Dag 26 – 16/10/2013
Een luidruchtige nacht van al het
lawaai op de straat heeft ons doen uitkijken naar de stilte in de woestijn en
we maken de kleine rugzakken klaar voor vertrek. De backpacks gaan in een
locker tijdens onze tocht. We kopen nog wat fruit en een laatste frisse bruiswater
vooraleer Babalu ons komt halen om met de jeep te vertrekken. Wel, een ‘jeep’
is het niet echt, een suzuki’tje is ruim voldoende voor ons beiden en de Japanees
met 3 kleine rugzakken. We rijden een heel eind buiten de stad en krijgen in de
auto nog enkele bananen als ontbijt die ook zij voorzien hadden. Aangekomen na
zo’n 40 min, in een klein dorpje in the middle of nowhere en off road. We zien
onze kamelen al klaar staan, gepakt en gezakt.
Onze 2 gidsen – op het eerste zicht nog tienerjongens – binden de laatste voedselvoorzieningen nog vast aan de kamelen, terwijl onze blik wordt aangetrokken door iets wat zich in de verte afspeelt. Niet zo smakelijk vindt Lim dat, maar het is vandaag een Islamitische feestdag en dus worden er ook hier schapen geslacht voor het feestmaal. We zien namelijk in de verte een gestroopt schaap hangen aan een boom waar enkele mannen bezig zijn om het beest uit te benen. Lim houdt haar gedachten bij de kamelen, maar Thomas wil wel eens een kijkje gaan nemen, want het is uiteraard niet iets wat je elke dag ziet. Na enkele foto’s van dichterbij, maken de mannen duidelijk dat ze liever geen pottenkijkers erbij hebben, dus komt Thomas terug en kunnen we van start gaan met onze 3-daagse kamelensafari. De oudste van de 2 gidsen geeft ons elke een fles water voor onderweg, laat ons de kamelen bestijgen en zegt dat we ons zeer goed moeten vasthouden aan de knuppel vooraan het zadel van zodra de kameel opstaat. Zo gezegd, zo gedaan en het is inderdaad even een geschommel als hij eerst zijn achterpoten strekt en zich daarna opduwt op zijn voorpoten. Al bij al, niet zo moeilijk als gedacht en onze gids bevestigt alle kamelen aan elkaar vooraleer hij zelf met zijn kompaan op de voorste kameel springt. Elke kameel heeft een neuspiercing waaraan touwen bevestigd zijn om de kameel mee te besturen. Op dit moment hoeven we zelf nog niet veel te doen, want onze kameel volgt gewoon zijn voorganger waaraan hij vasthangt. Het is ondertussen 11u15 en al vrij heet, zo een 35graden. Suban, de oudste gids van de twee, maakt ons duidelijk dat we eigenlijk wel vrij laat vertrokken zijn en stelt voor om lunch over te slaan en meteen door te rijden naar de volgende stop, omdat het anders wel héél heet wordt deze namiddag. Voor ons geen probleem, want we vinden het nu al gezellig om al schommelend te genieten van de stilte en het wijde uitzicht op het droge landschap, begroeid met enkele kleine struikjes en boompjes. Na zo’n 2 uur willen we wel graag even de benen strekken en we stoppen aan een klein dorpje waar Samou (de jongste gids) de bidons met water uit de plaatselijke waterkelder vult. Voornamelijk Thomas is opgelucht dat ook zijn edele delen opnieuw voldoende bloedtoevoer en ruimte krijgen, maar we voelen nu al dat de benen er inderdaad wel wat stijf van worden. In het dorpje komen nieuwsgierige kinderen een kijkje nemen en stellen ons de gewoonlijke vragen: “Rupee? School pen? Name please? Bottle please?”. Het lijkt wel een deel van de opvoeding van elk Indisch kind, over heel India. We geven onze lege flessen water af, want er is ons verteld dat ze deze kunnen inruilen voor wat centjes. We zetten onze tocht voort tussen enkele boompjes, struiken en vetplanten. In de verte kunnen we zelfs enkele gazellen zien weghuppelen in allerlei richtingen van het grote gevaarte dat wij zijn en dat hun richting uit komt. We passeren ook enkele koeien, schapen, geiten en zelfs kamelen die staan te grazen van de enkele plukjes groen die er staan. In dit deel van de woestijn leven enkele boeren die hun vee de vrije loop laten om zelf ondertussen hun afgebakende stuk land te bewerken of te schuilen voor de zon onder een eenzame boom op hun stukje land. Wij hobbelen ondertussen voort onder de blakende zon, maar de zandduinen waar we zullen stoppen zijn al in zicht. Toegekomen rond 15u30, vinden we een gezellig hutje met rieten dak waarin meerdere bedden opgeborgen liggen. We plaatsen er 3 naast elkaar en genieten van een rustmoment in de schaduw. Suban en Samou ontdoen de kamelen van hun bagage wat de beesten duidelijk deugd doet, want ze rollen spontaan hun kop en rug eens goed onder het zand. Suban is de kok van dienst en even verderop, in de schaduw van een boompje aan de rand van de zandduinen, maakt hij een vuurtje om chai en koffie voor ons te maken. Even voordien, tijdens onze rit had onze vriend ook het geweldige voorstel om frisse pinten te bestellen voor deze avond; natuurlijk willen we dat! Het water dat we bij ons droegen tijdens de tocht was na een uurtje al bijna aan de kook, dus een frisse pint zou zalig smaken. En ja hoor, na een uurtje rusten worden we verwend met 2 flessen Kingficher large, heerlijk fris, zeker in deze temperaturen van om en bij de 40°. Suban lijkt onvermoeibaar in deze hitte, want hij kookt meteen ook het avondeten voor vandaag: chapatti, rijst, bloemkool en spicy sauce. Gelukkig krijgen we alles apart op ons bord, want er zit wel héél veel chilli in deze saus! Het is nu bijna zonsondergang, wat we echt niet willen missen, en besluiten onze bedden op de heuvel te zetten en daar te genieten van het prachtige moment dat inderdaad volgt. We staan zelf verbaasd van wat onze camera presteert. Deze avond is het enkel en alleen genieten samen, in alle stilte, met de rijzende maan die samen met een hoop sterren de hemel verlicht. Na enkele uren hebben we stilaan de slaap in openlucht te pakken waarna opeens Suban ons wakker maakt met de vraag of we een gsm hebben die in India kan bellen. We moeten hem teleurstellen en vragen hem waarom. Blijkt dat er in z’n dorp, tijdens het festival van de feestdag, problemen zijn met z’n familie. Onze gids krijgt een telefoon van een andere collega iets verderop en na een gesprek met een vriend van z’n familie kotst hij z’n lever uit en barst in tranen uit. We vrezen beiden het ergste en Thomas gaat zich even bij de gids zetten. Na een babbeltje blijkt dat z’n broer ruzie had gekregen met iemand in het dorp en was daarna in de woestijn verdwenen. Natuurlijk had dit paniek gezaaid in de familie, maar Thomas had hem proberen sussen met het feit dat alles morgenvroeg wel goed zal komen… hopelijk.
Onze 2 gidsen – op het eerste zicht nog tienerjongens – binden de laatste voedselvoorzieningen nog vast aan de kamelen, terwijl onze blik wordt aangetrokken door iets wat zich in de verte afspeelt. Niet zo smakelijk vindt Lim dat, maar het is vandaag een Islamitische feestdag en dus worden er ook hier schapen geslacht voor het feestmaal. We zien namelijk in de verte een gestroopt schaap hangen aan een boom waar enkele mannen bezig zijn om het beest uit te benen. Lim houdt haar gedachten bij de kamelen, maar Thomas wil wel eens een kijkje gaan nemen, want het is uiteraard niet iets wat je elke dag ziet. Na enkele foto’s van dichterbij, maken de mannen duidelijk dat ze liever geen pottenkijkers erbij hebben, dus komt Thomas terug en kunnen we van start gaan met onze 3-daagse kamelensafari. De oudste van de 2 gidsen geeft ons elke een fles water voor onderweg, laat ons de kamelen bestijgen en zegt dat we ons zeer goed moeten vasthouden aan de knuppel vooraan het zadel van zodra de kameel opstaat. Zo gezegd, zo gedaan en het is inderdaad even een geschommel als hij eerst zijn achterpoten strekt en zich daarna opduwt op zijn voorpoten. Al bij al, niet zo moeilijk als gedacht en onze gids bevestigt alle kamelen aan elkaar vooraleer hij zelf met zijn kompaan op de voorste kameel springt. Elke kameel heeft een neuspiercing waaraan touwen bevestigd zijn om de kameel mee te besturen. Op dit moment hoeven we zelf nog niet veel te doen, want onze kameel volgt gewoon zijn voorganger waaraan hij vasthangt. Het is ondertussen 11u15 en al vrij heet, zo een 35graden. Suban, de oudste gids van de twee, maakt ons duidelijk dat we eigenlijk wel vrij laat vertrokken zijn en stelt voor om lunch over te slaan en meteen door te rijden naar de volgende stop, omdat het anders wel héél heet wordt deze namiddag. Voor ons geen probleem, want we vinden het nu al gezellig om al schommelend te genieten van de stilte en het wijde uitzicht op het droge landschap, begroeid met enkele kleine struikjes en boompjes. Na zo’n 2 uur willen we wel graag even de benen strekken en we stoppen aan een klein dorpje waar Samou (de jongste gids) de bidons met water uit de plaatselijke waterkelder vult. Voornamelijk Thomas is opgelucht dat ook zijn edele delen opnieuw voldoende bloedtoevoer en ruimte krijgen, maar we voelen nu al dat de benen er inderdaad wel wat stijf van worden. In het dorpje komen nieuwsgierige kinderen een kijkje nemen en stellen ons de gewoonlijke vragen: “Rupee? School pen? Name please? Bottle please?”. Het lijkt wel een deel van de opvoeding van elk Indisch kind, over heel India. We geven onze lege flessen water af, want er is ons verteld dat ze deze kunnen inruilen voor wat centjes. We zetten onze tocht voort tussen enkele boompjes, struiken en vetplanten. In de verte kunnen we zelfs enkele gazellen zien weghuppelen in allerlei richtingen van het grote gevaarte dat wij zijn en dat hun richting uit komt. We passeren ook enkele koeien, schapen, geiten en zelfs kamelen die staan te grazen van de enkele plukjes groen die er staan. In dit deel van de woestijn leven enkele boeren die hun vee de vrije loop laten om zelf ondertussen hun afgebakende stuk land te bewerken of te schuilen voor de zon onder een eenzame boom op hun stukje land. Wij hobbelen ondertussen voort onder de blakende zon, maar de zandduinen waar we zullen stoppen zijn al in zicht. Toegekomen rond 15u30, vinden we een gezellig hutje met rieten dak waarin meerdere bedden opgeborgen liggen. We plaatsen er 3 naast elkaar en genieten van een rustmoment in de schaduw. Suban en Samou ontdoen de kamelen van hun bagage wat de beesten duidelijk deugd doet, want ze rollen spontaan hun kop en rug eens goed onder het zand. Suban is de kok van dienst en even verderop, in de schaduw van een boompje aan de rand van de zandduinen, maakt hij een vuurtje om chai en koffie voor ons te maken. Even voordien, tijdens onze rit had onze vriend ook het geweldige voorstel om frisse pinten te bestellen voor deze avond; natuurlijk willen we dat! Het water dat we bij ons droegen tijdens de tocht was na een uurtje al bijna aan de kook, dus een frisse pint zou zalig smaken. En ja hoor, na een uurtje rusten worden we verwend met 2 flessen Kingficher large, heerlijk fris, zeker in deze temperaturen van om en bij de 40°. Suban lijkt onvermoeibaar in deze hitte, want hij kookt meteen ook het avondeten voor vandaag: chapatti, rijst, bloemkool en spicy sauce. Gelukkig krijgen we alles apart op ons bord, want er zit wel héél veel chilli in deze saus! Het is nu bijna zonsondergang, wat we echt niet willen missen, en besluiten onze bedden op de heuvel te zetten en daar te genieten van het prachtige moment dat inderdaad volgt. We staan zelf verbaasd van wat onze camera presteert. Deze avond is het enkel en alleen genieten samen, in alle stilte, met de rijzende maan die samen met een hoop sterren de hemel verlicht. Na enkele uren hebben we stilaan de slaap in openlucht te pakken waarna opeens Suban ons wakker maakt met de vraag of we een gsm hebben die in India kan bellen. We moeten hem teleurstellen en vragen hem waarom. Blijkt dat er in z’n dorp, tijdens het festival van de feestdag, problemen zijn met z’n familie. Onze gids krijgt een telefoon van een andere collega iets verderop en na een gesprek met een vriend van z’n familie kotst hij z’n lever uit en barst in tranen uit. We vrezen beiden het ergste en Thomas gaat zich even bij de gids zetten. Na een babbeltje blijkt dat z’n broer ruzie had gekregen met iemand in het dorp en was daarna in de woestijn verdwenen. Natuurlijk had dit paniek gezaaid in de familie, maar Thomas had hem proberen sussen met het feit dat alles morgenvroeg wel goed zal komen… hopelijk.
Dag 27 – 17/10/2013
’s Ochtends gewekt door Suban met
een chai en koffie blijkt dat alles uiteindelijk goed is gekomen. Niettemin
blijft hij nog wel wat stilletjes. Het is erg vochtig deze morgen en het is
flink afgekoeld afgelopen nacht. Het rillen van de dauw doet spontaan denken
aan de hete temperaturen die ons te wachten staan deze middag en relativeert
het boeltje meteen. De jongens maken ons ontbijt: Toast met confituur en
gekookte eitjes, niet slecht! Terwijl we het ontbijtje doorspoelen met, nu
terug, fris water worden de kamelen gezadeld. Een kwartiertje later zijn we
klaar voor vertrek. Het is nu 7.15u. Thomas vraagt of hij allen met de kameel
mag rijden, dit had hij gisteren ook al even gedaan en was probleemloos
verlopen. We kruipen op de kamelen, Thomas met de laatste kameel, en
vertrekken. De kameel van Thomas probeert meteen de andere kamelen goed te
volgen en mistrapt hem ergens. Het beest begint wild de bewegen en katapulteert
Thomas van z’n rug. Een frisse duik in het zand heeft hem goed wakker geschud.
De gids twijfelt even of Thomas wel nog alleen kan rijden, maar natuurlijk is
dit geen vraag, gewoon doorgaan! De rit daarna is er eentje van een uur of 3.
De stijfheid in de benen is wel te voelen, maar wordt meer dan gecompenseerd
door het rustige landschap. We hebben trouwens een nieuwe manier om minder pijn
te hebben tijdens het rijden, de twee benen langs één kant van het zadel. Wel
goed vasthouden, stel je voor dat er iemand van de kameel valt! Na een dikke
drie uur komen we aan een dorpje waar de jongens water gaan halen en de kamelen
kunnen drinken uit een klein poeltje. Aan het poeltje staan eveneens een hoop
mensen, ze zijn hier beton aan het storten. Een kleine betonmolen maakt de
massa en wordt daarna mooi glad gestreken door enkele arbeiders. Een andere
tiental mensen staan erop te kijken. Zo blijkt dat niet alleen “de mannen van
de gemeente” bij ons de controle op het werk hoog in het vaandel dragen. Daarnaast
staat er ook een klasje kinderen bij. Onschuldig dat ze ons eerst aankeken
ontaard al gauw in een stormloop en bedelfestijn om schoolpennen en alle andere
dingen die ze zien dat we bijhebben. Als je hier je gerief niet stevig bij je
houdt ben je zonder twijfel alles kwijt. Na de drinkpauze voor de kamelen
wandelen we nog een tiental minuutjes verder met de dieren aan de zijde
richting de plek waar Suban ons een stevige lunch zal maken.
We gooien ons neer achter een boompje en zinken al gauw weg in de boeken met een appeltje en chai/koffie. De kamelen ondertussen doen zich tegoed aan wat struikjes, ze mogen vrij rondlopen (met een touw aan de voorpoten zodat we ze geen kilometers ver moeten gaan zoeken). De lunch bevat weer chiapati, groentjes en een sausje. Eentonig maar lekker voor woestijnse normen. Na de lunch verlaat Hazumi ons, de kerel heeft een geboekte trein naar Jaipur. Suban maakt erg duidelijk dat het “goodbye time” is, ook voor Samou, want een klant minder wil ook zeggen dat er een werkkracht minder nodig is. De goodbye time doet bij ons de frank vallen dat de kleine wel graag een fooi zou krijgen (het is waarschijnlijk daarom dat ze minimum 10keer zeiden dat het bye bye is). We geven de jongste 200RPS. Hazumi had eigenlijk nog niet zo ver nagedacht en staat even met de mond vol wanneer ze hem eveneens, en vrij direct, om geld vragen (tot zover de spontane vriendschap).
Na nog een uurtje gelezen te hebben kruipen we terug op ons transport voor nog een ritje van een uur of twee. Tijdens dit ritje wordt het iets losser met onze gids, Suban. We krijgen hem zo ver dat hij vertelt over een Oekraïense toeriste die een jaar geleden met hem een 6-daagse trip door de woestijn heeft gedaan. Hij verloor toen z’n maagdelijkheid en is nog steeds aan het dromen over haar terugkomst. Als wederdienst voor al z’n prestaties tot nu toe sturen we in zijn naam een sms’je naar haar, z’n Engels is namelijk niet van het hoogste niveau. Na het toffe gesprekje vraagt hij ons (eigenlijk heel de tijd) of we het nog tof vinden. We antwoorden vrij eerlijk dat we een ander soort woestijn hadden verwacht. Iets meer duinen en minder struiken bijvoorbeeld. Dit komt bij hem, raar eigenlijk, in het verkeerde keelgat terecht. Hij wordt wat onzeker en blijft zichzelf en de trip verkopen als heel goed en al gauw blijkt dat hij gewoon bang is om z’n job te verliezen. Z’n baas kan meteen beslissen om iemand anders te nemen wanneer die wat verkeerde commentaar krijgt over een bepaalde gids. We proberen hem gerust te stellen, maar het zal wat tijd nodig hebben… Ondertussen komen we aan de plaats waar we zullen eten en slapen. Suban gaat voor ons om wat koude dranken en om eten voor de kamelen terwijl wij verdwalen in onze boeken. Even later is Suban terug en maakt ons chips met gesneden sjalotjes, gezellig en lekker aperitiefhapje. Hij brengt ook nog wat bezoekers mee. Een kerel met z’n zoontje op de motor. Enkele minuten later zit Thomas op de motor de woestijn onveilig te maken. We worden ook nog bezocht door enkele jonge kerels en twee schapenherders, toffe kerels. Na het eten maken we ons bedje in het zand. Vooreerst nog even een prestatie geleverd in de woestijn. Een constipatie van 4 dagen had een diep putje nodig om te begraven! Die avond genieten we van een bijna volle maan en een hoop scarabeeën op ons laken. Slaapwel.
We gooien ons neer achter een boompje en zinken al gauw weg in de boeken met een appeltje en chai/koffie. De kamelen ondertussen doen zich tegoed aan wat struikjes, ze mogen vrij rondlopen (met een touw aan de voorpoten zodat we ze geen kilometers ver moeten gaan zoeken). De lunch bevat weer chiapati, groentjes en een sausje. Eentonig maar lekker voor woestijnse normen. Na de lunch verlaat Hazumi ons, de kerel heeft een geboekte trein naar Jaipur. Suban maakt erg duidelijk dat het “goodbye time” is, ook voor Samou, want een klant minder wil ook zeggen dat er een werkkracht minder nodig is. De goodbye time doet bij ons de frank vallen dat de kleine wel graag een fooi zou krijgen (het is waarschijnlijk daarom dat ze minimum 10keer zeiden dat het bye bye is). We geven de jongste 200RPS. Hazumi had eigenlijk nog niet zo ver nagedacht en staat even met de mond vol wanneer ze hem eveneens, en vrij direct, om geld vragen (tot zover de spontane vriendschap).
Na nog een uurtje gelezen te hebben kruipen we terug op ons transport voor nog een ritje van een uur of twee. Tijdens dit ritje wordt het iets losser met onze gids, Suban. We krijgen hem zo ver dat hij vertelt over een Oekraïense toeriste die een jaar geleden met hem een 6-daagse trip door de woestijn heeft gedaan. Hij verloor toen z’n maagdelijkheid en is nog steeds aan het dromen over haar terugkomst. Als wederdienst voor al z’n prestaties tot nu toe sturen we in zijn naam een sms’je naar haar, z’n Engels is namelijk niet van het hoogste niveau. Na het toffe gesprekje vraagt hij ons (eigenlijk heel de tijd) of we het nog tof vinden. We antwoorden vrij eerlijk dat we een ander soort woestijn hadden verwacht. Iets meer duinen en minder struiken bijvoorbeeld. Dit komt bij hem, raar eigenlijk, in het verkeerde keelgat terecht. Hij wordt wat onzeker en blijft zichzelf en de trip verkopen als heel goed en al gauw blijkt dat hij gewoon bang is om z’n job te verliezen. Z’n baas kan meteen beslissen om iemand anders te nemen wanneer die wat verkeerde commentaar krijgt over een bepaalde gids. We proberen hem gerust te stellen, maar het zal wat tijd nodig hebben… Ondertussen komen we aan de plaats waar we zullen eten en slapen. Suban gaat voor ons om wat koude dranken en om eten voor de kamelen terwijl wij verdwalen in onze boeken. Even later is Suban terug en maakt ons chips met gesneden sjalotjes, gezellig en lekker aperitiefhapje. Hij brengt ook nog wat bezoekers mee. Een kerel met z’n zoontje op de motor. Enkele minuten later zit Thomas op de motor de woestijn onveilig te maken. We worden ook nog bezocht door enkele jonge kerels en twee schapenherders, toffe kerels. Na het eten maken we ons bedje in het zand. Vooreerst nog even een prestatie geleverd in de woestijn. Een constipatie van 4 dagen had een diep putje nodig om te begraven! Die avond genieten we van een bijna volle maan en een hoop scarabeeën op ons laken. Slaapwel.
Dag 28 – 18/10/2013
Net wakker geworden voor de zonsopgang en meteen ook weer
een momentje om even stil van te worden. De rijzende zon aan de horizon en
wetende dat we hier alleen in de woestijn weg van alles zitten. Onze Suban
maakt weer de gekookte eitjes met toastjes in compagnie van koffie en chai.
Straf werk dat em presteert! Tegen een 7u kruipen we weer op onze beesten en
het wordt een ritje van 2 en half uurtjes. Onderweg rijden we rustig, Suban
begeleidt te voet de kamelen en wij rijden gezellig naast elkaar. We hebben een
babbeltje over alle reizen die we al gedaan hebben en welke reizen we nog willen
doen na deze… Het zullen er nog behoorlijk veel kunnen worden! Australië,
Afrika, Canada en Zweden zijn er al enkele van J
We stoppen onderweg aan een Ghost dorpje dat eigenlijk drie verlaten huisjes
zijn. De mensen zijn er weggevlucht omdat er volgens de legende een kwade geest
de ziel van één van de zoons weggenomen heeft. Nog een tijdje waggelen brengt
ons aan een grote weide met een handvol kleine boompjes waar we halt houden en
ons tegoeddoen aan een koffie, Chai en appeltje. Suban maakt weer lunch voor
ons terwijl de kamelen de vrije loop hebben in de hete woestijn. Na de lunch
vraagt hij of we misschien een sms’je willen sturen naar zijn Oekraïense
vriendin. Uiteraard willen we de jongen wat verder helpen “on the path of
love”. We praten daarna wat over de voor ons normale zaken, maar blijkt dat
Suban echt niets weet over de actualiteit. Hij is 22 jaar en is nog nooit
verder dan 30km uit z’n dorp geweest. De WTC die in 2001 met de grond gelijk
werd gemaakt, is een nieuw verhaal voor hem. De onwetendheid is groot. Nog even
chillen terwijl Suban de kamelen ver moet gaan zoeken in de woestijn. Daarna
worden ze weer gezadeld en gaan we voor een laatste uurtje tot aan de finish
van onze woestijntocht. Tegen 15u zitten we klaar langs de weg om opgehaald te
worden door Babalu, de guesthouse uitbater. We nemen afscheid van Suban en
steken hem nog 500rps in de hand waar hij heel tevreden mee is. We pakken het
ook tactisch aan en geven het hem voor de neus van zijn baas en bedanken hem
van harte om zo de goede indruk achter te laten waarvoor hij zo bezorgd is. Een
ritje van een klein uurtje richting het dorp brengt ons tot aan de guesthouse
waar we zalig genieten van een douche en al het zand van de woestijn wegwassen
van onszelf en van de kleren. Jaja, weeral zelfstandig de eigen was gedaan!
Thomas gaat daarna de bus reserveren om richting Jaipur te reizen en gaat om
wat koude drankjes waarbij hij het natuurlijk niet kan laten om een frisse pint
naar binnen te laten stromen. Gelijk heeft hij toch! Die avond trekken we de
stad in en laten een eerste restaurantje (waar niemand zat) voor wat het is.
Iets verder komen we aan het legendarische fort van Jaisalmer en gaan naar een
van de hoogste rooftoprestaurantjes in het fort. Een soepje en daarna voor Lim
nog wat Chowmein (noodles met groentjes). Thomas laat het bij het soepje want
z’n darmflora is nog steeds niet op z’n plooi. Een echte matras laten we niet
langer wachten na een gezellig avondje.
Dag 29 – 19/10/2013
Die morgen pakken we ons boeltje in en droppen we onze
rugzakken in de berging en gaan het stadje in voor nog wat kleine inkopen en
een ontbijt. Het wordt uiteindelijk een brunch in het restaurantje “Little
Italy”. Een plaats waar ze Italiaanse specialiteiten hebben en wat we na 3
dagen Indische keuken wel verdiend hebben is Westerse schrans! Ze hebben er ook wifi dus we zijn er niet direct weg te
slaan. Even skypen en wat facebook is van tijd tot tijd toch plezant! Na de
brunch sturen we nog een kaartje naar Thomas z’n thuis (wat hij eerder écht
niet vergeten was, hij zocht écht de juiste plaats om een kaartje te sturen!)
en kopen wat vers fruit op een lokaal marktje. Je staat ervan versteld hoeveel
dezelfde kraampjes er zijn. Toch zijn ze volgens de bevolking vrij verschillend
van elkaar. De Indische uitspraak “Same,same but different” wat betekent “het
is volledig hetzelfde, maar anders” is hier weer op z’n plaats. De weg terug
gezocht door de kleine straatjes leidt ons weer tot bij de guesthouse vanwaar
Babalu ons naar het busstation brengt. De oudste en schraalste bus van de twee
die staan te wachten is onze bus. Dat belooft voor de lange nachtrit. We rijden
van 16u die middag tot ongeveer 6u ’s morgens. De langste busrit die we al
gedaan hebben. Wanneer je weet dat de chauffeurs ’s nachts veelal overleven op
Whisky en Opium is het al een gehele geruststelling. Geen probleem, de onze zal
dat wel niet doen J
We rijden een uurtje of 3 en lezen wat tot Lim ineens heel dringend moet gaan
wateren. Één van de eigenschappen van Limmeke is dat wanneer ze moet gaan, ze
écht moét gaan. Het rationeel denken verandert dan abrupt in één enkele
gedachte: “moet… gaan… nu!”. We proberen het duidelijk te maken aan de copiloot
dat er wel eens iets kan gebeuren met z’n bus als hij niet snel stopt, maar na
een eerste stop van 30 seconden gebaart hij dat we nog moeten wachten. Nog even
pushen doet de bus stoppen na een minuut of 10. Lim twijfelt geen seconde en
maakt een tijgersprong uit de bus richting een plaats die een kerel aanwijst.
Thomas volgt met de wc-rol. De plaats waar een wc zou moeten zijn, is gewoon
een donkere straat, zonder twijfelen gaat Lim “Indian Style” los op ’t straat.
Een nieuwe rivier is geboren! Thomas doet er ’t zijne bij. Na welgeteld
anderhalve minuut springen we terug op de bus het bedje in voor een hobbelige
nachtrit.
Dag 30 – 20/10/2013
De zonsopgang zien we vandaag in Jaipur, het is ongeveer een
uur of 6, en we worden meteen bij het afstappen belaagd door een hoop Riksja’s.
Niet zo vriendelijk, maar we lopen ze voorbij alsof ze lucht zijn, echt geen
zin in nu. Met de bagage wandelen we naar een kantoor iets verder waar we
meteen onze volgende busrit boeken die over een klein uurtje vertrekt naar
Agra. De stad van de Taj Mahal. We
hadden besloten om Jaipur over te slaan en hebben geen spijt van de beslissing
wanneer we de stad zien wakker worden: druk duk duk! Lim neemt een ontbijtje,
verse gebakken omelet op toastjes, Thomas slaat dit even over want zo’n
ontbijtmens is hij niet. De bus naar Agra vertrekt en we hebben zeteltjes in
plaats van bedden. Het zit er meteen vrij vol en wij hebben de enige stoel die
kapot is. Elke hobbel die de bus neemt, zorgt voor een milde vibratie van 30
centimeter van de rugleuning. Nog maar 7u te gaan J We zijn onderweg ook getuige
van een waar schouwspel tussen Indische toeristen en de lokale bevolking van
Rajastan op de bus. Ze willen per se op hun vooraf gereserveerde plaatsen
zitten (wat niet evident is hier!). Er volgt een hevige discussie wat de
aandacht van de hele bus trekt. We lachen de moeilijke familie uitbundig uit
samen met de locals want hoe moeilijk kan een mens toch zijn! De enige man van
de familie heeft dan ook een stemmetje van een communicantje wat het boeltje
nog plezanter maakt. Een uurtje voor aankomst stappen er nog wat vrouwen op met
kinderen en er is totaal geen plaats meer. We nemen dan maar twee kinderen op
de schoot wat de vrouwen uiteraard leuk vinden. Aangekomen in Agra in de vroege
namiddag worden we per tuktuk gebracht naar het treinstation om onze
treinticket naar Varanassi te regelen (de stad van de Ganges). Blijkt dat er
vandaag geen trein meer rijdt. Ons plan was om meteen door te reizen, want we
hebben even genoeg van het drukke India. De trein vertrekt morgen pas om kwart
na elf ’s avonds. We nemen vrede met het feit dat we wel een guesthouse buiten
het drukke stadsgebeuren zullen vinden. Inderdaad, een toeristenguesthouse met
kamertjes voor lage prijzen met deftig sanitair zal ons deugd doen. Op zo’n
manier doorreizen is namelijk vrij vermoeiend. Na een douche’ke besluiten we
ons niet te ver te verwijderen van het terrasje waar eten wordt geserveerd en
gratis internet beschikbaar is. Die avond drinken we een flesje gin en skypen
wat. Goed aangeschoten kruipen we ons bedje in nadat Thomas nog maar eens de wc
heeft geschilderd, de darmen zijn nog steeds niet in hun ideale toestand.
Dag 31 – 21/10/2013
Goed uitgerust gaan we vandaag toch maar richting het drukke
centrum van Agra om een glimp op te vangen van het wereldwonder. We nemen de
fietsriksja naar de regio van de Taj Mahal. Een oud ventje (vel over been)
fietst ons tot daar. We delen dezelfde mening over het feit dat de man echt wel
serieus hard moet presteren voor weinig geld. Daarnaast is het hier ook de normaalste
zaak en zijn we blij dat we hem betalen voor z’n prestatie in plaats van de
luie autoriksja’s. We besluiten aan de Taj Mahal eerst een hapje te eten. Voor
onderweg nemen we nog wat bananen mee, naar ’t schijnt is dat goed voor de
darmen, en wandelen naar de inkom van de Taj Mahal waar onderweg een hoop
zageventen ons met de taxi tot daar willen brengen. We zijn ze even beu en
verheffen de stem op onze beurt waarna een handvol Indiërs toch liever wat
afstand van ons neemt. Opgelost! Aangekomen aan de inkom zien we de democratische
prijzen voor de entrance: 10rps voor Indische toeristen en 750rps voor westerlingen.
Ze kunnen onze rug op en we wandelen langs de hoge ommuring naar de achterkant
van de Taj Mahal om daar een beeld te kunnen krijgen van het wereldwonder. Hier
stoten we op een dozijn agenten die de achterkant van het gebeuren bewaken. Ze
adviseren ons wel om naar de overkant van de rivier te gaan en dat we zo het
boeltje kunnen bekijken. We houden dat in ons achterhoofd en wandelen wat verder
tot aan een Rooftoprestaurant. Het logische denken zegt ons dat we vanuit de
hoogte waarschijnlijk ook wel een glimp kunnen opvangen. Inderdaad, we drinken
daar wat en genieten van het mooie zicht zonder er iets voor te moeten betalen;
bewuste en intelligente reizigers durven we onszelf nu wel noemen.
Een uurtje later beginnen we aan onze wandeling naar de overkant van de rivier. Onderweg naar daar proberen we langs de rivier te wandelen waar we een antwoord krijgen op onze vraag waar de dode koeien van in de stad naartoe worden gebracht. Er liggen drie gestroopte lijken van de beesten waar een hond en wat andere aaseters zich tegoeddoen aan de overschotten. Geen mooi zicht, maar realiteit en een aperitiefje voor Varanassi waar ze de lijken publiek verbranden aan de Gangesrivier. Een kilometertje of 2 verder gewandeld komen we aan een brug waar de trein de rivier oversteekt en we nemen diezelfde brug naar de overkant. Er is namelijk een smal paadje voorzien voor arbeiders die werken moeten uitvoeren aan het spoor. De lokale bevolking kent dit weggetje ook al goed en volgen de bende. Aan de overkant gekomen, vragen we de weg naar de tuin van de Taj Mahal, zo noemt de plaats vanwaar je het mooiste zicht krijgt. Ondernemend dat we zijn liften we de weg naar daar op een motor. De kerel wil ons achteraf geld aftrochelen, maar hij vangt bot. Liften, iets wat we goed kennen, is een gebeuren waarbij je niét betaalt voor vervoer! Aan de inkom van de tuin zijn er weer enkele shops gevestigd die eten en drinken verkopen. We willen wel iets te drinken en ook de kerels zien dit. Met enkelen roepen ze alles wat ze in huis hebben naar ons: “Yes sir, very good price for drinks”, “okay, here everything you want, cheap and good”, … na enkele weken ervaring met India snoeren we hen de mond. Thomas roept luidt terwijl hij gebaart met een vinger op z’n mond “Okay everybody shut up now, I don’t want to hear you anymore, just do chiillll en relax”. Een Indiër achter ons grinnikt (niet te luid) omdat iedereen ineens echt stil is. We overleggen even wat we willen en kopen een cola bij de eerste de beste en zwaaien ze salu. Nog steeds wordt er bijna geen woord gezegd J dit is dus dé manier! We betalen de inkom voor de tuin, 100rps per persoon, een heus verschil tegen de 750rps en wandelen de goed onderhouden tuin in. In de hoofdgang van de tuin krijgen we een schitterend beeld te zien van het wereldwonder en moeten toegeven dat het écht wel de moeite is. We nemen wat foto’s en genieten van het zicht waarna een Amerikaan, Tyler, ons komt begroeten. We praten wat en hij moet toegeven dat hij de Taj Mahal van hier mooier vindt dan van zo dichtbij met al het volk daar. Bevestiging van ons besluit, yes! Een halfuurtje later wandelen we met Tyler richting de uitgang waarbij hij ons vertelt dat hij een privéchauffeur heeft die hem van a naar b voert. We vragen of hij ons even wil afzetten aan een monument wat verderop, de “Baby Taj Mahal”. Uiteraard doet hij dat en na 10 minuten staan we aan de kleine Taj Mahal. Deze is gebouwd door de vrouw van de Maharadja die de grote Taj Mahal heeft gezet. Deze kleine stond er eerst. Toen de vrouw van de Maharadja gestorven is, had de Maharadja zoveel verdriet dat hij een gigantisch gebouw wou bouwen om z’n verdriet van het overlijden van z’n vrouw te verwerken. Hij vond geen goede architect in India dus liet hij iemand van Europa overkomen. Die architect heeft hij aangenomen nadat hij diens vrouw had omgelegd. Zo zou de architect beter begrijpen welke emoties er in het gebouw moeten gelegd worden, bizar maar Indische geschiedenis! In ieder geval, het kleine gebouw heeft maar een fractie van de uitstraling vergeleken met de Taj Mahal en wandelen vrij snel binnen en buiten. Buiten gekomen nemen we na wat onderhandelen een Riksja naar een restaurant aan de overkant van de rivier. De man zegt dat hij hier geen winst bij heeft, maar het zal ons worst wezen, ze kunnen ons wijsmaken wat ze willen. Deze keer hebben we echte file, het verkeer over de brug gaat even goed vooruit als om 8u ’s morgens op een maandag de kennedytunnel proberen doorrijden met de auto (met de moto is dit een ander verhaal!). We eten een lekker gerechtje in een iets duurder restaurant en wachten dan in onze guesthouse nog wat tot we onze trein moeten nemen. Even voor we vertrekken maken we kennis met een Frans koppel dat dezelfde trein moet nemen. We delen een Riksja met hen (met vieren en backpacks in een Riksja is écht een komisch zicht!) en komen aan het station van Agra. Een uurtje later stappen we de trein op richting Varanassi. Er zitten veel toeristen op, zowel Indisch als Westers, want het is hier voor de locals ook vakantie. Tegen twaalf uur doen we de lichten uit en proberen we de slaap te vatten.
Een uurtje later beginnen we aan onze wandeling naar de overkant van de rivier. Onderweg naar daar proberen we langs de rivier te wandelen waar we een antwoord krijgen op onze vraag waar de dode koeien van in de stad naartoe worden gebracht. Er liggen drie gestroopte lijken van de beesten waar een hond en wat andere aaseters zich tegoeddoen aan de overschotten. Geen mooi zicht, maar realiteit en een aperitiefje voor Varanassi waar ze de lijken publiek verbranden aan de Gangesrivier. Een kilometertje of 2 verder gewandeld komen we aan een brug waar de trein de rivier oversteekt en we nemen diezelfde brug naar de overkant. Er is namelijk een smal paadje voorzien voor arbeiders die werken moeten uitvoeren aan het spoor. De lokale bevolking kent dit weggetje ook al goed en volgen de bende. Aan de overkant gekomen, vragen we de weg naar de tuin van de Taj Mahal, zo noemt de plaats vanwaar je het mooiste zicht krijgt. Ondernemend dat we zijn liften we de weg naar daar op een motor. De kerel wil ons achteraf geld aftrochelen, maar hij vangt bot. Liften, iets wat we goed kennen, is een gebeuren waarbij je niét betaalt voor vervoer! Aan de inkom van de tuin zijn er weer enkele shops gevestigd die eten en drinken verkopen. We willen wel iets te drinken en ook de kerels zien dit. Met enkelen roepen ze alles wat ze in huis hebben naar ons: “Yes sir, very good price for drinks”, “okay, here everything you want, cheap and good”, … na enkele weken ervaring met India snoeren we hen de mond. Thomas roept luidt terwijl hij gebaart met een vinger op z’n mond “Okay everybody shut up now, I don’t want to hear you anymore, just do chiillll en relax”. Een Indiër achter ons grinnikt (niet te luid) omdat iedereen ineens echt stil is. We overleggen even wat we willen en kopen een cola bij de eerste de beste en zwaaien ze salu. Nog steeds wordt er bijna geen woord gezegd J dit is dus dé manier! We betalen de inkom voor de tuin, 100rps per persoon, een heus verschil tegen de 750rps en wandelen de goed onderhouden tuin in. In de hoofdgang van de tuin krijgen we een schitterend beeld te zien van het wereldwonder en moeten toegeven dat het écht wel de moeite is. We nemen wat foto’s en genieten van het zicht waarna een Amerikaan, Tyler, ons komt begroeten. We praten wat en hij moet toegeven dat hij de Taj Mahal van hier mooier vindt dan van zo dichtbij met al het volk daar. Bevestiging van ons besluit, yes! Een halfuurtje later wandelen we met Tyler richting de uitgang waarbij hij ons vertelt dat hij een privéchauffeur heeft die hem van a naar b voert. We vragen of hij ons even wil afzetten aan een monument wat verderop, de “Baby Taj Mahal”. Uiteraard doet hij dat en na 10 minuten staan we aan de kleine Taj Mahal. Deze is gebouwd door de vrouw van de Maharadja die de grote Taj Mahal heeft gezet. Deze kleine stond er eerst. Toen de vrouw van de Maharadja gestorven is, had de Maharadja zoveel verdriet dat hij een gigantisch gebouw wou bouwen om z’n verdriet van het overlijden van z’n vrouw te verwerken. Hij vond geen goede architect in India dus liet hij iemand van Europa overkomen. Die architect heeft hij aangenomen nadat hij diens vrouw had omgelegd. Zo zou de architect beter begrijpen welke emoties er in het gebouw moeten gelegd worden, bizar maar Indische geschiedenis! In ieder geval, het kleine gebouw heeft maar een fractie van de uitstraling vergeleken met de Taj Mahal en wandelen vrij snel binnen en buiten. Buiten gekomen nemen we na wat onderhandelen een Riksja naar een restaurant aan de overkant van de rivier. De man zegt dat hij hier geen winst bij heeft, maar het zal ons worst wezen, ze kunnen ons wijsmaken wat ze willen. Deze keer hebben we echte file, het verkeer over de brug gaat even goed vooruit als om 8u ’s morgens op een maandag de kennedytunnel proberen doorrijden met de auto (met de moto is dit een ander verhaal!). We eten een lekker gerechtje in een iets duurder restaurant en wachten dan in onze guesthouse nog wat tot we onze trein moeten nemen. Even voor we vertrekken maken we kennis met een Frans koppel dat dezelfde trein moet nemen. We delen een Riksja met hen (met vieren en backpacks in een Riksja is écht een komisch zicht!) en komen aan het station van Agra. Een uurtje later stappen we de trein op richting Varanassi. Er zitten veel toeristen op, zowel Indisch als Westers, want het is hier voor de locals ook vakantie. Tegen twaalf uur doen we de lichten uit en proberen we de slaap te vatten.
Dag 32 – 22/10/2013
Tegen de middag rijden we Varanassi binnen en worden deze
keer meer dan ooit overspoeld door oneerlijke Riksjarijders. Koppige beesten
dat we zijn geven we niet toe en willen niet voor meer dan 80rps naar onze
bestemming gebracht worden. Ze vragen ons ook steeds naar welke guesthouse we
moeten zodat ze daar commissie kunnen opstrijken; het zal niet pakken want we
geven hen gewoon een straatnaam. Hierop haken er al enkelen af en alleen de
doorzetters blijven. Het lukt uiteindelijk voor 80rps, maar we beseffen meteen
waarom ze meer geld willen. Het is een hectische rit door hevig verkeer en
kleine straatjes. Hoe dichter we komen bij de regio van de rivier, hoe minder
motorverkeer er is en hoe kleiner de straatjes hier worden. 20 minuten
verwijderd van de guesthouse waarnaar we zoeken stappen we uit de Riksja en
gaan te voet verder. Onderweg krijgen we een serieus hongertje en proberen de
lokale snacks om de maag toch al iets te geven. Thomas werkt het ook naar
binnen terwijl hij weer twijfelt over de toestand van de darmflora… We zullen
wel zien! Trouwens eveneens het moto van deze hele reis! Terwijl we dichter bij
Puya Guesthouse komen worden we weer aangesproken door paljassen die commissie
willen verdienen door ons zogezegd te begeleiden. Wat ze doen is ons simpelweg
voorgaan richting de meeste guesthouses en nadat ze ons zien binnenstappen
overtuigen ze de manager dat zij ons naar hier hebben gebracht. Er loopt er één
voor ons met een blauw hemd die overduidelijk dit plan in z’n hoofd heeft.
Thomas roept de man met een hevige “Héy”. De man schrikt en draait zich om. Thomas gaat tot een 20-tal
centimeter van het gezicht voor de man staan “You stop following us, we know
what you’re doing, we are not joking and if you don’t stop, there will be
problems for you!”. De man gebaart van krommenaas, maar we zeggen dat we hem in ‘t oog houden. Aangekomen
in de guesthouse komt de manager ons tegemoet. Na nog een glimp naar de inkom
zien we de man met het blauwe hemd zich net verstoppen achter een muurtje. Dit
in het achterhoofd volgen we de manager naar een kamer. We zien een kamer van
600rps die ons wel aanspreekt. Wat
we hierna zeggen tegen de manager verlaagt de prijs naar 500rps “the guy in
blue who was following us, was just annoying us and he really DID NOT help us,
so don’t give him any commission!”. De manager beweert natuurlijk dat ze
hier niet aan meedoen, maar doet spontaan 100rps van de prijs. We krijgen dus
gelijk en nemen de kamer J
Een douche later gooien we ons neer op het dakterras van het gebouw en merken
dat we vrijwel op het hoogste restaurant zitten van de hele stad wat ons een
geweldig uitzicht geeft over de stad en de rivier die van hier op een 50 meter
afstand ligt. Een kerel wat verder en een Engelstalige met een vreemd accent
zit de tafel naast ons en krijgt z’n lunch geserveerd. Eitjes met frietjes en
bonen in tomatensaus. We volgen z’n voorbeeld en bestellen iets in die trend.
Terwijl ze ons eten klaarmaken slaan we aan de babbel met Gamp, de kerel naast
ons, wie blijkt een Schot te zijn en stelt ons de andere gast, Ian, voor. Nog
een schot. Na een gezellige babbel met Gamp blijkt dat hij een badmeester was
tot voor kort en dat hij nu rondreist met z’n gitaar en muziek. Z’n droom is
rondreizen over de wereld en geld verdienen met de muziek die hij maakt. Toffe
gast! Na de babbel eten we dus wat, lezen onze boeken en klimatiseren in het grote Varanassi. Die avond, terwijl we
weer aan het eten zijn, komt iedereen van de Engelstaligen bij elkaar op het
terras. Gamp, Ian, Mitch, Lou en Glenn. De eerste drie reizen sinds kort samen.
Ian en Mitch zijn samen vertrokken en Gamp hebben ze enkele weken geleden leren
kennen. Een week geleden is het trio op het koppel Lou en Glenn gestoten. Een
40-jarige Engelse (Lou) en een 42-jarige Australiër (Glenn). Een supergezellig
en ruimdenkend koppel dat niets liever doet dan reizen. Ze zijn nu 10 jaar
samen en hebben al heel wat gereisd en meegemaakt in hun leven. Interessante
mensen en we voelen meteen dat het hier goed klikt! Glenn vertelt over de
kanotrip die ze vandaag maakten naar de overkant om de kannibalen te zien die
naar ’t schijnt de lijken opeten om gezegend te worden. Ze hebben ze niet
gezien, maar we fantaseren rijkelijk over alle mogelijke dingen die ze met de
lijken zouden doen (cricket spelen, golfen, …). Uiteindelijk zegt Glenn dat hij
elke morgen omstreeks 6u op het terras zit om de apen en de stad te zien
opstaan. We besluiten nu in ons bedje te kruipen en hem morgenvroeg te
vergezellen.
Dag 33 – 23/10/2013
We komen vroeg uit de veren iets voor 6u en ontmoeten Glenn
op het terras. Het is een waar spektakel hoe de apen van dak tot dak springen
met hele kuddes. De mensen die de apen tevergeefs wegjagen en hoe de kleren van
de terrassen worden gegooid door de apen is een entertainment op een hoog
niveau. In het gezelschap van de ontwakende stad lezen we wat. Een zalige start
van de dag en gezellig te weten dat de drukte van de stad niet tot hierboven
reikt. Na het ontbijt gaan we samen met Glenn, Lou en Mitch de stad in om naar
de Lalitan en Manikarnika Ghat te wandelen. De plaats waar 24 op 7 lijken
worden verbrand. Onderweg ernaartoe passeren we trappen naar de rivier waar de
buffels naar beneden stormen richting het water. De kolossen zijn gigantisch en
niet te stoppen. Opletten hier! Hier gaan we een gebouw in vanwaar we op de
eerste verdieping direct zicht krijgen op een viertal brandstapels (elke
brandstapel is voor een bepaalde Kast in het Indische systeem, de ene is hoger dan
de andere en zo onderscheiden de hoger geplaatsten zich weer van de lagere
klassen in de bevolking). Net onder ons ligt een smeulend lijk op de stapel
terwijl een arbeider het hout wat aanport om het boeltje terug brandend te
krijgen. Door de hevige rook gaan we terug naar beneden om het nu van iets
dichter te gaan bekijken, foto’s nemen doen we hier trouwens niet, kwestie van
respect. We gaan een tempeltje binnen met z’n vijven en vergezellen een tiental
Indiërs die er bij elkaar zitten. Allemaal mannen waarvan één de
verantwoordelijke voor deze tempel. We praten wat met hen terwijl er eentje een
Hasjpijp klaarmaakt waarvan iedereen lurkt. Dit is eveneens deel van het
heilige gedeelte blijkbaar. Ook Mitch, Glenn en Thomas proberen het boeltje en
gekuch hoort erbij. Na een kleine donatie gegeven te hebben aan de tempel
wandelen we naar een verhoogde brandstapel en zien een vrouw die een halfuur op
de stapel ligt weg te branden van op een meter afstand. Het beeld van haar
verkoolde gezicht en arm waarvan het vlees is weggebrand en enkel de armbanden
rond het bot nog overschieten is iets wat we niet snel zullen vergeten! Het is
vrij choquerend en surreëel, maar anderzijds ook de realiteit van het Indische
leven. Tranen worden hier niet gelaten door de mensen die hun dierbaren
verbranden want dat zou de geest van de dode niet gerust kunnen laten
vertrekken. Om de geest te laten vertrekken wordt de schedel ook gespleten door
de broer of zoon van de dode alvorens de verbranding. Wat een tradities! Daarna
wandelen we verder naar de badplaats. Hier doen Glenn, Mitch en Thomas het
ritueel onder het moto “je krijgt maar één keer in je leven de kans om gezegend
te worden in de Ganges”. Drie keer onderdompelen in de smerige rivier zal
zorgen voor geluk. Het aantal bacteriën in de rivier hier in Varanassi bedraagt
1.5 miljoen bacteriën per 100ml. Als je weet dat normaal drinkwater 15
bacteriën per 100ml bedraagt was het wel twee keer nadenken, maar ja, Thomas
had toch al diaree dus veel zou dit niet veranderen. Na de gezellige
ochtendwandeling eten we wat en chillen we op het terras. Rond 16u vertrekken
Mitch, Gamp en Thomas de stad in op zoek naar een Whisky-store want we gaan er
een gezellige avond van maken. Het was even zoeken, maar uiteindelijk geraken
we toch aan drie grote flessen. Daarna wordt Gamp aangesproken door een kerel
die Hasj verkoopt. Gamp, Mitch en Ian zijn fervente weedrokers dus gaan we even
mee met de man. Na een halfuurtje lopen Gamp en Mitch buiten met 10gram Hasj
voor 1500rps of iets minder dan 20 euro. Ze hebben blijkbaar een goede koop
gedaan. We eten nog een Dosa voor we terugkeren. Ondertussen heeft Lim een
babbel met Lou. Lou vertelt over hoe ze al drie keer bijna dood geweest is,
zotte verhalen en de vrouw heeft een weergaloos lichaam hoe ze dit allemaal
heeft overleefd. Glenn praat over het conservatieve, christelijke Australië en
over z’n familie. Beiden hebben niet veel om naar terug te keren en hebben
elkaar leren kennen op reis in Australië. Sindsdien reizen ze samen en zijn ze
op zoek naar niets dan geluk, simpel geluk. Die avond eten we wat op het
hoogste terras van ons gebouw, de hasj wordt gerookt en de flessen whisky
worden kantuit gemaakt. Een dronken en onvergetelijke avond is het. Iedereen
babbelt met iedereen. Dit is reizen, met collega-reizigers verhalen delen en
genieten van alle momenten die ons worden voorgeschoteld. Op het einde en heel
dronken besluit Glenn ons te overtuigen van hoe naakt we uit de moeder komen
als we geboren worden en dat we niet meer zijn dan dit. Dit gezegd zijnde smijt
hij al z’n kleren uit en babbelt verder in z’n pure blootje, Ian volgt
dronkenschapsgewijs z’n voorbeeld. Weer een zotte herinnering bij J we slapen heel goed
die nacht!
Dag 34 – 24/10/2013
Vandaag belooft een lui dagje te worden. De kater die
iedereen behalve Gamp en Lim hebben zal de eerste uren niet over zijn. De twee
zijn de slimsten geweest en hebben zich niet zo hard bezopen gisteren. Iedereen
deelt dezelfde mening. Vandaag wordt chillen, eten, veel water drinken en
wanneer nodig nog een dutje gaan doen. Ondertussen toch nog iets nuttig gedaan:
de trein gereserveerd voor overmorgen ’s avonds om 23u. De slaaptrein naar
Gorakhpur om daarna de grens naar Nepal over te steken. Een van de garcons ziet
de zwakke dag van Thomas en vraagt om een klein kaartspelletje te spelen, een
gokspel. Simpel, je kiest een kaart en gooit dan om de beurt een kaart om.
Degene die eerst de kaart heeft die werd gekozen wint. Vooreerst zet je dan
geld in. Nadat Thomas 100rps (op een tiental spelletjes) verloren heeft beslist
hij te stoppen, winnen zit er niet in vandaag. Daarna leren Glenn en Lou ons
nog een spelletje, Shithead. Een simpel en tof spelletje dat je met twee kan
spelen. Goed om de tijd te doden. Mitch en Ian hebben we nog niet gezien
vandaag, ze liggen nog K.O. in hun bed. ’s Avonds spelen we wat met de
jongleerballetjes en de garcons willen “throw and catch” spelen. Wat drie
balletjes al niet doen. Natuurlijk zagen we het al aankomen, één van de
balletjes gaat over het hek en valt naar beneden. De kerels verzekeren ons dat
we het morgen wel zullen vinden. Geen probleem. Glenn en Lou gaan slapen en
worden vervangen door Mitch en Ian die stilaan toch honger krijgen. Ondertussen
speelt Gamp op z’n gitaar en de kerel kan echt wat met de gitaar! We sluiten de
dag zalig genietend af met een streep muziek en besluiten morgen fris op te
staan!
Dag 35 – 25/10/2013
Deze nacht heeft Lim slecht geslapen. De hele nacht heeft
een jankende hond haar wakker gehouden. ’s Morgens waren de wenende kinderen
hetgeen wat ons van de slaap belette dus we zijn dan maar opgestaan. Terwijl we
ontbijten in de stralende en vooral warme zon ziet Lim de hond deze nacht heeft
gejankt. De hond begint weer te janken wanneer z’n baasje hem slaat met een
forse stok. Lim springt op en wordt furieus op de man die daar beneden z’n
beest mishandelt. Hoe ze ook geniet van haar ontbijt, de toast met scrambled
eggs gaat richting de paljas daar beneden. De kerel zegt dat het zijn hond is
dus hij mag doen wat hij wil. Achteraf bleek dat de hond vlooien heeft en dat
de man de hond belet zijn lijf open te krabben. Naast het feit dat de man
wellicht zorgt voor z’n hond is het te hard om zien hoe de hond werd geslagen!
Ondertussen drijft er weer een halve koe voorbij in de Ganges, elke keer zoomen
we weer in met de camera om te zien of het geen lijk is. Ineens worden we
geroepen door klein mannen enkele verdiepingen lager die blijkbaar het
jongleerballetje gevonden hebben. Ze willen het niet teruggooien zonder dat ze
er 10rps voor krijgen. Wanneer blijkt dat ze geen geld zullen krijgen
verstoppen ze het eerst terug, maar uiteindelijk gooien ze het toch terug. Die
kinderen krijgen het bedelen precies overal aangeleerd!
Die dag beslissen we met de hele bende de stad in te trekken, vuurwerk te gaan kopen voor vanavond, enkele sportartikelen te kopen en een bootje te nemen naar een zandvlakte in de Ganges waar we de middag zullen doorbrengen. We kopen in de stad een cricketbat, 3 tennisballen en een frisbee. Het vuurwerk kopen we voor 2500rps en het belooft te knallen vanavond! Daarna nemen we een bootje naar de zandvlakte. Na een kwartiertje varen, arriveren we en een drietal kinderen te paard willen ons meteen een ritje aanbieden voor 100rps. We hebben al genoeg om mee te spelen dus bedanken hen vriendelijk. Ian, die vrij vlot Hindi spreekt, maakt hen duidelijk dat ze ons ook niet moeten volgen. We amuseren ons met de ballen en frisbee terwijl de kinderen te paard weer komen zagen. Gamp gaat erop in en doet een paardritje, koddig zicht wel! De andere kinderen worden weer weggestuurd door Ian, alleszins verdienstelijke pogingen die hij onderneemt maar de kinderen blijven beter plakken dan tuttefrut. Na een uurtje worden we omgeven door een bende van een 40-tal Indiërs die spontaan meespelen. Ze leren ons al gauw hoe je echt cricket moet spelen en worden steeds enthousiaster. Ian heeft het idee om de gekochte cricketbat en de tennisballen weg te geven aan de Indiërs, maar ze zullen wel een prestatie moeten leveren. We organiseren een loopwedstrijd met het sportgerief als trofee. Ian weet in Hindi duidelijk te maken dat ze allemaal op een lijn moeten gaan staan en beginnen te lopen op 3,2,1,Go! Ze lopen de ziel uit hun lijf en even later loopt een trotse Indiër rond met de bat en de ballen. We krijgen er zelf niet genoeg van dus doen we dat nog een keer met steeds als prijs 50rps. Grappig zicht hoe de hele bende meedoet! Na een zonsondergang varen we terug richting de overkant. We fantaseren nog even over hoe we misschien samen binnen enkele jaren de Varanassi Olympics zullen organiseren. Wij baten een kleine restaurantje uit op de zandvlakte, Lou zal meehelpen en de rest neemt de organisatie van de sporten voor zich. Misschien tegen 2020… Boven gekomen op ons terras eten we wat en beginnen stilaan het vuurwerk af te steken. We hebben 10 kleintjes en 6 grote. Thomas probeerde al eens een kleintje uit en blijkt dat de lont opbrandt op iets minder dan 2seconden. Niettemin, een beetje spanning is altijd welkom J Terwijl Gamp de gitaar boven haalt, wordt het vuurwerk verder de lucht ingepompt. Weer een TOPAVOND met de hele bende. Wanneer we ’s avonds op de kamer komen, delen we dezelfde mening: “zo’n zalige tijd met deze hoop, een superafsluiter voor India en het is de eerste keer dat we minder zin hebben om te vertrekken”.
Die dag beslissen we met de hele bende de stad in te trekken, vuurwerk te gaan kopen voor vanavond, enkele sportartikelen te kopen en een bootje te nemen naar een zandvlakte in de Ganges waar we de middag zullen doorbrengen. We kopen in de stad een cricketbat, 3 tennisballen en een frisbee. Het vuurwerk kopen we voor 2500rps en het belooft te knallen vanavond! Daarna nemen we een bootje naar de zandvlakte. Na een kwartiertje varen, arriveren we en een drietal kinderen te paard willen ons meteen een ritje aanbieden voor 100rps. We hebben al genoeg om mee te spelen dus bedanken hen vriendelijk. Ian, die vrij vlot Hindi spreekt, maakt hen duidelijk dat ze ons ook niet moeten volgen. We amuseren ons met de ballen en frisbee terwijl de kinderen te paard weer komen zagen. Gamp gaat erop in en doet een paardritje, koddig zicht wel! De andere kinderen worden weer weggestuurd door Ian, alleszins verdienstelijke pogingen die hij onderneemt maar de kinderen blijven beter plakken dan tuttefrut. Na een uurtje worden we omgeven door een bende van een 40-tal Indiërs die spontaan meespelen. Ze leren ons al gauw hoe je echt cricket moet spelen en worden steeds enthousiaster. Ian heeft het idee om de gekochte cricketbat en de tennisballen weg te geven aan de Indiërs, maar ze zullen wel een prestatie moeten leveren. We organiseren een loopwedstrijd met het sportgerief als trofee. Ian weet in Hindi duidelijk te maken dat ze allemaal op een lijn moeten gaan staan en beginnen te lopen op 3,2,1,Go! Ze lopen de ziel uit hun lijf en even later loopt een trotse Indiër rond met de bat en de ballen. We krijgen er zelf niet genoeg van dus doen we dat nog een keer met steeds als prijs 50rps. Grappig zicht hoe de hele bende meedoet! Na een zonsondergang varen we terug richting de overkant. We fantaseren nog even over hoe we misschien samen binnen enkele jaren de Varanassi Olympics zullen organiseren. Wij baten een kleine restaurantje uit op de zandvlakte, Lou zal meehelpen en de rest neemt de organisatie van de sporten voor zich. Misschien tegen 2020… Boven gekomen op ons terras eten we wat en beginnen stilaan het vuurwerk af te steken. We hebben 10 kleintjes en 6 grote. Thomas probeerde al eens een kleintje uit en blijkt dat de lont opbrandt op iets minder dan 2seconden. Niettemin, een beetje spanning is altijd welkom J Terwijl Gamp de gitaar boven haalt, wordt het vuurwerk verder de lucht ingepompt. Weer een TOPAVOND met de hele bende. Wanneer we ’s avonds op de kamer komen, delen we dezelfde mening: “zo’n zalige tijd met deze hoop, een superafsluiter voor India en het is de eerste keer dat we minder zin hebben om te vertrekken”.
Dag 36 – 26/10/2013
Vandaag is onze laatste dag in Varanassi. We pakken de
rugzakken en droppen ze bij Lou en Glenn op de kamer tot we vertrekken. We
besluiten vandaag om samen met de hoop op het terras te blijven hangen. Mitch
heeft op z’n harde schijf een fantastische muziek- en filmbibliotheek staan.
Hij begrijpt niet dat we maar met 6 albums en zonder films de reis kunnen maken
dus stelt hij voor om wat over te zetten. We nemen ongeveer 40 films en 150
albums van z’n schijf. Zal van pas komen. Terwijl Thomas de bibliotheek
aanvult, schrijft Lim de dagboek bij en we lezen wat om de tijd te doden. Tegen
de avond leren Glenn en Lou ons nog een dobbelspelletje. Het is in de trend van
‘trietsen’, maar het is eerder een gokspelletje. In ieder geval, samen met hen
en Ian spelen we het spelletje en Lim wint het boeltje 2 keer. Iedereen geeft
op, Lim is de beste! Glenn en Lou hadden ons beloofd dat we hun douche mochten
gebruiken waar we nu wel zin in hebben. In de badkamer staan 3 shampoos, een
chocolade zeep en de douche heeft warm water! De eerste warme douche in vijf
weken! We bedanken hen voor de zalige douche en de zeep. Even later komt Lou
aangelopen met nog een verpakte chocoladezeep die we als afscheidscadeau
meekrijgen. Lieve Lou! De rest van de avond is wat tijd doden door nog maar wat
te eten, wat te lezen, pintjes drinken en nog wat babbelen. Tegen 21u moeten we
stilaan vertrekken en wordt het tijd voor afscheid. Het is de eerste keer dat
het moeilijk afscheid nemen is. Een paar stevige knuffels en gelukwensen later
zwaaien we de bende uit, hangen de rugzak op de rug en beginnen we de tocht
naar het treinstation. Zo ’s nachts ziet alles er toch anders uit, maar na
enkele kleine straatjes door te lopen, komen we aan een grotere plek. Een zatte
paljas wil ons de weg wijzen, maar maken hem al snel duidelijk dat er aan ons
geen geld te verdienen valt. Na een tiental minuutjes zitten we in een
autoriksja richting de trein. Aangekomen op het treinstation ontmoeten we een
Nederlandse (oorspronkelijk van de Nederlandse Antillen) en ze vertelt ons dat
ze een maand in India en Nepal trekt. Ze heeft het boeltje ongeveer een jaar
voorbereid. We antwoorden dat ze dat goed heeft gedaan, maar denken beiden
hetzelfde: “een heel jaar voorbereiding? Voor één maand? Één maand?
Controlefreak!”. Dit blijkt nog maar wanneer de trein tien minuten te laat is
en ze bijna het schuim op de mond krijgt van de zenuwen. Natuurlijk weten wij
beter: “treintje komt zo, Indische tijd hier hé!”. We reizen de eerste keer in
eerste klasse omdat de lagere klassen allemaal volzet waren. Het enige verschil
is dat je twee bedden in een apart en afsluitbaar kabinetje hebt, maar
comfortabeler? Baneet! We gebruiken die nacht maar één van de twee bedden.
Dodo!
Dag 37 – 27/10/2013
Aangekomen in Gorakhpur komt het welkomstcomité ons weer
tegemoet, maar vooraleer we verder reizen is het tijd om iets te eten. In een
wegrestaurantje eten we omelet met toast. Terwijl ze het eten maken, gaat
Thomas al even op prospectie. Na het ontbijt, waar Lim van genoot en Thomas met
lange tanden aan gepietst heeft (nog steeds schijterij), begeven we ons
richting een busje dat tot net voor de grens rijdt. Voordat de bus de echte weg
op rijdt, maken we nog een hele tour rond het dorp om dan terug op dezelfde
plaats van vertrek even halt te houden en dan pas te vertrekken, Indiërs… Op de
bus zien we de eerste Nepalese gezichten en we krijgen nu echt zin in Nepal!
Een uurtje of twee later staan we op een kilometer van de grens en wandelen
langs een enorme file vrachtwagens richting de grens naar Nepal. Een van de
laatste Indiërs die we zullen zien gebaart ons dat we hem moeten volgen voor de
douaneformulieren. Dit doen we ook en arrangeren dit op een minuutje of 5. Een
minuutje of 5 later passeren we de grens: “WELCOME TO NEPAL!!!”. Daar betalen
we de visums en Thomas gaat even naar het sanitair want hij staat weer bijna in
z’n broek te schijten, die diaree toch! Hij nijpt het boeltje terug naar boven,
want de toiletten zijn daar op z’n minst erbarmelijk! We krijgen onze
paspoorten terug en zijn nu echt in Nepal. We moeten hier wat geld wisselen dus
zoeken we even de beste koers. Aan het loket wisselen we honderd dollar en
krijgen 9500rps. De koers is hier 125rps voor 1 euro. Er staat een oud Nepalees
vrouwtje naast ons dat blij is dat ze enkele munten krijgt van het
wisselkantoor. We kijken ze aan en denken beiden hetzelfde “onze laatste
Indische roepies gaan naar haar”. We geven het vrouwtje honderd Indische Roepie
en ze kust haar handen en zegent ons. Iemand gelukkig maken, met zo weinig en
zo’n oprechte, hartelijke reactie krijgen doet deugd! De eerste keer tijdens
onze reis dat we echt een goed gevoel krijgen door iemand iets te geven. Wat
later zitten we op een fietsriksja die ons naar de bushalte zal brengen. De
bushalte blijkt een reisagentschap te zijn die voor ons de tickets zal boeken.
Achteraf zal blijken dat hij ons bijna het dubbele van de prijs heeft
aangerekend. Ook hier moeten we dus op onze hoede zijn! Terwijl we wachten op
de bus, gaat Thomas even de pot schilderen want 4u bus met het buikgevoel dat
hij nu heeft is vrijwel onmogelijk, zeker als we de zeteltjes proper willen
houden. Eens de bus op leggen we de eerste contacten met een Nepalees gezin. De
eigenlijke reden waarom we een babbeltje slaan is omdat Lim had gezien dat ze
een klein, schattig puppy’tje bij zich hadden. Een zwart-wit puppy’tje, genaamd
“Apple”, dat we na 5 minuten al op onze schoot hebben en bij ons mogen houden
voor de rest van de busrit. Onderweg komen ze ons ook soms Nepalese snacks
aanbieden op de bus, uiteraard moeten we dit proberen. Vrij lekker trouwens! Na
een rit van 5u, wat initieel maar 2,5u zou duren, komen we aan 10km van de
plaats waar we moeten zijn: “Sauraha”. Het Nepalees gezin geeft ons de tip om
hen even te volgen en samen een ander busje te nemen dat ons dichter bij
Sauraha zal brengen. Zo gezegd, zo gedaan en weer een half uurtje later staan
we in het midden van de straat, 5km van Sauraha, in het donker, zonder veel
verkeer, om 8u ’s avonds. We zien wel, is ons moto, dus we wandelen richting de
overkant en er komen ons twee Indiërs tegemoet (Indiërs??). Het zijn ook
toeristen en weten niet goed hoe ze in Sauraha moeten komen. We zien een jeep staan
en besluiten aan de man te vragen of hij ons wil brengen. Geregeld op 1 minuut
en na een 10min ritje en een korte kennismaking met Max en Jay staan we voor
een hotel genaamd “Chitwan Forest Resort”. Inchecken! Voor 300rps pp in een
slaapzaaltje wat uiteindelijk een ruimte is met 3 stapelbedden en 1tje apart.
Het enige wat vrij is en veel kan het ons ook niet meer schelen, we zijn moe,
het was een drukke dag! We eten nog wat, babbelen nog wat met de Indiërs
(drukke kerels terdju) en na een pintje kruipen we het bed in.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten