Dag 162 – 28/02/2014
Onze eerste ochtend in Indonesië,
de kamer relatief koel van de airco, maar eens buiten worden we overdonderd
door de warmte. We besluiten eens te gaan rondwandelen op zoek naar een
degelijk ontbijt want ’t is van gisterenmiddag geleden dat we een maaltijd
gegeten hebben! We komen aan een toeristische buurt met een Ierse bar waar ze
bijgevolg ook een typisch Iers ontbijt hebben. Lim bestelt een broodje tonijn
terwijl Thomas gaat voor het compleet Iers ontbijt (1 gegrilde worst, gegrilde
tomaat en champignons, 2 spiegeleieren, 4 toastjes, bonen in tomatensaus en een
hoop spek afgewerkt met ne kwak petattenpuree!). In combinatie met een lekker
potje thee en koffie hebben we de schade al terug ingehaald.
Na het ontbijt gaan we op zoek naar een brommertje waarmee we vandaag een plaats gaan zoeken om misschien eens te gaan surfen. Onderweg passeren we een sportwinkel waar Limmeke (eindelijk) een gepaste bikini vindt, daar zijn we ondertussen al vier landen naar op zoek. We vinden een brommertje voor de prijs van iets minder dan 3 euro per dag, dat kan er nog juist af. We willen morgen ook graag richting de Gili eilanden om daar wat te gaan uitrusten en duiken dus we moeten nog een boot regelen. We stappen Café Locca binnen, de plaats waar we gisteren wilden gaan slapen, maar te duur was. De kerel achter de balie legt ons uit dat het normaal 1,2 miljoen roepie per persoon is (heen en terug), maar hij kan het regelen voor de helft van de prijs (80euro voor beiden i.p.v. 160). Dit omvat vervoer van Sanur naar Padang Bai en van daar de boot naar Gili Trawangan en de hele reis terug. We tekenen in, maar spreken af om de ene helft morgenvroeg te betalen en de andere helft wanneer we terug komen want iets hier in ons zegt dat een dergelijke korting maar bizar klinkt… in ieder geval, we hebben ons brommertje tot vanavond negen uur dus we gaan wat rijden. Het plan is om volledig Zuidelijk te rijden en daar wat strandjes bezoeken. Onderweg wisselen we wat centjes, want ze vliegen er door hier in het toeristische deel van Bali! Aan de wisselagent vragen we de weg naar het strand en uiteindelijk komen we aan het strand waar Thomas 2 jaar geleden met z’n ouders en zus bij zonsondergang de lokale vis op het strand heeft gegeten. Na wat zwemmen en een pintje gaan we met de brommer op zoek naar dat zelfde restaurant van 2 jaar geleden, maar ’t lijkt hier allemaal zo op elkaar (en er is een overvloed aan visrestaurantjes!) dat we uiteindelijk gewoon ergens binnenstappen. We krijgen een tafeltje los aan de zee en drinken wat pintjes met zicht op zee en de landingsbaan van Denpasar (we dachten eerst aan wijn, maar net iets te duur), genieten daarna van een geweldige zonsondergang met de nodige foto’s en kiezen uiteindelijk ons eigen visje dat de barbecue opgaat. Het is bereidt op Jimbaraanse wijze (we zitten hier nu ook in Jimbaran), een gegrilde Baramundi met verse sambal en rijst, ge-wel-dig! Ahja, daarvoor kregen we nog een soepje en na de vis worden we nog verwend met een bordje vers fruit! We genieten nog wat na met traditionele dans en een gitaarbandje op de achtergrond waarna we de rekening gaan betalen, 40 euro, alé lap! Maar ’t was het waard! We rijden terug naar Sanur en passeren een Italiaans restaurant waar ze een koeltoog met wel 30 verschillende smaken ijs, check! Terwijl we ons ijsje afzabberen, ontmoeten we nog een Nederlands koppel dat nu al 4 maanden aan het reizen is en nu in compagnie zit van de kerel z’n ouders, klinkt bekend! We praten even, moeten daarna ons brommertje binnendoen en kruipen voldaan het bedje in!
