwartier om ons te verfrissen en klaar te maken. Daarna gaan we met z’n allen iets eten in hun Beach Club. Het is een exclusieve bar waar de leden eenmalig 5000 Ringit (gedeeld door 4,35 is iets minder dan 1150euro of een hoop geld voor een Maleisiër) betalen om lid te zijn, betekent dat ze er waarschijnlijk niet te krap bij zitten… In gezelschap van een live bandje eten we vis met spinazie, tofu, pikante boontjes, … Na het eten is het babbelen, waaronder enkele diepgaande gesprekken met Pam die vertelt over het verlies van de drie kinderen. Waanzinnig hoe sterk ze erover vertelt #“Life is like a ship and you are the captain, sometimes there’s a storm on the sea and it might be difficult to keep the ship going on but always remember that the weather will clear!”# , de nodige tranen vloeien en ze stelt voor om eens goed te gaan dansen... Aan onze tafels is ondertussen ook de neef van de koning (koning van de provincie) komen zitten die net verloofd is. Hij heeft een beetje een oogje op Lim en vraagt haar regelmatig ten dans, wat Lim soms subtiel probeert te vermijden. Helaas toch enkele keren moeten toestaan, maar dit resulteert wel in meer bier en wijn getrakteerd door het royale bloed. Tegen twee uur bestelt Dass z’n slaapmutsje, een lauwe Guiness. Als het bandje een half uur later ermee ophoudt, betaalt Dass de rekening en verbiedt ons in de hoogste graad om te betalen! We bedanken hen voor de onvergetelijke avond, spreken morgenvroeg om half tien af voor ontbijt en kruipen het bedje (voor Fredje het luchtmatrasje) op, slapen zullen we allemaal ongetwijfeld snel doen!
Dag 150 – 16/02/2014
Om half negen staan Thomas en Lim op voor een zwemmeke in de zee, niets beter om een kater uit te drijven! Om half tien staan we gepakt en gezakt bij Pam en Dass, krijgen een natuurlijk drankje vol met vitaminen om het lichaam te zuiveren en vertrekken richting een Chinees restaurant voor een pittig ontbijtje (Laksa, een noodlesoepje met groenten en lokale kruiden). Thomas is aan het betalen, Dass ziet dat en roept de ober bij zich en betaalt, alweer! We rijden dan weer verder richting een afspraak voor Dass z’n werk (hij is nu vastgoedmakelaar) en gaat wat foto’s trekken van een grond die te koop staat. Daarna brengen ze ons naar een typisch lokaal restaurantje dat bekend staat om hun typisch dessert: een kommetje gevuld met kokosmelk en flubberige groene rijst, niet slecht! Van daar rijden we naar hun huisje voor alweer eten, Indische lunch. Ondertussen vertellen ze over hun manier van leven en eten en alle natuurlijke remedies die ze hanteren om een bezoek aan de dokter/apotheek te vermijden. Na de lunch gaan we voor een siësta, niet onverstandig na een avond zoals gisteren! Na een uurtje dutten is het alweer tijd voor een theetje en spelen met Sonic. Een slim woefke dat al een handvol trucjes doet op bevel van Pam. Tegen vijf uur deze namiddag rijden we naar het shoppingcenter om een horloge voor Fredje te gaan halen. Onze vriend koopt zich een minstens deftige horloge voor een goed onderhandelde prijs. Voor de zot kopen we nog twee ice watches voor iets meer dan vijf euro per stuk. De verkoper zegt al op voorhand “this watch is just for fun, not so good”, dat belooft al veel J Ons Limmeke had een horloge nodig omdat ze de hare tijdens het duiken is verloren op de boot dus ’t zal wel dienst doen. Na nog wat rondslenteren is het weeral tijd voor eten. We rijden naar een Chinees restaurantje waar we weeral geweldig eten en wéér niets mogen betalen! Hun antwoord is: “When we come to Belgium, you go for dinner with us”, Deal! Onderweg terug naar hun huisje passeren we nog een SevenEleven voor al wat proviand voor morgen op de luchthaven. Thuisgekomen is het reorganisatie van de backpacks. We mogen in de drie grote backpacks maximum 50 kg meenemen. Dit resulteert in professioneel afwegen van elke rugzak en de handbagage volstouwen want we zitten toch wel met een hoop gewicht… Wanneer alles goed zit kruipen we nog voor enkele uurtjes het bedje in om dan morgenvroeg om 4u op te staan en naar de vlieger te rijden. è Pam en Dass stonden er weer op om ons tot daar te brengen, we mochten geen taxi regelen omdat het te veel zou kosten voor ons… memorabele mensen!
Dag 151 – 17/02/2014
Ons wekkertje loopt af, Pam en Dass zijn ook al wakker en Fredje kruipt ook stillekesaan uit z’n nestje. We laden de koffer in en zijn goed vertrokken om half vijf. Drie kwartier later staan we aan de internationale luchthaven van Kuala Lumpur. Het is een raar en toch wel zwaar afscheid (misschien nog wel zwaarder voor hen als voor ons) met traantjes in de ogen van Pam. We nemen nog enkele foto’s samen, geven dikke knuffels en nodigen hen uit om ons alsjeblieft te komen opzoeken in België, ze zullen gesoigneerd worden! We zwaaien hen uit, draaien de rug en het is weeral tijd voor het volgende… We zullen deze mensen niet snel vergeten! We checken in, droppen de bagage en gaan een koffietje drinken terwijl we nog even skypen met Marc en Ilse. Een uurtje of zeven verschil wat wil zeggen dat Marc z’n zondag werken er vrijwel net moet opzitten. Terwijl Ilse z’n kipfiletje bakt (en krokant laat aanbakken door de afleiding van ons J) vertellen we over onze ervaringen van afgelopen dagen. Tegen kwart voor zeven gaan we naar de gate en om twintig na zeven zitten we op het vliegtuig richting Kuching, de hoofdstad van de zuidelijke provincie van Borneo. De vlucht brengt de nodige turbulentie met zich mee en ondertussen babbelt Thomas met een Chinese Maleisiër naast hem die z’n rietje niet in z’n bekertje water kreeg en zich dan maar liet behelpen door Thomas. De kerel werkt in Kuching bij een Eventbureau. Thomas vertelt over het contact dat we van Dass en Pam hebben meegekregen en dat we dat contact zullen bellen in Kuching om ons naar Bako National Park te brengen (of alleszins informatie in te winnen om daar goedkoop te geraken). In ieder geval, we stappen van de vlieger, nemen de bagage, Lim weeral recht naar de stand met brochures (komt altijd van pas!) en Thomas naar de betaaltelefoon. Gebeld naar het contact en advies gekregen om naar een reisagentschap te gaan met de taxi is geen budgetvriendelijke oplossing en dus heeft Thomas vriendelijk bedankt en de telefoon opgehangen. Thomas draait zich om van de telefoon en kijkt recht in de ogen van Poh, de Chinese Maleisiër van op het vliegtuig. Poh stelt voor om ons te brengen naar Bako National Park. We reageren verbaast en hij zegt dat het niets voorstelt, hij hoeft toch pas deze namiddag te werken… Zotjes hoe vlot ons reizen soms verloopt J Hij haalt z’n auto, we stappen in en hij vraagt ons naar onze plannen. We vertellen dat we een trekking gaan doen voor enkele dagen in de Jungle, dat we een tentje willen kopen om te kamperen, dat we daarna terug een vlucht zullen boeken naar Kota Kinabalu en daar willen duiken. Zijn oplossing luidt als volgt: ik breng jullie naar een plaats om te ontbijten waar jullie met mijn creditcard de vlucht kunnen boeken, daarna gaan we naar een plaats om een tent en eten te kopen voor in de jungle en dan breng ik jullie tot aan de haven om naar het National Park te varen. Waaat?! Dikke merci! Zo gezegd zo gedaan. Ontbijtje gegeten (wij betalen deze keer!) en daarna naar de shop, een goedkoop tentje gekocht en brood met tonijn in blik (Fredje is hier dé grootste fan van … haha J) en koeken voor in de jungle. Daarna voert Poh ons tot aan de bootjes en zegt ons dat we hem moeten contacteren als we terugkomen, hij wil ons terug komen ophalen! Hoe komt het dat mensen zoveel voor ons willen doen?! Dikke merci en afscheid van Poh, wij regelen onze tickets voor de boot en betalen de inkom voor het park. Om half drie varen we met het bootje over de zee naar het hoofdkwartier van het park. Serieuze golven die het gamele bootje soms bijna overslagen. Aan het hoofdkwartier komen we oog in oog te staan met de prachtige natuur en het gegalm van apenkreten, beloofta veel goeds! We besluiten om vanavond op de camping te kamperen en morgenvroeg te vertrekken voor onze tweedaagse met één grote backpack. Dit wil zeggen dat er moet gereorganiseerd worden. Resultaat: de hele hal ligt vol met ons gerief! In Fredje zijn rugzak is de pot gel open geraakt, een vettig boeltje maar er zijn ergere dingen. Fredje relativeert het iets minder makkelijk (wellicht omdat het zijn rugzak is J), maar da’s allemaal al gauw over. Na een dik uurtje sorteren en reorganiseren zitten de rugzakken klaar voor vertrek. We stockeren onze bagage en gaan de omgeving al eens verkennen met de camera’s. We stoten al meteen op twee verschillende apensoorten (makaken en de probiscus monkey, ook gekend als de neusapen) en wilde zwijnen, geen slecht begin! Na een verluchtende strandwandeling eten we ons diner om half zeven en gaan daarna ons tentje opzetten. De camping is ronduit een triestige zaak, een poel water met keien overal. Één van de enige droge plekjes wordt onze campingplaats en het wordt de hele nacht wroeten om geen steen in de rug of de zij te hebben! Slaap zacht… euh hard!
Dag 152 – 18/02/2014
We pakken het tentje in en gaan ontbijten tegen half acht in het restaurantje. Een uurtje later vertrekken we op onze trektocht door het regenwoud. Na een halfuurtje zien we al een bende neusapen rondslingeren over de rivier. De volgende beestjes zijn voornamelijk insecten en kleurrijke spinnetjes. We nemen het pad dat volgens het hoofdkwartier gesloten is door onderhoud. Het is al snel duidelijk dat er hier de laatste maanden niet te veel mensen gepasseerd zijn. Het is klimmen en klauteren over bomen en stronken, over en naast het overstroomde paadje zigzaggen, … Me Tarzan, you Jane! Ondertussen worden we opgegeten door muggen en mieren, maar zelfs dat houdt ons niet tegen. Tegen de middag houden we halt voor een lunch. We halen de rugzak met eten boven en merken een gat op in de rugzak en daarna ook in de broodzak, muizen of ratten hebben goed gefret vannacht! Na onze lunch gaat de backpack weer naar iemand anders (we wisselen zowat om het uur, want ’t is serieus zweten met dat ding op de rug) en trekken we verder met als eindhalte vandaag: de watervallen. Na nog een serieuze trek en klim over de heuvels komen we tegen een uur of vier aan bij de watervallen. Het eerste wat gebeurt is een welverdiende plons in het riviertje! Daarna zetten we ons tentje op en prepareren we het kampvuur voor vanavond. Tegen de avondval gaat het kampvuur aan, we kaarten wat en maken toastjes met tonijn en choco (niet tesamen) op het kampvuur, creativiteit staat weer hoog vandaag. Tegen half negen en na een zware trekking van een uur of zeven kruipen we het tentje in voor een nacht vol junglegeluiden.
Dag 153 – 19/02/2014
’s Nachts worden we gewekt door een geschuifel aan de hoek van onze tent, het klinkt als iets dat rond zoekt naar eten en hier en daar wat knaagt terwijl het af en toe onze tent raakt. De gok staat op een zwijn of ietwat groter knaagdier, maar gaan kijken zit er niet in J Wat uurtjes later, bij zonsopgang, kruipt het koppel de tent al uit om wat verfrissing te zoeken in de rivier. Fredje blijft nog even liggen, maar wanneer het kampvuur weer aangaat om toastjes te maken verschijnt ook onze kameraad. Na het ontbijtje ruimen we het boeltje op en Lim merkt dat er aan een hoek van onze tent een gaatje gebeten is, waarschijnlijk de bezoeker van vannacht. Alles opgeruimd en omstreeks negen uur wandelen we richting het hoofdkwartier, dit vooral omdat ons water bijna volledig op is. We hadden ons gisteren voorzien met 9 liter voor ons drie waarvan nog een dikke liter overschiet… we hebben dan waarschijnlijk ook elk minstens een liter gezweet! Het zweten zit er trouwens ook vanochtend weer bij. Fredje neemt de grote zak en is niet bij te houden, onze maat heeft zin in een training (en waarschijnlijk ook een frisse pint) dus Fredje trekt alleen kop naar het hoofdkwartier terwijl wij onderweg weer regelmatig moeten stoppen voor knappe scenario’s en interessante beestjes. Tegen het einde van de tocht stoten we nog op een apensoort waarvan we de naam niet meer weten, maar ze hebben vriendelijke gezichten en een zilverkleurige pels. In klimmen zijn ze alleszins niet de sterksten want om de haverklap valt er wel eentje uit de takken. Tegen de middag komen we in het hoofdkwartier waar Fredje al met een fris pintje voor hem zit, we doen uiteraard hetzelfde! Vanmiddag gebeurt er niet te veel spannends meer. Wat verfrissen, iets eten, nog eens gaan wandelen en genieten van de omgeving. ’s Avonds, na het eten, gaan we ons tentje weer op de camping zetten, deze keer op een plaats zonder te veel stenen en weer een degelijk kampvuurtje. Met nog een pintje bij praten we wat na over onze jungletocht en donderen rond een uur of negen in slaap.
Dag 154 – 20/02/2014
Ondertussen al een beetje gewend, de apen springen ’s nachts weer boven ons van boom tot boom en het gaatje in de tent heeft voor de nodige muggen gezorgd. Zonde dat onze muskietenspray in de grote rugzakken achter slot en grendel ligt. In de vroege ochtend begint het al wat te druppelen, maar het blijft gelukkig bij een mussenpieske. Om een uur of acht pakken we ons tentje terug in en hebben wel vrij goed geslapen. Het is tijd voor ons ontbijtje in het hoofdkwartier en wat chillen. De dagboek wat aanvullen, beetje lezen en iets na ons ontbijt start de stortvloed die écht gelukkig uitgebleven is vannacht want het zet hier alles onder water. De meeste trekkers van die dag komen al snel uitgeregend en doorweekt terug aan in het hoofdkwartier en zien hun dag al in rook opgaan want het regent hier niet stillekes en ook niet voor een kwartiertje… We zien de neusapen zich net nog verplaatsen van het hoofdkwartier naar hun schuilplaats in het regenwoud. De rest van de middag is gewoonweg relaxen en genieten van een verfrissende regenbui. De technologie wat laten opladen, Fredje beetje lezen, Thomas wat bloggen en Spaans leren voor Limmeke. Ondertussen onze bootsman al gebeld en tegen vier uur worden we verwacht aan het strand voor onze rit terug. Zonde voor de mensen die hier maar voor één dag kwamen want alle dieren zitten in de jungle vandaag, dus die zien ze al niet, en weer om te trekken is het absoluut niet. We prijzen onszelf gelukkig! Tegen iets voor vieren staan we met onze poncho’s en rugzakken klaar op het strand (fabuleus zicht, de klokkenluider van de Nôtre-Dame kan hier niets tegenop!). We hadden al een sms’je gestuurd naar Poh, ons contact vanuit Kuching en die bevestigt net voor we de boot opgaan dat hij ons zal komen halen aan de boot omstreeks vijf uur, topkerel! Na een 20min durende rit terug naar de pier is het regenen volledig gestopt en hangt er een wolkendek boven de bomen, het regenwoud ook alweer gezien J Het is nog een uurtje wachten vooraleer Poh arriveert met een vriendin van hem, Jane. Ze hadden gepland om vanavond hier in de buurt te gaan eten in een goed visrestaurant omdat Jane hem na lange tijd komt bezoeken hier in Borneo. Ze is afkomstig uit Maleisië, maar werkt in Shanghai. We worden bijgevolg uitgenodigd om mee te gaan eten. We komen aan een klein vissersdorpje met een boeddhistische tempel gebouwd door de Chinezen om hun vrachtschepen te beschermen tegen het onheil van de zee, leutig voor ons en vooral voor Fredje die toch wel eens wat cultuur wou zien. Daarna naar het visrestaurantje en we geven Poh carte blanche en hij bestelt vanalles voor ons waaronder zeevruchten zoals scampi’s, een witte vis en vongole (schelpjes). De schelpjes en scampi’s zijn de eerste keer voor Fredje, weeral wat nieuw geleerd J Wanneer we toch al redelijk vol zitten vraagt Poh of we al eens krab gegeten hebben waarop Thomas antwoord dat enkel hij nog maar één keer Kingkrab heeft gegeten. Daaropvolgend gaat Poh naar de serveuse en een krab van redelijk formaat gaat de pot in. Een rivierkrab, redelijk zoet van smaak met een pittig chilisausje over maakt het diner met verse kokosmelk compleet! Na het eten begeeft Poh zich naar de kassa, Jane gaat erachter en ook Thomas neemt de portefeuille boven wanneer we doorhebben wat er gaande is. We worden wééral ten strengste verboden om te betalen en krijgen het antwoord (precies al eens eerder gehoord…): “Jullie trakteren maar wanneer ik in België ben!”. We worden weer op en top verwend en zijn van mening dat de Maleisiërs tot nu toe de meest gastvrije mensen zijn die we al hebben tegengekomen (Chinezen, zoals in Yangshuo toen, komen dicht in de buurt!). Poh had tijdens het diner al vernomen dat we geen kamer hadden voor vanavond dus ook dat heeft hij geregeld. Van het restaurantje vertrekken we naar het hotel. Een iets duurdere prijs, maar we zijn van mening dat we na drie dagen kamperen toch wel eens een verfrissende douche en zachte matras verdiend hebben. Bijkomend heeft het hotel een waskamer met drie wasmachines en droogkasten ter beschikking voor de gasten, zal van pas komen! Poh en Jane vertrekken nadat we ingecheckt hebben en we spreken af dat we morgen samen gaan lunchen. Terwijl ons Lim het internet al grondig uittest om met de mama te spreken, gaan de mannen voorbeeldig de wasmachines al volsteken met onze containergeurende was. Trots komt het mannenduo vertellen aan Limmeke dat alles draaiende zit. Tot de verbazing is ze niet al te enthousiast want dergelijke dingen heeft ze graag zelf wat in de hand, maar daarnaast zal ze zo’n initiatieven niet willen afbreken (langetermijnvisie en zo…)… een uurtje later gaat Thomas de was al eens checken en komt trots vertellen dat de was al veel beter ruikt, maar dat er wel een klein probleempje is… Onze buddhabroeken (paars en rood gebatikt) zaten mee tussen de rest en ongeveer een vijfde van de was heeft er een streepje/plek paars bij gekregen… voor ons valt de schade nogal mee. Juist wat handdoekjes en een (voormalig) wit marcelleke van Thomas. Voor Fredje is het iets erger, z’n witte short, grijze t-shirt en vrij nieuwe groene trui hebben er meteen een motiefje bij… mannen hé! Toch altijd zo goed willen doen haha J Omdat de geur nog niet al té fris is, draaien we onze kleren er nog een uurtje in en Thomas gaat met Fredje ondertussen frisse stella’s drinken in een barretje iets verder terwijl Limmeke in gezelschap van het voetbal op tv stillekes wegdroomt…
Dag 155 – 21/02/2014
Die nacht is Thomas de was al in de droogkast gaan steken en onder de morgen gaat Lim het boeltje al eens checken en daarna opvouwen. Gezamenlijk de was doen, toch komen wij allemaal nogal overeen hé?! Tegen de late voormiddag doen we al wat opzoekwerk over het laatste deel van Borneo en hoe te geraken op de plaats van de Orang-oetangs en het duikwerk. Tegen de middag komt Poh met Jane aan. Jane checkt in voor eenzelfde kamer als de onze, waarschijnlijk beter en goedkoper dan haar hotel hier in Kuching. Onze zakken gaan achter de receptie van het hotel en we gaan lunchen met Poh en Jane. Weeral niets betaald… (het wordt beschamend nu!). Daarna zet Poh ons samen met Jane af. Hij gaat nog wat werken terwijl Jane ons rond gidst doorheen Kuching. Ter afsluiter gaan we nog eentje drinken in een gezellig barretje waar dan Jane op haar beurt betaalt, ’t is een complot, niemand neemt geld aan van ons! Dus bij deze zullen deze beide mensen serieus gesoigneerd worden wanneer ze ons in België komen bezoeken! Na de typische standbeelden van poezen in Kuching en de boom van 1 miljoen dollar gaan we terug naar ons hotel want Poh komt ons daar ophalen om ons naar de luchthaven te brengen (het houdt niet op!). We bellen nog even vanuit het hotel naar Alice, een contact dat Pam en Dass ons gegeven hebben. Ze zou wel iets voor ons kunnen doen wanneer we vanavond in Kota Kinabalu aankomen. Limmeke heeft gebeld met Alice en ze denkt dat Alice ons komt ophalen, ze sprak blijkbaar niet al te duidelijk aan de telefoon… Wanneer we het hotel buiten wandelen gaat de telefoon van de receptie en de receptioniste vraagt achter een zekere “Thomas”, Thomas draait zich om een gaat naar de telefoon “Hello Pam!!”. Blijkbaar had Alice naar Pam gebeld en Pam deelt mee dat Alice ons komt halen omstreeks tien uur aan de luchthaven en dat ze te herkennen is aan een rode blouse met zwarte rok. Fijn om Pam nog eens te horen, maar lang kan het niet duren want de luchthaven wacht alweer op ons! Om kwart na zes komen we aan de luchthaven en nemen we afscheid van het lieve duo dat we niet zullen vergeten! Bij de bagagedrop hebben we vier kilogram te veel in onze zakken zitten, we hadden geen extra gewicht bijgeboekt bij deze vlucht… De boete zou 31RM zijn per kilo terwijl 5kg maar 45RM kost wanneer het geboekt is… Thomas en Lim doen hun stapschoenen aan in plaats van de teensletsen en ook ons tentje gaat mee in de handbagage, net gepast en probleem opgelost! We eten een gezond avondeten van Starbucks en KFC waarna we om half negen de vlucht hebben naar Kota Kinabalu. Daar komen we aan tegen half tien. De immigratie door, weer een stempeltje bij, en de bagage bij de hand wandelen we naar buiten en wachten op Alice die omstreeks tien uur Thomas tegemoet wandelt met een A4-tje in de handen waarop in grote letters “Thomas” op staat geschreven, schattig! Ze spreekt moeilijk Engels, maar helpt ons de auto in en belt onderweg naar Pam. We vertellen Pam dat we zoeken naar een goedkoop plaatsje om te slapen, ze geeft het door aan Alice en zo komen we weeral terecht in een prijselijk hotelletje. Alice nodigt ons uit om ’s morgens in het restaurantje te komen ontbijten (haar restaurantje). Na wat internet vallen we snel in slaap… terugdenkend aan de fantastische mensen die we al hebben mogen leren kennen…
Dag 156 – 22/02/2014
We worden gewekt door geklop op de deur. Blijkbaar een werkneemster van Alice die ons komt wekken voor het ontbijt. We willen vandaag naar Sandakan rijden met de bus, een rit van een uurtje of zes dat ons tot dichtbij het reservaat van de Orang-oetangs zal brengen. We eten wat noodles in het restaurantje van Alice, Thomas stuurt nog een mail naar de papa met het contact “Ingo” in, een kerel die bij een autoverhuurfirma werkt en deftige kortingen voor ons zou regelen. We hebben Ingo en Jodie leren kennen in Chengdu (China) en ze hebben ons toen gezegd “If you need a cheaper and good car, call me!”. Na het mailtje helpt het personeel van Alice (die ondertussen al doorheeft dat we naar het station van de langeafstandsbussen moeten geraken) onze bagage mee in de auto steken en we rijden naar het station. Daar komen we aan en missen net de bus van tien uur, maar geen probleem want we moesten toch nog geld afhalen. We nemen de bus van elf uur en bedanken Alice voor haar hulp! Na een dikke vijf uur rijden door prachtig landschap en langs de Mount Kinabalu (de hoogste berg van meer dan drieduizend meterkes op het eiland) komen we aan in Sepilok, de plaats van het reservaat. We moeten nog 2,5 kilometer stappen naar de ingang en de bijliggende hotels. Uiteraard nemen we hiervoor geen taxi, maar doen maken gebruik van het  old-fashion en steeds werkende liften! We boeken ons kamertje, eten wat, halen wat pintjes in een supermarktje en gaan na een gezellig babbel met ons drietjes onder de muskietennetten (die we minstens professioneel omhoog gehangen hebben zonder lampen of dergelijke van de muren te sleuren…).
Dag 157 – 23/02/2014
Ons wekkertje gezet om 7u en de backpacks weeral ingeladen want we moeten hier vanavond weer vertrekken als we nog willen duiken met Fredje voordat die vertrekt. Het is ondertussen al aftellen want over een kleine vijf dagen verlaat onze makker ons om terug te vliegen naar het Belgenlandje waar een nieuwe carrière snel zal starten voor hem (en misschien zelfs nog belangrijker: het weerzien van Kim daar kan gevierd worden J)! Het ontbijtje is rijst, noodles, eitjes, toast en pannenkoeken. Het stikt hier van de Chinezen/Japanners die beiden één ding gemeen hebben: boertig schoeften en boefen zonder naar een ander te kijken! Bijgevolg, het is vechten voor de pannenkoeken. Wanneer de serveuse een volgende lading pannenkoeken brengt, springt Fredje met z’n volleyballijf voor de rij Chinezen en elleboogt er minstens twee omver, die komen niet snel meer recht. Thomas springt van de tafel met een achterwaartse salto op de Japanners en landt net op iemand die bijna de eerste pannenkoek vast had. Een enkele Chinees die zich heeft kunnen verschansen achter enkele stoelen en niet door Fredje geraakt is neemt foto’s als een scherpschutter/stereotiep van het hele gebeuren terwijl Lim de serveuse overvalt van haar plateau pannenkoeken. Thomas en Fredje laten de spleetogen achter zich en lopen Lim achterna! Gelukkig kon Fredje nog een pot confituur meeratten want ’t had anders een droge bedoening geworden! Met andere woorden, ’t was weer een gezellig ontbijt vanmorgen! Met de buikjes vol gaan we richting het reservaat, kopen onze ticketjes en gaan in een klein cinemazaaltje zitten waar we een introductievideo zullen krijgen over het rehabilitatiecentrum en een uitnodiging om een aapje te adopteren (geld doneren om van tijd tot tijd foto’s te krijgen van hun vooruitgang uiteraard!). Het is een mooie film die een knap beeld vormt over hun manier van werken: aapjes die verloren zijn gelopen, niet op eigen benen kunnen staan, te hard worden beïnvloed door de mens of gewoon worden vastgehouden als huisdier door de mens worden opgevangen door dit centrum en begeleid en getraind om terug in het wild te worden vrijgelaten na een periode van 6 tot 10 jaar. We gaan naar de plaats waar de dieren worden gevoederd, een platform waar een medewerker bananen, meloen en dergelijke uitstrooit en waar de apen dan op af komen. Spijtig genoeg is er deze ochtend een cruiseschip gearriveerd hier in de buurt en het stikt van de toeristen, een vloot van maar liefst 300 oudjes overspoelt het platform. Bijgevolg: de apen tonen vrijwel alleen maar hun rug, we zouden waarschijnlijk allemaal hetzelfde doen… Niettemin, het levert wel enkele prachtige foto’s op! Na de apen gaan we eens kijken bij de beren, een zelfde soort reservaat, maar veel minder de moeite. Kort na de middag lopen we ook daar buiten en krijgen we een hongertje. We stoppen bij een lokaal restaurantje waar we een kokosnoot drinken en daarna ook besluiten om te eten. We krijgen een lokaal bereide notensoepje, ietwat zoet en pittig, maar waanzinnig lekker. Daarna gebakken rijst met huisbereide sambal, nog soep en een tiekeneike. Alles bij elkaar amper vijf euro voor ons drietjes, daar kan ne mens nie voor sukkelen! Na de lunch gaan we terug naar het platform want onze ticketjes zijn geldig voor een dubbel bezoek en economisten zoals we zijn, genen euro verloren laten gaan en alles meepakken! Dus, terug naar de beesten en het is een enorm verschil tegen deze ochtend want de peekes zitten waarschijnlijk allemaal al terug op hun bootje! Tegen voedertijd mogen we de wonderen der wereld aanschouwen, een moedertje met haar baby onder de arm komt al slingerend met een vriendin schoeften van de bananen. Weer een hoop supervette, onvergetelijke foto’s rijker! Na de aapjes wandelen we naar het zwembad voor een verfrissende duik met ons drietjes gevolgd door een broodnodig skypegesprek met papa de Vetter want diene mens wordt vandaag 51jaar (Hoeraaaa!). Toch plezant om op zo’n dag iets van ons te kunnen laten horen! Daarna terug naar het hotel want het is ondertussen bijna zes uur en tegen half zeven wordt onze bus terug verwacht! Fredje had al gratis vervoer geregeld naar de bushalte, maar de paljassen vragen er ineens geld voor! Niet met onze kloten, we zullen wel liften, kwestie van principe! Zo gezegd, zo gedaan en na een goede vijf minuten zitten we achter in een pickup die ons tot aan de bushalte voert. We staan te wachten op de bus, een half uurtje, een uurtje, anderhalf uurtje, … geen busje komt! Tegen half negen geeft Thomas het wachten op en gaat achterop een brommertje zitten dat voor ons stopte en met ons een slaapplaats wil zoeken. Thomas is nog geen vijftig meter verder gereden of daar komt de bus aangereden. Met een kungfusprong springt Thomas van de brommer en loopt naar de halte waar Fredje en Limmeke de bus al gestopt hebben door stenen te gooien tegen de vooruit van de bus (niet waar!). We kruipen de bus op en proberen wat te slapen…
Dag 158 – 24/02/2014
Onderweg heeft Thomas al wat proberen bellen naar guesthouses die nog een kamer hebben voor vanavond, maar tevergeefs. Ongeveer tien pogingen, maar alles volzet. Uiteindelijk komen we aan in Kota Kinabalu aan het station en regelen een taxi naar de plaats waar de meeste guesthouses gelegen zijn. Terwijl Fredje en Lim wachten gaat Thomas wat rondhoren, maar het draait op niets uit. Wat doet een backpacker op zo’n moment? Naar de shop, een fles whisky met cola en chips gaan kopen, babbelen, drinken en foto’s trekken in het nachtelijke Kota Kinabalu, gezellig! Tegen een uur of 6 begint de stad al wat wakker te worden, is de fles leeg en wij lichtjes aangeschoten. We verplaatsen ons naar het hotel “Backpackers Guesthouse”. Daar staat niemand achter de receptie dus we besluiten wat te chillen tot er leven is. Fredje valt als een blok in slaap terwijl Lim en Thomas wat spelen met de kat en ne Chinees in het oog houden die zijn extravagante ochtendgymnastiek aan het oefenen is (homo in de hoogste graad!). Tegen zeven uur kunnen we een kamer gaan bekijken, maar het spreekt ons niet aan dus we gaan eens kijken achter de hoek en daar regelen we drie bedjes in een dormitory room (kamertje waar vijf mensen kunnen slapen in dit geval) voor een schappelijke prijs met ontbijt inbegrepen. We vallen als een blok in slaap. Tegen 11u worden we gewekt door twee gasten die bij ons komen slapen. We zijn terug wakker en Thomas besluit ontbijt te gaan halen, maar komt na een dik uur terug zonder ontbijt. Wél met het nieuws dat hij drie duiken geregeld heeft voor morgen tegen een goede prijs! Fredje gaat dan op zijn beurt iets halen om te eten. Daarna vallen Thomas en Fredje terug in slaap terwijl Lim de stad eens gaat verkennen. Tegen vijf uur deze namiddag zijn we allemaal wakker en wandelen eens tot aan de haven. We belanden uiteindelijk in een pizzeria met degelijke pizza’s, iets duurder maar de verleiding kunnen we niet weerstaan! Na het diner besluiten we in ons bedje te gaan liggen, kijken wat filmpjes en ZZzzz…
Dag 159 – 25/02/2014
Om half acht eten we een ontbijtje met een koffietje en al gauw zijn we onderweg met onze duikdiploma’s naar de pier vanwaar we zullen vertrekken naar de eilanden om daar onze eerste duik te beginnen naar 30m gevolgd door nog twee minder diepe duiken. We regelen ons duikmateriaal, laden de boot vol, installeren ons materiaal aan de duikflessen en starten de boottrip naar de eilandjes. We zijn nog geen 2minuten verwijderd van de haven of één van de twee motoren begeeft het al. Één van de twee kapiteins belt naar de mechanieker die per speedbootje tot onze boot vaart en na een klein kwartiertje draaien beide motoren weer op volle toeren! Onze 1e duik is niet zo fameus, we dalen tot op iets dieper dan 30m, maar de zichtbaarheid op deze diepte is soms minder dan 1 meter. Wanneer je weet dat de zichtbaarheid in Koh Tao (Thailand) schommelde tussen de 15 en 20m is dit een tegenvaller, maar niet getreurd, we zitten weer onder water! Na de eerste duik eten we een lunch op Gaya Island waar Thomas en Lim even gaan snorkelen en Fredje een klapke doet met de duikinstructeur. Net voor we terug de boot nemen naar het volgende eilandje, laat onze instructeur nog een staaltje varaan-vangen zien. Hij jaagt het dier van ongeveer een halve meter de zee in, en pakt het bij de staart, ze de voet achter de kop van het beest en pakt het bij de nek. Laat ons wat foto’s nemen en zet het wat verder van de toeristen. Als zo’n beestje bijt is het waarschijnlijk een vingertje minder. Na het spektakel kruipen we terug het bootje op voor onze tweede duik. Deze keer gaat het andere meisje dat mee op onze boot zit (en twee duiken doet vandaag) samen met ons onder water. In feite moet een duikschool rekening houden met het diploma van duikers en verschillende graden niet samen laten duiken. Het meisje gaat mee onder water, maar durft niet dieper dan 10m gaan dus bijgevolg worden wij gelimiteerd in onze duik en gaan we maximum tot 9m en moeten soms opletten voor onze knieën dat we het koraal niet raken. Dit zijn we niet gewend en dit is ook niet zo leuk. Zeker niet wanneer onze instructeur na een half uurtje voorstelt om naar de volgende locatie te vertrekken terwijl we nog een halve fles lucht hebben. Het andere meisje durfde blijkbaar niet meer en is terug naar de boot met haar instructeur. Dit pakt niet bij ons en we zeggen dat ze maar op ons moeten wachten zodat wij de rest van onze lucht nog kunnen gebruiken. Na nog een dikke twintig minuten onder water, gaan we verder naar de derde locatie. Daar zien we op het strand meteen al wat loslopend wild, twee tettos blotos in volle glorie. Na even rust installeren we onze derde duikfles en gaan deze keer wat aan het einde van het koraal duiken waar we weer wat meer onderwaterleven zien. We halen de 15m nog bij deze duik en sluiten op de laatste minuut af met een reuzenzeeschildpad, dag en duiken geslaagd! We varen voldaan terug en kunnen met ons drietjes op een geweldige 12 duiken en 2 extra diploma’s terugkijken! Teruggekomen knorren de magen al wat en ’t is tijd voor ijs en milkshake! Daarna wandelen we terug naar ons guesthouse om ons wat op te frissen en daarna iets te gaan eten. We gaan daarvoor niet te ver, een restaurantje aan de overkant van ons guesthouse voor backpackers met goedkope pinten en betaalbaar eten wordt het vanavond. Thomas en Lim eten een curry met rijst, Fredje bestelt een typisch Maleisisch gerecht “Nasi Lemak Special”. Rijst met kieken, sambal en nootjes. Voor iets minder dan drie euro krijgen we vier pintjes dus da gaat er ook bij vanavond. ’t Is niet voor zo lang want al gauw gaan we richting matras.
Dag 160 – 26/02/2014
Er was eens een ochtend, niet zo lang geleden, dat niemand uit z’n bed geraakte… wakker worden, terug indommelen, piske doen, terug uiltje vangen en dan toch maar, na minstens 12u bedje liggen een koffietje gaan drinken. Bij deze ook ineens ons laatste ontbijtje hier, 8 gekookte eitjes met soldaatjes en met de laatste mayonaise van Devos Lemmens (waarom herkent de woordenschat van Word deze naam niet??!!) maken we nog een op en top in orde eiersalaateken (= woordenschat van Limmeke). We zitten propvol dus ’t is tijd voor eventjes rust waarna Lim begint met de reorganisatie van de backpacks. Al het gerief dat naar huis moet gestuurd worden bij Fredje en de overschot terug in onze backpacks, onze maat zal nog wat moeten sleuren! Nadat alles in de zakken gesorteerd en gescheiden zit, is het weer tijd om de buikjes te gaan vullen in de pastabar achter den hoek. Het volgende plan is om eens te gaan bowlen, ondertussen bij ons weeral een half jaartje geleden en van tijd wel eens plezant! Beginnen met twee spelletjes en het niet kunnen laten om nog een derde te spelen. We moeten stoppen want ons laatste Maleisisch geld is bijna op en we moeten nog wat kunnen boemelen vanavond… Na de bowling gaan we nog eens rond in een shopping center waar Fredje een vet paar allstars koopt en Lim haar kapotte horloge (jaja die goedkope ice watch…) eens laat juist zetten. Daarna is het terugkuieren naar het restaurantje van gisteren waar we kaartjes schrijven en een nieuwe vorm van poker uitvinden. Inzetten met slokken bier! ’t Begint plezant, maar wordt al serieus hevig wanneer van tijd tot tijd een potje door iemand wordt verloren van ergens rond de 20 slokken. Met andere woorden, op de laatste avond van Fredje zijn we allemaal goed en snel zat! Nadat we wat gegeten hebben en de 7 liter bier op zijn, is het tijd voor nachtrust want morgen is weeral vliegtijd!
Dag 161 – 27/02/2014
Onze taxi is geregeld om kwart voor negen want Fredje vliegt om 11u naar Kuala Lumpur om daar te wachten tot 1u ’s nachts en dan via Abu Dhabi terug te vliegen naar Brussel. We drinken nog een koffietje en verfrissen ons wat na gisterenavond. Na een kort ontbijtje springen we de taxi in en voor 30RM kunnen we tot aan de luchthaven rijden. Dan zouden wij nog 15RM over hebben om vandaag iets te drinken en te eten want ook wij vliegen vandaag Maleisië uit naar Denpasar, Bali om een uur of zes. De taxichauffeur vraagt ons waar we naartoe vliegen, we vertellen hem de planning en hij zegt meteen dat het ons 45RM zal kosten want hij moet naar twee verschillende luchthavens rijden. Daar wisten wij niets van dus we besluiten naar die van Fredje te rijden en wij zullen wel liften naar de andere luchthaven. Zo gezegd, zo gedaan. Oei, shit! Onze gsm ligt nog in ons guesthouse! Verdoeme, terugrijden! De gsm opgehaald, de kaartjes nog ergens snel in de bus gestoken en terug onderweg. We komen aan de luchthaven, willen alle backpacks eruit nemen waarop de taxichauffeur reageert dat hij ons wel gratis zal afzetten aan de andere luchthaven want het ligt toch op de weg. Dit waarschijnlijk omdat ons laatste plan was om te wandelen naar de andere luchthaven. In dit hete weer, niet het ideale plan! Dit betekent wel dat we niet uitgebreid afscheid kunnen nemen van onze maat, misschien maar beter zo… Fredje zegt dat we zo snel mogelijk moeten instappen voordat de taxi wegrijdt en hij heeft ergens wel gelijk… nen dikke, dikke knuffel en nen dikke merci voor de afgelopen weken en de zalige tijd die we hier samen mogen beleven hebben! Ciao Fredje en tot binnenkort! We springen terug de taxi in en de chauffeur brengt ons naar het strand, op tien minuutjes van de luchthaven. Daar kunnen we nog wat chillen terwijl we toch moeten wachten op onze vlucht. Dat doen we dan ook en blijven enkele uurtjes zitten aan het strand van Kota Kinabalu, waar we zowel een mangoshake vinden als een hornbill vogel zien vliegen (die Fredje beide de hele reis zocht), en kort na de middag gaan we dan toch maar naar de luchthaven want onze centjes zijn op en we hebben nog altijd honger! We wisselen enkele dollars in en gaan iets eten, drinken een pintje, praten wat na over de tijd met onze maat. Een uurtje voordat we moeten inchecken spelen we nog een spelletje poker met fictieve chips, de eerste die 50 punten haalt mag aan ’t raam zitten in de vlieger… Limmeke mag door ’t raam kijken! We checken in, de bagage naar het ruim, een frietje steken met de laatste centjes op de luchthaven en tegen half zeven zitten we goed op de vlieger richting Denpasar. Wanneer we daar aankomen zijn we allesbehalve alleen, maar liefst 6 vliegtuigen zijn ongeveer op hetzelfde ogenblik geland, bijgevolg: de rij voor de immigratiedienst is veruit erger dan de aanschuif voor alle attracties in Walibi op een zomerdag! We verliezen een dikke twee uur op de luchthaven, wisselen wat dollars nadat we onze stempel hebben en beginnen dan te wandelen, weg van alle taxi’s hier. Het eerste wat we doen is ne frissen bruiswater gaan halen!! Van daar wandelen we nog even, maar moeten het uiteindelijk opgeven en nemen de taxi naar Sanur, één van de startpunten om een reis rond Bali goed te starten. Daar aangekomen lijkt het daar toch niet zo op, vrijwel alles lijkt gesloten, het hotel dat we in gedachten hadden is dubbel zo duur dus die mag op zijne kop staan en uiteindelijk komen we aan in een hotel waar ze tien euro vragen voor een simpel kamertje, even de kakkerlakken buiten jagen en de lakens met bruine plekken laten verversen en dan … ZZZzzz…

3 opmerkingen:

  1. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hahaha veel katerkes precies :p Waar zaten/zitten jullie in maart?

    BeantwoordenVerwijderen
  3. In maart zaten we in Bali, Indonesië! Vanwaar die katerkes? Die die we gered hebben zeker?!

    BeantwoordenVerwijderen