Na het ontbijt gaan we op zoek naar een brommertje waarmee we vandaag een plaats gaan zoeken om misschien eens te gaan surfen. Onderweg passeren we een sportwinkel waar Limmeke (eindelijk) een gepaste bikini vindt, daar zijn we ondertussen al vier landen naar op zoek. We vinden een brommertje voor de prijs van iets minder dan 3 euro per dag, dat kan er nog juist af. We willen morgen ook graag richting de Gili eilanden om daar wat te gaan uitrusten en duiken dus we moeten nog een boot regelen. We stappen Café Locca binnen, de plaats waar we gisteren wilden gaan slapen, maar te duur was. De kerel achter de balie legt ons uit dat het normaal 1,2 miljoen roepie per persoon is (heen en terug), maar hij kan het regelen voor de helft van de prijs (80euro voor beiden i.p.v. 160). Dit omvat vervoer van Sanur naar Padang Bai en van daar de boot naar Gili Trawangan en de hele reis terug. We tekenen in, maar spreken af om de ene helft morgenvroeg te betalen en de andere helft wanneer we terug komen want iets hier in ons zegt dat een dergelijke korting maar bizar klinkt… in ieder geval, we hebben ons brommertje tot vanavond negen uur dus we gaan wat rijden. Het plan is om volledig Zuidelijk te rijden en daar wat strandjes bezoeken. Onderweg wisselen we wat centjes, want ze vliegen er door hier in het toeristische deel van Bali! Aan de wisselagent vragen we de weg naar het strand en uiteindelijk komen we aan het strand waar Thomas 2 jaar geleden met z’n ouders en zus bij zonsondergang de lokale vis op het strand heeft gegeten. Na wat zwemmen en een pintje gaan we met de brommer op zoek naar dat zelfde restaurant van 2 jaar geleden, maar ’t lijkt hier allemaal zo op elkaar (en er is een overvloed aan visrestaurantjes!) dat we uiteindelijk gewoon ergens binnenstappen. We krijgen een tafeltje los aan de zee en drinken wat pintjes met zicht op zee en de landingsbaan van Denpasar (we dachten eerst aan wijn, maar net iets te duur), genieten daarna van een geweldige zonsondergang met de nodige foto’s en kiezen uiteindelijk ons eigen visje dat de barbecue opgaat. Het is bereidt op Jimbaraanse wijze (we zitten hier nu ook in Jimbaran), een gegrilde Baramundi met verse sambal en rijst, ge-wel-dig! Ahja, daarvoor kregen we nog een soepje en na de vis worden we nog verwend met een bordje vers fruit! We genieten nog wat na met traditionele dans en een gitaarbandje op de achtergrond waarna we de rekening gaan betalen, 40 euro, alé lap! Maar ’t was het waard! We rijden terug naar Sanur en passeren een Italiaans restaurant waar ze een koeltoog met wel 30 verschillende smaken ijs, check! Terwijl we ons ijsje afzabberen, ontmoeten we nog een Nederlands koppel dat nu al 4 maanden aan het reizen is en nu in compagnie zit van de kerel z’n ouders, klinkt bekend! We praten even, moeten daarna ons brommertje binnendoen en kruipen voldaan het bedje in!
Dag 163 – 01/03/2014
Ons wekkertje loopt af om half zeven, we pakken de rugzakken
in, geven de sleutel aan de eigenaar en zorgen dat we tegen kwart na zeven aan
Café Locca staan. Daar komt het busje net aan dat ons naar de baai zal brengen.
Het is nog even discussie over de prijs want de hoteleigenaar wil dat we ineens
alles betalen, maar dat hadden we gisteren niet afgesproken! We houden voet bij
stuk, betalen de helft en vertrekken naar de baai. Na een hoop tussenstops en
wat rijden komen we rond negen uur aan bij de pier en wandelen richting boot.
Het staat er vol met toeristen en de locals gooien de bagage op het dak van de
ferry. We zijn bij de laatste passagiers en er is niet te veel plaats meer over
in het ruim dus we gaan ons op het dak van de boot zetten, veel plezanter! Een
uurtje varen, zonnen en genieten van het uitzicht brengt ons tot aan Gili
Trawangan. Een vrij toeristisch eiland bekend om z’n blauwe zee, witte strand,
feestjes en fantastische koralen! We zoeken een plaatsje om te gaan slapen
(achteraf gezien, vrijwel de beste plek qua prijs-kwaliteit) en gaan een laat
ontbijtje eten want daar hebben we nog steeds de tijd niet voor gekregen. Een
lokaal restaurantje maakt ons noodles met eitjes en pittige sambal. Veel
plannen hebben we niet vandaag dus we wandelen maar wat rond en gaan hier en
daar al eens horen achter de prijzen om te duiken. Overal komt het neer op 35
dollar + 50000 roepie koraalbijdrage (ecologische taks of zoiets…) en de beste
uitleg krijgen we bij Blue Marlin. Een Nederlands meisje legt ons alles uit in
verband met de duikregio’s en de duikfrequenties. Er zijn verschillende keuzes
die je kan maken, van ondiepere koralen met veel kleine visjes tot
gebombardeerde, diepere koralen (dynamietvissers hebben het boeltje daar om
zeep geholpen) met meer kans op zeeschildpadden en haaien en tot slot het
Japans wrak op 40 meter. Dit laatste is nog niet voor ons, nog even trainen! We
laten het allemaal even bezinken in een bar waar ze aan Thomas vanalles willen
verkopen. Van champignons, tot XTC en Chrystal Meth. Thomas vraagt of het
mogelijk is om alles samen in een blender te doen met een scheutje wodka bij
waarop de kerel maar verbaasd reageert. In dat geval mag je het boeltje houden!
Na een pintje, een gedeelde pizza en even snorkelen besluiten we toch in te
tekenen bij Blue Marlin. We reserveren de duik voor morgenmiddag om 14u30 naar
Shark Point (tot 30m), de gebombardeerde koralen met veel stroming en kans op
haaien en zeeschildpadden. We krijgen de algemene info mee van een ander
vrouwtje achter de balie, moeten nog niets betalen en gaan dan richting ons
kamertje om even bij te rusten. Tegen acht uur vanavond worden we wakker, nemen
een douche en gaan iets lokaals eten op het avondmarktje. We zitten aan een
tafel naast een koppel waarvan de man deze morgen bij ons in de taxi heeft
gezeten. We praten even en ze leren ons hoe in Balinees te zeggen dat we met de
handen eten, lokaal de gewoonte en ons nog steeds onduidelijk waarom iemand
ooit mes en vork heeft uitgevonden?! Na het avondeten kruipen we een reggea bar
binnen met live optreden. Gezellige muziek en klein feestje gevolgd door een
laatste pintje met ons tweetjes op het terrasje voor onze kamer. Een romantisch
afsluitertje dansen brengt ons om een uur of drie tot aan ons nestje.
Dag 164 – 02/03/2014
Rond een uur of tien gaat het vel van onze ogen omhoog,
verfrissen ons even en krijgen ontbijt geserveerd (door Ben, de eigenaar, met een
kater) op ons terras. Lim doet na het ontbijt nog een vreemde ontdekking, haar
(lievelings)shortje heeft een scheur aan de poepkant van minstens 10cm. Ze
denkt na over gisterenavond en heeft uiteindelijk totaal geen idee hoe dat zou
komen?! Uiteindelijk geeft Cauwerke toe dat, toen hij haar gisteren heeft
opgepakt en tegen de muur heeft gekwakt (één der hoogtepunten gisterenavond),
hij wel iets heeft voelen scheuren… ’t wordt een raadsel hoe we dit genaaid
krijgen… Na het ontbijt begeven we ons naar het strand waar we wat zwemmen en
uiteindelijk frisbee spelen met een Nederlander die ons weer wat trucs bijleert.
Het Indonesië is een beetje gevaarlijk, want op die korte tijd staan onze
zwemkleren er al mooi ingebrand! Het is nu kort na de middag en begint stilaan
tijd te worden om richting Blue Marlin te gaan. We drinken nog een Banana Shake
onderweg, met een lege maag kan je niet duiken, maar een te volle maag kan op
zekere diepte tot gore dingen leiden dus we houden het in ’t midden. Aangekomen
bij Blue Marlin vragen we wat eerst te doen dus de Nederlandse begeleidt ons
tot bij onze instructeur die op zijn beurt onze maten vraagt en alle nodige
materialen bezorgd. We mogen ons eigen gerief vrijwel niet controleren, dat
wordt allemaal voor ons gedaan (terwijl we anders gewend zijn!). Nog steeds
niets over betalen?! Alleszins, we worden aangemaand om nog een half uurtje te
wachten aan de bar waarna we vertrekken met een boot (ongeveer 25 duikers mee)
tot in volle zee, trekken de wetsuits aan, BCD’s aan, vinnen aan, flessen open
en flop, het water in. Een fantastische duik van een dik half uur heeft ons
meer stroming dan ooit, drie zeeschildpadden, een hoop vissen van meer dan een
halve meter lengte (wat minstens een redelijke vis genoemd mag worden) en twee
rifhaaien opgeleverd! De zeeschildpadden kwamen vooral tegen het einde van de
duik tevoorschijn, geweldig hoe een schildpad van diameter minstens 1 meter op
de bodem naar eten zoekt en naar boven zwemt om lucht te gaan happen! Dit
laatste is één van de vele redenen waarom we zo verliefd zijn geworden op het
onderwaterleven/duiken! We varen met ons bootje terug naar Blue Marlin en gaan
aan de receptie onderhoren waar we ons logboek kunnen invullen. Nu hebben we
wel een fris pintje verdiend gevolgd door avondeten voor amper 2 euro voor ons
tweetjes in een lokaal restaurantje. Nasi goreng met sambal en notenkoekjes (of
Tempeh). De avond wordt op ’t gemakje. Douchen, terrasje en skypen met de
vriendinnen van Lim (Farah, Lisse, Steven en Verschelden).
Dag 165 – 03/03/2014
We zijn er gisteren op tijd ingekropen omdat we deze ochtend
de zonsopgang wilden zien. We hebben ons laten vertellen dat dit rond 5u ’s
ochtends is, lijkt vroeg, maar we nemen geen risico. We wandelen tegen 5u naar
het strand, nog pikdonker en de laatste feesters strompelen naar huis. Een
zatte fles is kwaad op de zee en roept naar de zee terwijl ze er stenen in
gooit… Die is klaar voor ’t zottenh… om half zes zien we een oranje-roze gloed
vanachter de vulkaan op het eiland Lombok verschijnen. Ondertussen proberen we
eens te bellen met Marc en Ilse, Marc zal ondertussen net gedaan hebben met
werken want ’t is daar nog zondagavond. Thomas zat er inderdaad niet veel
naast, Ilse is net het eten voor Marc aan ’t prepareren terwijl ze meegenieten
van onze zonopgang. Mooie afsluit van een zondagavond, toch? De ochtend is
prachtig begonnen voor ons en nadat het zonnetje al serieus veel warmte
beginnen geven is, en nadat we Gilles, Sylvia en hun konijn Cooper ook nog even
gebeld hebben, gaan we richting ons terrasje voor ontbijt. Daarna huren we
fietsen om het eiland eens rond te rijden. Na een uurtje fietsen zitten we in
de helft en smelten bijna van de warmte. We kruipen een Bob Marley bar binnen,
drinken een pintje en Thomas rookt wat lokaal gras mee van de kerels,
Rastafari! Na de middag komen we terug aan de plaats van vertrek. We zijn
enigszins blij want de hitte is enorm en de weg rond het eiland is half
aangelegd, maar sommige plaatsen zijn dieper zand, bijgevolg: fietske stampen
in dit weer, pfff!! We gaan weer iets lokaal eten, fietsen nog wat rond, kopen
nog een boekje bij voor de collectie en fietsen daarna wat verder van hier om
nog wat te snorkelen en frisbee te spelen. In de terugrit komen we een bar
tegen in een zwembad, check! Terwijl we daar aan de toog zitten, krijgen we een
stortvloed over ons gevolgd door een bliksemspektakel op het eiland aan de
overkant. De rest van de avond is iets eten en rustig richting matras.
Dag 166 – 04/03/2014
Vanmorgen staan we op en nadat Thomas een vreemd knobbeltje
in de linkerkant van de edelste delen gevonden heeft (dat nu al de tweede dag
pijn doet), besluiten we dit toch niet zomaar voorbij te laten gaan. Ons
aanspreekpunt bij dergelijke situaties zijn Tante Leentje en Roland vanwege hun
jaren ervaring in de klinische sector. Het is nu een kot in de nacht in België,
maar dat begrijpen ze hopelijk wel. We zoeken naar een internationale telefoon
en krijgen na zes keer proberen Tante Leentje aan de lijn, duidelijk onder de
indruk zo midden in de nacht, en vragen haar of ze samen met Roland even kan
skypen. Thomas legt via skype uit wat er scheelt en ze zijn blij dat we hen
hebben gebeld want ze geven meteen mogelijkheden van wat er scheelt en
adviseren om zo snel mogelijk richting ziekenhuis te gaan voor onderzoeken. We
bedanken hen omdat we (voor de zoveelste keer en niet alleen tijdens deze reis)
weeral op hen kunnen rekenen en reserveren plaatsen op de boot voor 12u, het is
nu half twaalf. We gaan de rugzakken halen, kruipen de boot op en na 2 uurtjes
varen deze keer, komen we aan bij de pier en krijgen vervoer naar Sanur. We
vragen de chauffeur om langs het ziekenhuis te rijden in plaats van naar Sanur.
Dit doet de man en we geven hem een fooi. We komen aan de receptie en Thomas
krijgt meteen een onderzoek naar wat er zou kunnen schelen van een algemene
dokter. Na de evaluatie van enkele factoren zou het op het eerste zicht gaan om
een infectie op de bijbal dat kan voortkomen uit bacterieel geïnfecteerd water
in de urinewegen… Douche of gedronken water…de kans bestaat uiteraard! Na bloed
–en urineonderzoek gevolgd door een echografie (en zes uur later) heeft de
dokter z’n conclusies kunnen trekken: infectie die we gaan bestrijden met
antibiotica en voldoende rust. Toevallig hebben we zelf ook antibiotica bij die
kan dienen voor deze aandoening. Zo zijn we ook weeral gesteld en we weten wat
er scheelt, gelukkig is ’t maar dat! Ondertussen hadden we nog afgesproken met
Tante Georgette en Nonkel Bert van Thomas om te skypen tegen negen uur, het is
nu tien voor, we gaan snel (voor Thomas al mankend haha) richting een
supermarktje waar we internet hebben en skypen met het thuisfront. Na de
babbel, zoeken we op internet een hotel in de buurt. Pop hotel, op 2 kilometer
van hier, we checken in en gaan in het lokaal restaurantje daarnaast iets eten.
Het is een moslim seafood restaurant (zoals zovelen hier) en het zijn één van
de beste lokale gerechten die we al gegeten hebben. Inktvis, scampi’s en
groentjes met typisch Indonesische kruiden en een hoopje rijst bij, geweldig
lekker! Dit alles voor iets minder dan 8 euro voor ons tweetjes. Onze kamer
heeft een televisie (de tweede keer in deze 5 maanden) en na The Pirates Of The
Caribean II vallen we in slaap.
Dag 167 – 05/03/2014
In de vroege voormiddag worden we gewekt door de muziek
(kutmuziek a la Kate Perry) in de gang, blijkbaar ochtendritueel om de mensen
te wekken voor het ontbijt. Het ontbijt trekt op niet veel, dus we passen, maar
een koffietje smaakt dan weer wel. We besluiten op straat, zo ver Thomas kan
wandelen, op zoek te gaan naar ontbijt. We vinden een Nederlandse bakkerij (op
z’n Balinees), kopen wat koffiekoeken die we opeten in onze kamer. Veel is er
niet aan te vangen met Cauwerke vandaag dus we kijken wat films op tv, lezen
wat en vullen de blog van tijd tot tijd wat bij. Tegen de late namiddag
wandelen we naar de supermarkt voor een aperitiefje (pintje) gevolgd door een
diner bij hetzelfde restaurantje van gisteren. Deze keer nemen we er nog een
gebakken visje bij, sluiten onze diner af met een magnum (ijsje weliswaar) van
de superette en de dag is weeral gepasseerd.
Dag 168 – 06/03/2014
Terwijl we deze ochtend de koffietjes drinken, doen we al
wat research naar een autootje om te huren voor de komende twee weken. Het
lokale transport is nihil, buiten de taxi’s gerekend, en op een brommertje
krijgen we onmogelijk al onze bagage. Uiteindelijk vinden we een firma die een
auto verhuurt voor 150.000 roepie, 10 euro per dag is zeker acceptabel! Terwijl
Thomas nog wat blogt deze middag, naait Lim de vlagjes van de landen aan de
rugzak. Ondertussen praten we wat bij over de afgelopen dagen, babbelen doen we
graag en het doet deugd! In de namiddag gaat Lim om een pintje met chips dat
geconsumeerd wordt terwijl we wat in onze boeken lezen. Tegen de avondval gaan
we dan nog maar eens naar onze vaste stek “Muslim Restaurant”. ’t Is daar
natuurlijk allemaal “Halal”, met de focus op vis en zeevruchten. ’t Eten is
daar gewoonweg formidabel en de mensen heel vriendelijk, zoiets kunnen we niet
laten liggen… Na ’t eten lezen we nog wat en Thomas leest ondertussen in de
Standaard online over de politieke onrust in Oekraïne dat weeral eens mooi in
de hand gewerkt is door de Russen, die militaire machtsvertonen ook altijd!
Dag 169 – 07/03/2014
Tegen negen uur gaat onze wekker, we drinken wat koffietjes
en pakken aansluitend ons boeltje in, want tegen twaalf uur wordt onze auto
hier verwacht! We zijn nog volop aan het bijeensprokkelen op de kamer wanneer
de verhuurder op de deur klopt en vraagt om mee naar de auto te komen kijken.
Thomas gaat mee en hoort van de kerel dat de gevraagde auto er niet meer is
door een lekke band, hij heeft een iets grotere auto die hij voor 25.000 per
dag meer wil verhuren. Na onderhandelen is het maar 10.000 per dag meer en
uiteindelijk blijkt dat het eigenlijk de auto van de kerel zelf is en niet van
een firma (zo denken we). Waarschijnlijk heeft hij gewoon zes verschillende
auto’s op internet gezet en heeft hij er maar één die hij steeds met een paar
lepe trucjes verhuurd krijgt aan de toerist. Het werkt en beide partijen zijn
blij met de overeenkomst. We checken uit en vertrekken met onze kar naar Ubud,
de eerste halte van de reis van Thomas en de familie van twee jaar geleden. We
volgen ongeveer dezelfde route, maar wijken af wanneer we daar zin in hebben.
We passeren een Carrefour en kopen een brunch: appelsiensap, yoghurtjes, stokbrood,
kaas en mosterd, hupsaa! We rijden verder richting Ubud, op de gps een 50
minuten, maar we doen er minstens dubbel zo lang over door het drukke verkeer. Met
de vele brommertjes is het ook opletten geblazen. Daarnaast is links schakelen
en links rijden ook wennen, al een geluk dat de pedalen hetzelfde staan!
Wanneer we de eerste wijken van Ubud binnenrijden passeren we veel artistieke
winkeltjes: beeldhouwers, meubelfabrikanten, heel veel schilders… Uiteindelijk
zien we een pijltje staan naar “Swimming pool” en het is verschrikkelijk warm
dus waarom ook niet! Er is blijkbaar een kinderfeestje aan de gang dus we
smijten ons ergens wat verder op een
stoeltje en lezen wat in onze boeken terwijl de klein mannen spelen met de
clown. Tegen de late namiddag vinden we een plaatsje om te slapen, “Madra
Homestay”. Een goedkope plaats om te overnachten met degelijke bedden. Tegen
dat we in het kleine straatje geraakt zijn met de auto, zijn we weeral tien
minuten verder, ’t is waar precisiewerk! Tegen de avond gaan we op zoek naar
een plaatsje om iets te eten en komen uiteindelijk terecht in Guci Guesthouse. Uitgebaat
door een Duitse vrouw die getrouwd is met een Balinees in ’86. Ze was toen 23
jaar en verliefd op deze man, ze zijn samen beginnen bouwen aan dit guesthouse
en ’t ziet er verdikke een klein paradijsje uit. We lezen wat, drinken een
pintje en hebben afsluitend een heel goede babbel met de Duitse, Ulli. Tegen
half tien moeten we het gesprek afronden want de magen beginnen te knorren. We
nemen afscheid, gaan iets eten en lezen nog wat in onze boeken, we zitten
allebei diep in het lezen dezer dagen!
Dag 170 – 08/03/2014
We worden wakker wanneer we wakker worden (da’s ’t
plezantste nog steeds!) en krijgen ontbijt op ons terrasje geserveerd door de
eigenaar. We lezen nog wat alvorens we besluiten om met de auto te gaan rijden
naar een plaatsje om te lunchen. We rijden de nipte straatjes uit en komen na
tien minuutjes rijden tot aan een restaurantje uitgebaat door twee vrouwtjes
waar we gebakken rijst eten en bruiswater drinken, verdikke bruiswater is
lekker! Ze hebben dat hier ook niet overal… Na de lunch rijden we tot bij Ulli
haar salonnetje in Guci Guesthouse waar we de rest van de namiddag gezellig
lezen en uiteindelijk nog eens skypen met onze dikke vriend Jan de IT-man! ’t
Is weeral lang geleden dat we die gezien hebben! Tegen de avond praten we nog
even met Agathe, een Nederlandse van iets ouder dan 80 die nog heel jong is van
geest en elk jaar een dikke maand komt overwinteren in deze regio. Een flinke
madam, maar fysiek gaat ze achteruit volgens Ulli en soms is Ulli wel eens bang
voor het ergste... Wellicht wel begrijpelijk. Iets na zeven nemen we echt
afscheid van Ulli want morgen vertrekken we naar de hoogste vulkaan op Bali,
Genung Agun (Mt. Agun of Hoogste Berg) in Besakih. We eten vanavond in een
pizzeria met écht lekkere pizza’s bereidt door Italiaanse roots. De Italiaanse
eigenaar (serieus tonneke vanvoor hangen) wandelt luidruchtig door het
restaurantje en laat sommige gasten eens proeven van z’n overheerlijke pasta
die hij ondertussen naar binnen werkt. We voelen ons even terug in Italië… Na
een gezellige avond lezen we ons weer eens in slaap.
Dag 171 – 09/03/2014
We eten deze morgen de helft van ons ontbijtje op, ’t niet
zo fameus en echt vers ziet het er niet uit. Zonde dat toeristen altijd dien
onnozele toast met honing en zo krijgen voorgeschoteld, we eten eigenlijk nog
’t liefst van al de lokale ontbijtjes (rijst met ei en groentjes of zoiets…).
We pakken ons boeltje weer in en vertrekken weer met de voiture. De eerste stop
wordt de boekenshop waar we elk nog een boekje bijkopen, want ze worden
verslonden aan de lopende meter hier in Bali. ’t Is echt een rustlandje hier
voor ons, niet te veel denkwerk of lange afstanden, gewoon wij en de wereld. Na
de boekenshop passeren we nog eens langs de schilderijen in de winkeltjes, knap
werk en zonde dat we zoiets niet kunnen meenemen! We passeren weer langs het
zwembad en besluiten daar enkele uurtjes te gaan lezen. Het kinderfeesten is
daar nog steeds aan de gang en veel dezelfde gezichten zijn weer aanwezig,
waarschijnlijk van dezelfde groep kinderen als voordien. Tegen half vier deze
namiddag zetten we de route verder naar Besakih. We komen aan de bekende tempel
(de Hindoeïstische moedertempel van Bali) en Thomas herkent de plaats meteen
van 2 jaar geleden. We zoeken naar een plaatsje om te slapen, maar tevergeefs.
We rijden maar wat doelloos rond op de berg en stoppen uiteindelijk ergens in
god-weet-waar… (en bestaat die zelfs wel?). Een klein lokaal shopje waar we de
weg vragen, een zatte kerel komt ons tegemoet en vraagt waar we naartoe willen,
ons antwoord uiteraard “we really don’t know”. Hij nodigt ons uit om even bij
hem te komen zitten. Z’n naam is Putu Wawan (Putu/Wayan betekent eerstgeborene
in Bali, Wawan is een naam zonder betekenis), hij laat ons van z’n kokoswijn
proeven en nodigt ons bijgevolg uit om bij hem thuis te komen eten en
overnachten, z’n bijkomende woorden (en meer dan 1 keer) “Don’t worry about the
money!”. Zo gezegd, zo gedaan. We komen aan bij hem thuis, een relatief groot
huis, maar al snel wordt duidelijk dat hij hier niet alleen woont. Ze wonen
hier met z’n tienen! Hij met z’n vrouwtje, zoon en dochter (de oudste dochter slaapt
meestal bij haar grootouders en de tweede dochter woont bij z’n neef; Balinezen
staan soms kinderen af aan familie die geen kinderen hebben om de druk wat te
verdelen), z’n moeder (priesteres) en tante, 3 jongere broers (1 jongere broer
woont bij andere grootouders) en z’n zus met haar man. Al snel krijgen we een
koffie aangeboden en worden aangemaand om rustig te blijven zitten terwijl hij
met z’n vrouw en oudste dochter naar de grootouders rijden om eten te gaan
afgeven. Wanneer ze terugkomen, krijgen we eten (fantastisch lekker, die lokale
keuken!) en maken we kennis met de moeder die net terugkomen (rond acht uur
deze avond) van de tempel. Na het diner krijgen we de kans om ons even te
wassen voordat we mee mogen bidden als we willen. We zitten bij de mensen
thuis, dus doen we mee zoals het van ons verwacht wordt. Na de douche krijgen
we een sjaal rond ons middel om de benen te bedekken (= sarong) en krijgen
aangeleerd hoe we moeten bidden en wensen tot hun God. Na het gebed praten we
nog wat na en bedanken hen al voor de geweldige gastvrijheid! We krijgen hier
ook nog één van de meest zinvolle dingen te horen in verband met geloof: Hemel en Hel zijn begrippen die niet gelden
voor de plaats waar je naartoe gaat na dit leven, maar is eigenlijk het gevoel
dat je krijgt wanneer je iets doet. Jaloezie, hebzucht, kwaadheid en negatieve
levensstijl zal je een Hels gevoel geven terwijl Liefde, respect en goedheid je
in Hemel (op aarde) zal brengen, een gelukkig gevoel. Met andere woorden, je
leeft in het nu en moet niet wachten tot je je eigen leven hebt verpest. Deze
stelling moet dan komen van een arm gezin ergens in Bali, veel mensen in onze
huiscultuur zouden hiervan iets kunnen leren!! Putu stelt voor om op de kamer
van hem en z’n vrouw te komen slapen, maar dat weigeren we uit respect voor het
gezin. We maken ons bedje buiten, onder een luifel, op met een matrasje en
krijgen verse dekens van de moeder. Yoyo, de man van Putu z’n zus, gaat
mediteren en Thomas gaat dit ook eens mee proberen. Niet makkelijk om te
focussen, maar wel dé manier om tot rust te komen! Na de meditatie kruipen we
op ons matrasje in open lucht en horen de laatste geluiden van hun kleine
dierentuin: een hoop eenden, ganzen, kippen, varkens en poezen.
Dag 172 – 10/03/2014
Rond zeven uur worden we gewekt door de familieleden die al
rondlopen en het warme zonnetje dat onze gezichten verwarmd. We gaan een
koffietje drinken in de keuken (tussen minstens duizend vliegen en de poezen)
waarna we even gaan kijken hoe Yoyo de varkensstallen proper maakt. Ze hebben
15 varkens die ze elk gekocht hebben voor 600.000 roepie en hopen te verkopen
over enkele maanden voor 2,4 miljoen roepie. Ondertussen is Delek (het vrouwtje
van Yoyo) al aan ’t koken voor het ontbijt en de offertjes. Putu vertelt
ondertussen over alles dat in hun tuin groeit en dat ze puur natuur eten hier
en (nadat we dat gevraagd hadden) dat ze met 10kg rijst maar enkele dagen doen.
’t Is niet goedkoop, die rijst dus ’t volgende dat we doen voor ’t ontbijt is
naar de winkel rijden (we zeiden dat we foto’s gingen trekken) en al een zak
van 10kg rijst gaan kopen voor 100.000 roepie in ruil voor hun gastvrijheid!
Daarna eten we ontbijt, rijst met groentjes en eitjes in pittige saus, mmmhhh!
Nadat we ons even verfrist hebben, vertrekken we met Putu en z’n zoon en
dochter naar de hoogste tempel op de vulkaan, hij gaat ons vandaag wat
rondleiden in Besakih! Een knap uitzicht daarboven op de berg, we wandelen
daarna naar de plaats waar de Hindoes hun heilig water gaan halen in een bron
in een tempel. Dit is het wijwater dat ze steeds gebruiken bij de gebeden. Leuk
om te zien hoe ze met hun drietjes bidden aan het tempeltje. Daarna gaan we tot
aan de moedertempel van Bali en daar krijgen we wat info van Putu, waarna we
gaan bidden bij de moeder van hem. De moeder werkt in de tempel, ze zegent de
mensen die komen bidden op het hoofdplein van de tempel. We krijgen een mandje
met gewijd fruit van de moeder en bezoeken daarna de rest van de tempel. We
hebben tegen Putu gezegd dat we dat wel alleen zouden doen want dat hij bij z’n
kindjes moest blijven, z’n zoontje van 3 jaar zat immers al te knikkebollen.
Enkele minuten daarna komt hij ons achterna gelopen en uiteindelijk blijkt dat
z’n moeder hem gecommandeerd had bij ons te blijven. Volgens hem heeft ze ons
graag omdat we geen doorsnee toeristen zijn en ons willen aanpassen aan de
lokale gebruiken, daarom wil ze niet dat we worden geleid of benaderd door de
gidsen die op geld uit zijn! Lieve madam! En we sluiten tegen iets na de middag
de tempelbezoeken af. We vragen in de auto aan Putu of hij met ons wil gaan
lunchen, hadden we daarvoor ook al voorgesteld, maar hij zegt dat we wel zullen
zien als we bij hem thuis zijn. Nadat Thomas Yoyo had geholpen met het hout van
in de volle camionette te stapelen in hun garage krijgen we een verse
Advocadoshake en lekkere lunch aangeboden door Putu. Hij zei dat we het niet
moeilijk moeten maken door ergens te gaan eten wanneer hier eten genoeg is,
daarbij, z’n moeder zou daar toch niet mee akkoord gaan, we zijn namelijk hun
gasten en blijkbaar betekent dat genoeg om ons enorm in de watten te leggen. Na
de lunch besluiten we om nog wat “foto’s te gaan trekken” en we rijden naar een
winkeltje waar we speelgoed gaan kopen voor de kindjes van Putu. We komen terug
aan het huisje en Putu vraagt Thomas om mee te gaan met de brommer naar een
vriend hier in de buurt. Het is al snel duidelijk dat hij onder venten iets wil
gaan drinken en ons Limmeke blijft bij het vrouwtje achter. We hebben allebei
interessante gesprekken met zowel Putu als met z’n vrouwtje en leren het koppel
eigenlijk vrij goed kennen. Nadat Thomas terugkomt met Putu en z’n zoontje, is
Lim onze duikfilm aan het laten zien aan de kinderen, ze kijken vol
enthousiasme naar het onderwaterleven. Na het filmpje is het tijd voor de
cadeaus. We geven de speeltjes aan de kinderen, ze weten niet waar eerst kijken
en we geven de rijst aan Putu. We krijgen een dikke “waarom?!” van Putu, maar
hij bedankt ons uitvoerig daarna. Even later komt de moeder ook thuis van de
tempel en ook zij is ons heel dankbaar. We laten haar daarna op vraag even wat
foto’s zien van onze familie thuis en ze zegt dat we hier vanaf nu altijd
welkom zijn en als familie worden beschouwd, fantastische ervaring hier! We
zeggen dat we op het einde van de reis, voordat we naar Nieuw-Zeeland
vertrekken, nog eens langs hier passeren voor een afscheidsfoto! ’t Ligt wel
niet op de weg, maar dat kan ons niet veel schelen, afstand is sinds onze reis
een relatief begrip geworden! We mogen in het bed van de twee broers slapen, want
zij zijn nu voor hun school in Denpasar, en drinken nog een koffietje voor we
erin kruipen.
Dag 173 – 11/03/2014
Deze ochtend slapen we iets langer, het is een uur of negen
wanneer we de kamer buitenstappen en nemen afscheid van de moeder die richting
tempel moet vertrekken. Ze bedankt ons nog eens voor alles (waarom weten we
niet, want wij hebben tien keer meer gekregen van hun!) en sluiten af met een
dikke knuffel. Putu krijgt van ons nog een oudere gsm (van Marc) omdat zijn gsm
kapot is en hij die van z’n vrouw dan maar soms gebruikt. We staven de gift met
het feit dat we die gsm toch niet gebruiken en dat hij bereikbaar moet zijn
voor wanneer we terugkomen, het wordt met open armen ontvangen! We drinken nog
een koffie en eten nog een ontbijtje waarna het tijd is om “tot ziens” te zeggen.
We worden uitgezwaaid door het zoontje van Putu en z’n mentaal achterstaande
broer, koddig zicht! Van daar rijden we via de rijstvelden naar de voet van de
vulkaan. Daar bezoeken we het justitiepaleis van KlungKung met de originele
plafondschilderingen over hemel en hel. Dit is de plaats waar de criminelen van
vroeger (tot in 1908) werden veroordeeld. Na dit museum rijden we naar de Goa
Lawah, de befaamde vleermuizentempel. Er is niet zo heel veel te zien, een
klein tempeltje met een grot in de achtergrond die vol zit met de fladders en
een hoop van hun stront. Na Goa Lawah rijden we richting het Noorden, Amed, tot
op het moment dat onze gps het allemaal niet meer weet. We rijden op het goede
gevoel richting het Noorden (en doen dat vrij goed). We zijn alleen
terechtgekomen op de kleine wegen in plaats van de grote(re) baan naar het
Noorden. Dit levert ons wel een hele route langs de kust op en uiteindelijk net
voor Amed een enorm gezellig en rustig guesthouse met de borden aan de inkom
“No internet, no Phone connection, just the sea and no worries”! Klinkt goed,
we gaan eens kijken en ’t ziet er ook goed uit! We boeken ineens voor twee
nachten, gaan een douche nemen in onze luxe bungalow op palen en zetten ons op
het terrasje (op kussens) en lezen wat. ’s Avonds eten we een lekkere groentecurry
met rijst waarna we ons terugtrekken naar ons hemels kamertje. Terrasje met de
zee op een dikke tien meter van ons en zelfs vanuit ons bedden kunnen we ze
zien. Met het geluid van de golven vallen we in slaap.
Dag 174 – 12/03/2014
We hebben onze wekker gezet iets na half zes zodat we de
zonsopgang hier kunnen zien. De hoteleigenaar zit al op het strand te mediteren
en één van de andere gasten is in de zee ook aan het wachten op de zon, maar ze
laat weinig van zich zien door de hevige bewolking. Na een frisse duik kruipen
we op het terrasje voor ontbijt en lezen wat. We gaan onze was even doen (handwas
is de standaard voor alle duidelijkheid) en tegen een uur of elf (zalig wanneer
je vroeg opstaat, de tijd gaat precies veel trager en je hebt meer aan de dag)
gaan we richting het restaurantje voor de lunch. We gaan terug voor een curry
met Tempeh en rijst waarna we gaan snorkelen in de koralen die zich uitstrekken
net voor het guesthouse. Na een dikke drie kwartier snorkelen (fantastisch
onderwaterleven hier) begint het serieus te regenen. We blijven wat in de zee
zitten want het is warmer in het water dan erbuiten. Wanneer het echt begint te
gieten gaan we ons even douchen en iets warmer aandoen. De rest van de middag
is het gewoonweg rustig genieten van de kalme meditatiemuziek in het
restaurantje, het uitzicht en de boekjes. We drinken ondertussen een cocktail
op basis van de lokale drank, Arak. Daarna is het wat rusten, iets eten en weer
op tijd in ons bedje om morgenvroeg misschien het zonnetje te zien.
Dag 175 – 13/03/2014
Weer omstreeks zes uur zitten we aan de zee, maar we worden
weer teleurgesteld. Het heeft vannacht weer serieus geregend en de wolken
overspoelen de lucht nog. ’t is trouwens ook niet optimaal geweest voor onze
drogende was die weer wat vochtiger geworden is. We ontbijten, pannenkoeken met
banaan, drinken een koffietje en Lim reorganiseert de rugzakken daarna nog eens
terwijl Thomas de blog wat bijwerkt. Ze vindt onze sandalen die nog steeds nat
in de zakken zitten sinds Gili eilanden. Een lichte schimmelvorming en
bijkomend geurtje verplicht ons om de sandalen eens een flinke wasbeurt te
geven. Alles hangt nog wat te drogen, we chillen wat en daarna vertrekken we
weer naar de volgende halte “Lovina”, waar de dolfijnen naar ’t schijnt elke
ochtend komen piepen aan de kust… We komen na enkele uurtjes aan in Lovina waar
we op zoek gaan naar een guest house. We rijden een straatje in richting de zee
en worden direct aangesproken aan het uiteinde van de straat. We besluiten een
kijkje te nemen, want we hebben niet veel zin om veel verder te zoeken. Ze
willen ons de hele tijd een toer verkopen om dolfijnen te spotten, maar de
bungalow is oké, dus we gooien ons bagage de kamer in vooraleer we de buurt
gaan verkennen. We wandelen richting het strand dat er op het eerste zicht een
pak minder gezellig uitziet dan onze vorige bestemming. Het sociale Bali
begroet ons een beetje te vriendelijk hier en het wordt al snel duidelijk dat
dit een toeristenbestemming is (die eigenlijk op niks trekt, wellicht enkel
door de dolfijnen). Het paadje naast het strand loopt tussen krakkemikkige
vissershuisjes met meer oprechte mensen die helaas geen nagel hebben om aan hun
gat te krabben. We komen na een tijdje uit op de grote baan en beseffen dat het
hier precies ons ding toch niet is. We passeren een supermarkt waar we
binnenspringen voor een pintje en een koekje, want het is al late namiddag. We
praten op het trottoir na over ons gezellig verblijfje van gisteren. Na al dat
relaxen willen we hier niet te lang blijven, morgenvroeg vertrekken we meteen.
We lopen verder langs de straat op zoek naar een restaurantje, we lopen het
eerste binnen (dat volledig leeg is) en bestellen iets van de kaart. De vrouw
doet nogal eigenaardig over de gerechten, want sommige heeft ze niet in huis
(te begrijpen bij verse vis) en sommige zegt ze dat nogal lang duren om te
maken… We nemen dan maar wat ze wel goed vindt en wachten aan tafel. Ze komt na
nog geen 5min al terug met onze 2 gerechten. Het blijkt gigantisch onsmakelijk
te zijn en Thomas laat zijn uitgedroogde magere kip (die relatief duur was)
voor de helft liggen. We keren teleurgesteld terug naar het guest house waar we
nog heel even van de wifi profiteren. Voor de zoveelste keer komt een kerel van
het guest house tevergeefs zijn toer verkopen, want we zijn niet
geïnteresseerd. Thomas gaat terwijl een wandelingetje doen op strand en wanneer
hij nogal lang wegblijft, gaat Lim toch ook eens kijken. Logischerwijs volgt ze
de muziek en vindt daar inderdaad Thomas die al tussen de buren met hun gitaar
en drank (Arak) zit. De mannen hebben precies toch meer dan alleen maar wat
gedronken, dus na een dik uurtje zingen en jammen zoekt eerst Lim en na tien
minuten ook Thomas het bedje op.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten