Dag 16 – 6/10/2013
De trein zal aankomen om een uur of 4u ’s nachts. Niet
bepaald het uur waarop je op een treinstation wil aankomen. We weten enigszins
wel dat er een host op ons wacht in Aurangabad dus we gaan op zoek, in de
trein, naar een telefoon om te bellen naar Joshua (de host). Affirmatief, hij
komt ons ophalen aan het station, op dit uur! Top! Aangekomen in het pikdonkere
Aurangabad staan alweer verschillende rikshaw-chauffeurs op ons te wachten.
Vriendelijk wijzen we hen naar de volgende. Na een tiental minuten komt er een
zwarte schim uit de duisternis, jawel het is onze Keniaan! We stellen ons voor
en hij vraagt ons enthousiast te volgen. Na de treinrit zal een gezellige en
directe autorit richting bestemming welkom zijn. Enkele meters verder stopt de
zwarte schim aan een brakkig scootertje. We delen blikken met elkaar en weten
hierbij genoeg. De keniaan voorop, Lim in ’t midden en Thomas achterop met een
backpack op de rug en 1 kleintje in de hand. De andere ligt aan de voeten van
onze vriend. Met een kapotte vering van de scooter en ongeveer 230 kilo erop
hobbelen we richting z’n huisje buiten het centrum.
We komen aan en hij maakt ons meteen een verse koffie en thee. We nestelen ons even in z’n living (gedecoreerd met gezellige zeteltjes, een plastieken salontafeltje en vlaggen van verschillende landen aan z’n muur) en beginnen wat te praten. Eigenlijk is hij het die heel de tijd aan het woord is. Hij vertelt over z’n land van afkomst en wat er allemaal misloopt in Afrika. De piraten van Somalië, het wanbeleid van de Afrikaanse Unie, de lokale politici die het geld van export in eigen zakken steken i.p.v. te investeren in hun bevolking, de lage scholing van de bevolking, … Het wordt wat zwaar voor ons want we zijn vrij moe van de reis dus we beslissen tegen zonsopgang (een uur of 6) om nog een paar uur ons bedje op te zoeken. (wel eerst het muskietennet geïnstalleerd, verdoeme da moeten we nog terug in mekaar krijgen, want het zit er vol muggen)
We komen aan en hij maakt ons meteen een verse koffie en thee. We nestelen ons even in z’n living (gedecoreerd met gezellige zeteltjes, een plastieken salontafeltje en vlaggen van verschillende landen aan z’n muur) en beginnen wat te praten. Eigenlijk is hij het die heel de tijd aan het woord is. Hij vertelt over z’n land van afkomst en wat er allemaal misloopt in Afrika. De piraten van Somalië, het wanbeleid van de Afrikaanse Unie, de lokale politici die het geld van export in eigen zakken steken i.p.v. te investeren in hun bevolking, de lage scholing van de bevolking, … Het wordt wat zwaar voor ons want we zijn vrij moe van de reis dus we beslissen tegen zonsopgang (een uur of 6) om nog een paar uur ons bedje op te zoeken. (wel eerst het muskietennet geïnstalleerd, verdoeme da moeten we nog terug in mekaar krijgen, want het zit er vol muggen)
ZZZZZzzzzz…
Om een uur of 2 die middag nemen we een douch’ke. De leiding
is niet aangesloten, dus het moet met een bekertje, geen probleem, de
verfrissing doet deugd! Joshua stelt voor om naar de Shopping Mall te gaan.
Hop, met z’n drietjes weer de scooter op, dit keer al iets comfortabeler. Een
Shopping center te vergelijken met Waasland shopping center, het eerste wat we
hier in India zien als echt Westerse cultuur. Voor de lokale bevolking is het
daarnaast niet steeds de bedoeling om iets te kopen, maar wordt het veeleer
bekeken als een attractie. Mensen komen hun dag hier spenderen zoals ze in de
zoo van Antwerpen zouden doen. De prijzen liggen er ook vrij hoog dus niet
iedereen kan zich hier iets zomaar aanschaffen. Wat er ook opviel is dat het
aantal verkopers per winkel gigantisch hoog ligt (bijvoorbeeld een H&M met
50 medewerkers, kan toch nie?!) in verhouding met het aantal kopers (echt nihil!).
Je wordt uiteraard ook besprongen door verkopers wanneer je de winkel
binnenkomt en richting een kledingstuk durft te kijken. Na wat rondkuieren
krijgen we wat honger en doen we een Subway. De Keniaan eet een hapje mee, maar
voelt zich niet volledig op z’n gemak, zo denken wij… Daarna gaan we iets
drinken in een bar samen met Joshua, maar hij went maar niet aan de plaats. We
willen hem trakteren, maar onze knaap kan het precies maar niet verteren dat we
ons geld willen uitgeven aan iets minder essentieel.
Het wordt tijd om onze inkopen voor het avondeten te gaan doen in de supermarkt op de benedenvloer, mét dé roltrap! We gaan die avond voor hem gebakken rijst met scampi’s in look maken. Op de terugweg stelt hij ons voor om even langs een kot te gaan waar medestudenten van hem logeren. Hij studeert namelijk “Mass Communication & Journalism”. Op het kot aangekomen blijkt dat het er vol zit met Kenianen. Ze komen allemaal hier studeren omdat het hier ongeveer een vijfde van de prijs in Kenya kost om te studeren wat ze willen. In ieder geval, we worden vriendelijk uitgenodigd om mee in de gezamelijke slaapkamer van de jongens plaats te nemen en mee de Premier League te kijken. We wisselen wat woorden en uiteindelijk gaan we een kookske doen bij Joshua thuis. De vooropgestelde kost is goed gelukt en hij vindt het behoorlijk lekker, ook al eet hij niet gauw pittig eten (en ja, Thomas z’n culinaire trekjes…). Voldaan en volledig klaar om de matras op te springen kruipen we onder het net.
Het wordt tijd om onze inkopen voor het avondeten te gaan doen in de supermarkt op de benedenvloer, mét dé roltrap! We gaan die avond voor hem gebakken rijst met scampi’s in look maken. Op de terugweg stelt hij ons voor om even langs een kot te gaan waar medestudenten van hem logeren. Hij studeert namelijk “Mass Communication & Journalism”. Op het kot aangekomen blijkt dat het er vol zit met Kenianen. Ze komen allemaal hier studeren omdat het hier ongeveer een vijfde van de prijs in Kenya kost om te studeren wat ze willen. In ieder geval, we worden vriendelijk uitgenodigd om mee in de gezamelijke slaapkamer van de jongens plaats te nemen en mee de Premier League te kijken. We wisselen wat woorden en uiteindelijk gaan we een kookske doen bij Joshua thuis. De vooropgestelde kost is goed gelukt en hij vindt het behoorlijk lekker, ook al eet hij niet gauw pittig eten (en ja, Thomas z’n culinaire trekjes…). Voldaan en volledig klaar om de matras op te springen kruipen we onder het net.
Dag 17 – 7/10/2013
Vroeg opgestaan deze morgen maken we ons klaar om te
vertrekken naar dat waarom we naar hier zijn gekomen: de grotten van Ellora en
Ajanta. Omdat beiden wel iets te ver uit elkaar liggen om de twee te doen
kiezen we voor Ellora Caves. Na een snelle hap de scooter op want Joshua gaat
ons naar het station brengen. Er is ook gewoonweg geen andere manier om uit dit
verlaten deel van de stad te geraken. Onderweg moeten we soms even van de
scooter springen of ons proberen verbergen achter een grote truck opdat de
politie ons niet zou zien. Triple seat of met z’n drie’kes op een scooter
zitten is hier namelijk verboden en zou een boete van 1000 roepie opleveren. Soms
niet al te makkelijk, want als vrijwel enige blanken in de stad zijn we even
onopgemerkt als iemand in een skipak op een naaktstrand. We voelen ons soms net
criminelen. De bus op tegen tienen en we voelen dat het een warme dag zal
worden, de druppels vloeien vanaf de rug al tot… Een klein uurtje verder komen
we aan de inkom van de grotten. Niet zo heel veel leven daar, waar we niet verdrietig
om zijn! De grotten waren vroeger eigenlijk gewone bergen waar ze eeuwen terug
begonnen zijn met het uitbeitelen van de berg. Gewelven, beelden van de goden
en kamers zijn de grotten waarin de monniken vroeger de goden aanbaden. Na de
lunch gaan we verder de grotten bekijken. De eerste 8 waren van het Boeddhisme,
de volgende 24 zijn van het Hinduïsme. Nu, allemaal echt knap van die mensen
dat ze zo veel grotten gemaakt hebben, maar als je er eigenlijk 5 gezien hebt,
heb je ze allemaal gezien. Daarom even van ’t pad af en de berg op. Dat levert
ons een riviertje op waarin we ons wat verfrissen en een kilometersver panorama
waarna we besluiten dat het genoeg is voor de grotten. Uiteindelijk hadden we
ook grotten verwacht met stalagmieten en –tieten, met de zaklamp het
ondergrondse gaan ontdekken, … Dus tijd voor ’t volgende. We nemen de bus naar
het fort van Aurangabad. Een met apen en vleermuizen bewoond fort omringd door
een gracht waarvan een slok waarschijnlijk allerminst dodelijk is en een
gangpad van beneden het fort doorheen de berg tot aan de top ervan. Deze gang
nemen we dan ook, na enig getwijfel van ons Limmeke want blijkt dat er
duizenden vleermuizen huizen… Een oud mannetje geeft de doorslag, hij maant ons
enthousiast aan om hem te volgen door de gang naar boven en Sjoe’ke beseft dat
ze geen keuze meer heeft. Nijpend in m’n hand starten we onze weg naar boven.
Terwijl de vleermuizen langs onze oren scheren vertelt de man (enigszins
onverstaanbaar) over de geschiedenis van het fort en hoe deze gang als
verdediging diende. Enkel schachten werden gebruikt om hete olie over vijanden
te kieperen, hete olie doet me ondertussen spontaan denken aan ne goeie pak
friet! Dit ter zijde. Eens bovengekomen wil de gids voor z’n 2 minuten
ongevraagd en onverstaanbaar vertellen een fooi. We twijfelen, maar geven hem
toch 2 Roepie. Hij draait zich meteen om, dit getuigt ervan dat het te weinig
was, maar meer krijgt hij niet! Een volgende trap naar boven van 450 treden
moeten we nemen om het panorama te zien van Aurangabad. Het is nu half 6 en de
zon gaat onder om 6u, even doorstappen. Boven aangekomen, eerst even uithijgen,
weten we dat het écht de moeite waard is om tot hier te komen, vooral met
zonsondergang. Een prachtig uitzicht over de hele stad. Genieten!
Daarna nemen we de bus terug naar Aurangabad, een enorm vervuilde stad – dit valt ’s avonds hard op door de smog die er hangt – waar Josh ons komt halen en die avond voor ons kookt. Hij had in ’t begin gezegd dat hij niet echt kan koken en dat bleek ook meteen wanneer hij groentjes wou koken in een bodempje water en ze bijgevolg liet aanbranden. Andere groenten had hij niet geschild, dus ’t bleef allemaal tussen de tanden zitten. Van kruiden had hij ook nog nooit gehoord. ‘k zou hem beter een snelcursus geven! Niettemin, we mogen hem niet helpen dus we laten hem dan ook maar doen. We krijgen die avond linzen (kleine, melige boontjes) in een waterig sausje met een soort zelfgemaakt brood. Het brood echter is precies samengeperste muffe rijst zonder, maar dan echt zonder smaak. Hij heeft dan toch z’n best gedaan. De volgende dag belooft een chilldagje te worden.
Daarna nemen we de bus terug naar Aurangabad, een enorm vervuilde stad – dit valt ’s avonds hard op door de smog die er hangt – waar Josh ons komt halen en die avond voor ons kookt. Hij had in ’t begin gezegd dat hij niet echt kan koken en dat bleek ook meteen wanneer hij groentjes wou koken in een bodempje water en ze bijgevolg liet aanbranden. Andere groenten had hij niet geschild, dus ’t bleef allemaal tussen de tanden zitten. Van kruiden had hij ook nog nooit gehoord. ‘k zou hem beter een snelcursus geven! Niettemin, we mogen hem niet helpen dus we laten hem dan ook maar doen. We krijgen die avond linzen (kleine, melige boontjes) in een waterig sausje met een soort zelfgemaakt brood. Het brood echter is precies samengeperste muffe rijst zonder, maar dan echt zonder smaak. Hij heeft dan toch z’n best gedaan. De volgende dag belooft een chilldagje te worden.
Dag 18 – 8/10/2013
Opgestaan en na een verfrissing in de badkamer zie ik dat ik
geen enkele verse onderbroek meer heb. Los daarvan bijna geen enkel proper
kledingstuk meer. Doeme toch, het is tijd voor de was. We nemen 3 grote
bassingskes met water bij ons en op het dak van Joshua z’n huisje, in de volle
ochtendzon, met z’n tweetjes op ons achterste beginnen we ons wasje. Een dik
uur, veel zweetdruppels en 30 kledingstukken later hangt het hele terras vol
met onze kleerkast. Al bij al is zo de was doen nog wel plezant. Ondertussen
heeft Joshua de overschot van het eten gisteren klaargezet als ontbijt samen
met een zelfgemaakte bruine pudding. De pudding krijgen we naar binnen gewerkt.
De rest laten we vrijwel onaangeroerd, de maag zou het wel eens kunnen afstoten.
Tegen de middag gaan we de treintickets regelen om naar de volgende halte te
vertrekken: Udaipur. Volgens Joshua gaan we er moeilijk geraken, maar die kent
ons nog niet. Gelijk wij onze wil doordrijven aan de treinloketten van India!
Dit moét je trouwens echt doen terwijl je ondertussen ook de enthousiaste
wachtenden in de rij in de ribben stampt, anders geven de loketbedienden je
maar iets waarvan ze denken dat het wel goed zal zijn. In deze gevallen mag je
erop rekenen dat je je eindhalte niet zal zien en later zal beseffen dat je je
geld beter had opgebrand. Aangekomen in het Reservation Center is de eerste
stap informatie inwinnen. Wat is de beste route voor ons? Welke mogelijkheden
zijn er? We krijgen te horen dat dit eerst de trein naar Mumbai zal worden en
van daaruit op het hoofdspoor naar Udaipur centrum. Een traject van 24uur treinreizen en 3uur
wachttijd tussen de treinen. We tekenen ervoor en smijten ons in de wachtrij
voor de reservering. Het is een waar duw- en trekwerk want ze proberen ons
langs alle kanten voorbij te steken. Dan hadden ze waarschijnlijk gedacht dat
die brave toeristen zich gingen laten doen. De kerel links van ons verliest z’n
plaats terwijl we hem subtiel wegduwen. En die rechts met z’n papiertje dat hij
voor onze neus in het loket wil steken, vangt ook bot. Na een schouder tegen
z’n kin staakt hij z’n poging. Het eerste wat we hier weer horen is dat we nog
een kopie van onze reispas nodig hebben. De bureaucratie die hier heerst is
onbegrijpelijk. De loketbedienden en hun oversten zijn even intelligent als
vast personeel bij de Kruidvat, er valt ook niet mee te onderhandelen. Zo, en
niet anders! Wij dus een kopie gaan regelen… De volgende halte is de
universiteit van Joshua omdat we daar het internet kunnen gaan gebruiken. Na
een kleine drie kwartier rijden komen we bij zijn departement. In het lokaal
waar we internet zullen kunnen gebruiken is nog even een lectuur bezig. Hij
stelt voor om even mee te gaan volgen in de klas. Het is een 88-jarige spreker
die in z’n taal z’n politieke overtuigingen en ervaringen deelt. Respect voor
de man, zoals die enthousiast vertelt voor z’n leeftijd. Na een kwartiertje
Indisch, politiek gebrabbel vragen we hoe lang het nog gaat duren. Nog drie
kwartier zegt Josh… en dat vertelt die dus pas nu we hier zitten! Weggaan zou
onbeleefd zijn dus we gaan ervoor. Gelukkig kunnen we daarna wat op facebook en
even skypen. Het laatste op de lijst voor vandaag is een simkaart van hier
bemachtigen. Na weer een hoop papierwerk en 250RPS minder hebben we onze
simkaart. We willen hem in de Iphone steken, maar daarvoor moet de simkaart
eerst geknipt worden. De Telephone Master enkele winkels verder zal ons
hiervoor helpen (de diensten die ze hier uitvinden, té zot voor woorden). Hij
knipt onze simkaart en het werkt nog steeds niet. 48u geduld hebben zegt Josh
ons, ok! Die avond neem ik het kookvuur terug over en eten we gebakken noodles
met groentjes en een spiegeleitje erover. Josh wil nog pannenkoeken bakken voor
ons en dat vinden we goed, daar kan je toch niet veel mis mee doen, zo blijkt
ook het resultaat. Nu vroeg onder de veren, want de wekker is gezet om 4u
volgende morgen.
Dag 19 – 9/10/2013
Het prikt wat in de ogen, maar eens wakker beseffen we dat
er alweer een nieuwe stad op ons te wachten staat. Om half 5 vertrekken we met
de scooter richting treinstation. Verbluffend hoe de Indiërs hier precies geen
slaap nodig hebben. Overal en van alle leeftijden vind je weer volk op straat.
Eten verkopen, taxichauffeurs en mensen onderweg naar de moskee en dergelijke
om te gaan bidden. Aangekomen na weer een halfuurtje hobbelen is het tijd voor
afscheid. We hebben nog een laatste babbel met Joshua. Het onderwerp is
begrafenissen. Hij vertelt dat mensen in Kenya worden begraven en dat India het
enige land is waar ze mensen cremeren. Spijtig van z’n onwetendheid, want nadat
we zeggen dat het ook in België wordt gedaan kijkt hij toch nog met ongeloof in
z’n ogen naar ons. Raar hoe iemand die massacommunicatie en journalistiek
studeert toch nog zo ongeïnformeerd is over sommige dingen en daarnaast ook
weinig openstaat voor nieuwe dingen.
Op de trein richting Bandra, een stad binnenin de grote stad Mumbai, komt er een volgeling van Krishna rond op de trein met boeken en stelt een boek van Yoga voor aan Thomas. Het boek wordt teruggegeven want Thomas gelooft niet in deze dingen. Het ontaardt in een gesprek waarnaar de halve wagon meeluistert. De man tracht Thomas te overtuigen dat je jezelf 3 vragen moet stellen: Wie ben ik? Wie is God? En wat is de relatie tussen de twee? Een antwoord op deze vragen van Thomas z’n kant is de analyse van de Darwintheorie en de oerknal. God zit er voor niets tussen. Hierop weer een hoop heibel van de Krishna-fanatiekeling. Uiteindelijk, en elkaar niets bijgeleerd, geeft de Krishna nog z’n boekje van Yoga aan Thomas in de hoop dat het iets zal opbrengen. We komen aan in Bandra om een uur of 1, wisselen van station en eten iets. Enkele uurtjes later zitten we op de trein richting Udaipur, om 15.45u. Aankomst gepland om 8.30 in Udaipur. We hebben eerst een gezellige babbel met een internationale Indiër. Hij heeft voor een grote firma van cruiseschepen gewerkt en heeft echt over de hele wereld gezeten. Hij geeft ons wat informatie over de Caraïben en vertelt hoe relax Jamaica is: Kingston here we come! Na 7 jaar varen had hij er genoeg van en bezit nu samen met z’n broer een plastiekfabriek. Ze produceren allerlei verpakkingen. Hij vertelt dat er veel concurrentie op de markt is en het verbaast ons niets wanneer we rondom ons kijken hier in India. Nadat hij is afgestapt, wordt hij vervangen door een enorm norse familie. Ze manen ons aan plaats te nemen in onze bedden bovenin omdat zij nog moeten eten en dat doen ze liever niet in ons bijzijn. Terwijl we ons boven installeren en zij al aan het eten zijn hangt Thomas zijn voet wat naar beneden. Die moet hij op z’n bed houden, want het is niet smakelijk tijdens het eten. 2 minuten daarna valt ons slaapmatje naar beneden. Recht op het varken van de familie, de padre familias. Een gefakete “Sorry Sir” kan de lach nog net bedwingen bij ons. Ze hebben gedaan en het wordt slaaptijd. We vragen of er een ventilator uit mag, want het wordt wat koud. Het varken zegt dat het beneden te warm is en dat het aan moet blijven… paljassen! Een oog proberen dicht doen nu…
Op de trein richting Bandra, een stad binnenin de grote stad Mumbai, komt er een volgeling van Krishna rond op de trein met boeken en stelt een boek van Yoga voor aan Thomas. Het boek wordt teruggegeven want Thomas gelooft niet in deze dingen. Het ontaardt in een gesprek waarnaar de halve wagon meeluistert. De man tracht Thomas te overtuigen dat je jezelf 3 vragen moet stellen: Wie ben ik? Wie is God? En wat is de relatie tussen de twee? Een antwoord op deze vragen van Thomas z’n kant is de analyse van de Darwintheorie en de oerknal. God zit er voor niets tussen. Hierop weer een hoop heibel van de Krishna-fanatiekeling. Uiteindelijk, en elkaar niets bijgeleerd, geeft de Krishna nog z’n boekje van Yoga aan Thomas in de hoop dat het iets zal opbrengen. We komen aan in Bandra om een uur of 1, wisselen van station en eten iets. Enkele uurtjes later zitten we op de trein richting Udaipur, om 15.45u. Aankomst gepland om 8.30 in Udaipur. We hebben eerst een gezellige babbel met een internationale Indiër. Hij heeft voor een grote firma van cruiseschepen gewerkt en heeft echt over de hele wereld gezeten. Hij geeft ons wat informatie over de Caraïben en vertelt hoe relax Jamaica is: Kingston here we come! Na 7 jaar varen had hij er genoeg van en bezit nu samen met z’n broer een plastiekfabriek. Ze produceren allerlei verpakkingen. Hij vertelt dat er veel concurrentie op de markt is en het verbaast ons niets wanneer we rondom ons kijken hier in India. Nadat hij is afgestapt, wordt hij vervangen door een enorm norse familie. Ze manen ons aan plaats te nemen in onze bedden bovenin omdat zij nog moeten eten en dat doen ze liever niet in ons bijzijn. Terwijl we ons boven installeren en zij al aan het eten zijn hangt Thomas zijn voet wat naar beneden. Die moet hij op z’n bed houden, want het is niet smakelijk tijdens het eten. 2 minuten daarna valt ons slaapmatje naar beneden. Recht op het varken van de familie, de padre familias. Een gefakete “Sorry Sir” kan de lach nog net bedwingen bij ons. Ze hebben gedaan en het wordt slaaptijd. We vragen of er een ventilator uit mag, want het wordt wat koud. Het varken zegt dat het beneden te warm is en dat het aan moet blijven… paljassen! Een oog proberen dicht doen nu…
Dag 20 – 10/10/2013
Om 9u komen we aan in Udaipur en worden we weer aangesproken
door een menigte Riksja chauffeurs. Er gaat er eentje volledig onder de prijs
en wil ons naar het centrum brengen voor maar 30RPS. Natuurlijk gaan we akkoord
en stappen in; het wordt meteen duidelijk waarom hij ons meeneemt. De man heeft
een hotel in het centrum en wil ons een kamertje aanbieden. Onze Trotter had
onze ogen echter gevestigd op een hotelletje “Dream Heaven”, maar we gaan toch
even kijken bij hem. Na de kamer te zien voor 450RPS besluiten we toch nog even
verder te zoeken. Het bruggetje over buiten het drukkere centrum komen we aan
in Dream Heaven en het is hier beduidend rustiger en het heeft een fantastisch
zonneterras met een prachtig uitzicht over de stad. Op de weg naar het terras
komen we nog een Zwitsers koppel tegen. Ze hebben al wat afgereisd en we spreken
af om een dezer dagen nog een babbeltje te doen. We tekenen in voor 400RPS per
nacht en stillen onze honger met een uitgebreide lunch, een biertje en even
skypen. Nu we op ons gemak zijn, besluiten we nog even de stad te gaan
verkennen. Thomas krijgt het idee om een oorbel te laten schieten en zo gezegd,
zo gedaan. Een klerenmaker, trouwens dé ambacht in deze stad, laat ons eerst
z’n winkel zien en wijst ons daarna een klein shopje waar je een gaatje in je
oor kan laten maken. Daarr zit een vrouwtje die meteen haar man belt, want
zijzelf is er niet bedreven in. De man komt aan en voegt daad bij woord. Hij
verhit een zilveren naaldje zodat het steriel wordt. Daarna kuist hij het af
aan z’n smerige hemd (tot zover de steriliteit). Wanneer hij richting Thomas
z’n oor gaat met de naald zien we dat de man beschikt over een vergroeiing op
z’n duim waarmee hij het gaatje gaat maken. Z’n duim is in tweeën vergroeid en
heeft twee volwaardige duimen op 1 hand. Uiteindelijk doet de man goed z’n werk
en een eerste piercing is een feit. Na nog een korte wandeling in enkele
straatjes hebben we genoeg gedaan en gezien voor vandaag en besluiten een
biertje te gaan drinken aan de oever van het meer. Meteen worden we gezelschap
gehouden door kinderen die beweren dat ze 18 a 20 jaar zijn. Voor ons part
zouden ze net hun communie kunnen gedaan hebben. Ze willen meedrinken en vragen
om een sigaret. We weigeren maar; je kan hier in India voor ’t minste problemen
krijgen, dus laat maar zo. Die avond nemen we uitgebreid de tijd om het
thuisfront eens op de hoogte te houden, want het is inmiddels twee weken
geleden dat we hen gehoord hebben. We dommelen al in op het terras en besluiten
een welverdiende nachtrust te genieten.
Dag 21 – 11/10/2013
Gezellig uitgeslapen gaan we voor een goed ontbijt. Eitjes
met toast, cornflakes banana en Banana Lassi (yoghurt gemixt met banaan, zalige
energiebom). Vandaag gaan we de stad in en het grote paleis van Udaipur
bezoeken. Onderweg naar het paleis kunnen we niet weerstaan aan de vele
klerenwinkels en slaan aan het passen in een klein straatshopje. We kopen er een
tweede Buddhapants voor Lim en een op maat gemaakt polo’tje voor Thomas. Samen
voor de prijs van 600RPS, we hebben uiteraard weer een heleboel afgepingeld en
het werkt altijd! Ze gaan het hemdje bijwerken terwijl wij naar het paleis
gaan. Een toeristische boel daar, veel Indische toeristen die maar een fractie
moeten betalen van onze entreeprijs. Indiërs betalen gemiddeld een tiende om
ergens binnen te mogen ten opzichte van een buitenlander, werkelijk
discriminatie. De gidsen overspoelen ons daar en willen ons voor 400RPS het
hele paleis laten zien. We bedanken vriendelijk en gaan het paleis binnen. Veel
gaan we hier niet over uitwijden. Kort gezegd is het paleis van Udaipur een
symbool van trots, Udaipur is de meest onafhankelijke staat van India geweest en
heeft weinig invloed gekend van de Britten. Ook heeft de leider van Udaipur
vroeger veel overwinningen op het slagveld behaald en dat is uitgebreid te
bekijken in de kamers met portretten. We beseffen na een klein uurtje
rondwandelen dat zulke bezigheden niet volledig ons ding zijn en zetten het
tempo iets hoger. Buitengekomen zijn we al late namiddag en het is tijd voor
het ritueel: biertje aan de oever met zonsondergang. Die avond komt het
Zwitsers koppel, Betty en Manu, ons tegemoet gewandeld op het terras en we
slaan aan de babbel. Ze hebben bijna een jaar samen gereisd en hebben veel
gezien en genoten, maar nu zijn ze moe. Ze hebben nog een maand of 2 te gaan en
vertellen dat ze uitkijken om terug naar huis te keren. We drinken wat biertjes
en whisky samen. Hierdoor vatten we die avond zonder enige moeite de slaap.
Dag 22 – 12/10/2013
Gewekt door de bezige stad gaan we voor hetzelfde ontbijt
als gisteren en vertrekken op tijd richting het postkantoor. We willen een
postpakketje sturen naar ons landje en daarvoor nemen we de benen, want een
mens zou al lui worden met al die riksja’s hier. Aangekomen in het postkantoor
wijzen ze ons terug de weg naar buiten want we moeten eerst een pakketje laten
maken van ons gerief dat we willen opsturen. Iets verderop zit een man in een
garage, de pakjesmaker. Hij bindt alles behendig samen (een boek, twee flesjes
met schepjes, wat briefjes van de kinderen in Children Trust Hampi en een
lijstje met gerief dat Bea naar ons zal opsturen in Nepal), verpakt het in een
kartonnen doosje en daarna in een katoenen lap. Dit naait hij dicht en sluit de
hoekjes met kaarsvet. De adressen erop en klaar is kees. Terug naar het
postkantoor, ondertussen 2 minuten voor sluitingstijd want het is zaterdag,
moeten we nog wel even in de rij gaan staan en sluitingstijd wordt hier dus
niet ter harte genomen. Uiteindelijk aan ons gaat ons pakketje op de
weegschaal, 1 kilogram 695 gram. We schrikken wel even van de prijs want ze
vragen 990RPS (12€) voor het pakketje. Dure schelpjes, maar foert, ’t zal op de
post gaan! Na de post nemen we de riksja naar het treinstation, want dat is wel
iets te ver om te voet te doen, om ons ticket te boeken naar Jaisalmer, de
woestijn. Aangekomen daar wordt ons gezegd dat er geen treinen rijden naar daar
dus we zullen een bus moeten nemen. Even een lunch gegeten, Lim niet zo veel
want haar buikje doet de eerste keer vrij vreemd hier in India. Wel hebben we
een mooi zicht op een toegewijde papa die z’n jonge zoontje te eten geeft. Een
uurtje daarna hebben we de bus geboekt en we vertrekken morgenavond om 21u naar
Jaisalmer met een rechtstreekse slaapbus voor 550RPS pp. We wilden nog met de
paarden gaan rijden hier in de buurt, maar daar is het nu al iets te laat voor
aan het worden, dus we gaan maar wat “sjarelen” door de stad. We wandelen
richting het Paleis/meer en komen uit aan een U.S. Pizza è Tijd voor PIZZA!! Gaat
verbluffend vlot naar binnen! Terwijl we de rekening betalen komt er in de
deuropening een vrouw staan en begint op dezelfde toon te schreeuwen, en schreeuwen
en schreeuwen, … tot de man van de pizza uiteindelijk wat geld geeft opdat ze
verder zou stappen. Ja, het is ook een manier van geld verdienen hier in India.
Bij ons kreeg je al gauw een pan naar je hoofd gesmeten, hier geven ze er geld
voor. We wandelen nog wat verder en drinken ondertussen een biertje terwijl we
steeds de weg vragen naar het meer. Uiteindelijk zitten we in de goede richting
en nog een kilometer verwijderd van het meer versieren we een lift. Een 200cc
Honda, met z’n drieën op de motor naar het meer. Daar is het een bijeenkomst
van toeristen die veel te veel geld betalen voor een kort boottochtje op het
meer, ook wij dus J
want van daaruit konden we zien waar ons hotel was en de boot ging er passeren.
Op die manier hadden we ondertussen ook onze lift geregeld naar ons hotel. We
vaarden wat rond de paleizen en gebouwen die gebouwd zijn op het meer, knap
wel, en worden afgedropt op 300m van ons hotel. Van daaruit gaan we langs een
boekenwinkel waar we vier boeken kopen: “The Hobbit”, “Into The Wild”, “The Kite
Runner” en “Oh Shit”. Dit laatste gaat over twee Nederlanders die onvoorbereid
in India gaan reizen, grappig verhaal! Daarna gaan we nog wat aan de oever van
de wasvrouwen zitten. Een zieke koe komt daar steeds dichter bij ons, volgens
ons heeft ze mond-en-klauwzeer. Een blauwe tong en ze geeft constant over, geen
mooi zicht en het verplicht ons eveneens om verder te gaan, want we gaan nog
wat roltabak kopen. Onderweg komen we nog een zielige hond tegen, een oog
verloren en een poot zo dik als een mens z’n bovenbeen. Aan het winkeltje waar
we tabak gaan kopen hadden we twee dagen geleden afgesproken om voor 350RPS een
pakje te kopen. De man had toegestemd. Nu stond z’n vrouw in de winkel en ze
vraagt er 380 voor. We maken duidelijk dat ze teveel vraagt en ze zegt doodleuk
dat de prijzen hier wel durven schommelen, zeveraar! Lim laat haar niet doen en
gaat tegen de vrouw in zonder dat ze beiden toegeven! We wandelen pissig door
en een winkel iets verder verkoopt dezelfde tabak ook voor 350. We kopen hem
daar en gaan terug naar de vrouw. Lim smeert in haar gezicht dat ze beter wat
eerlijker zou zijn en dat we nu toch tabak hebben gevonden! De vrouw uiteraard
in haar gat gebeten J
Die avond gaan we eten buiten het hotel bij mensen thuis die onder de prijs
koken voor toeristen. Overdag is hij schilder van mooie werken op zijden
doeken, ’s avonds kok van dienst. We eten er een Indische Thaly en Butter
Chicken… Lekker! Daarna begeven we ons naar het winkeltje van de man waar die
zit met enkele vrienden. Een whisky’tje drinken van het huis en wat babbelen.
Opeens moet Lim naar de kamer, want haar buikje protesteert. Na een half uurtje
en een whisky rijker volg ik haar ook. Ze had even overgegeven, voelt zich nog
steeds wel misselijk, maar we gaan nog even skypen. Die nacht heeft Lim een
gevecht met haar buik, alles moet eruit en waarschijnlijk is het een
voedselinfectie.
Dag 23 – 13/10/2013
Limmeke heeft weinig geslapen en voelt zich nog steeds niet
zo goed. We besluiten de bus deze avond te verzetten naar de volgende avond en
vandaag een rustdag in te lassen. Het heeft geen zin om ziek de nachtbus zonder
toilet op te gaan. ’t Zou er nogal voorkomen! Vandaag hangen we de luierik uit
en smijten ons op het zonneterrasje. We eten wat, drinken wat en lezen de
boeken die we gisteren kochten. Ondertussen is het overgeven bij Limmeke al
geminderd, maar de schijterij is nog steeds van de partij gepaard met
misselijkheid. Voor het avondeten kruip ik eens even in de keuken, want de chef
is daar een kip aan ’t frituren. Hij vertelt dat hij nu de tandoori Chicken aan
het voorbereiden is en leert me hoe hij de marinade ervan maakt. Dit zal ik
thuis wel eens proberen! Die avond eet ik de Tandoori Chicken ook, en lekker!
Veel meer valt er over vandaag niet te vertellen.
Dag 24 – 14/10/2013
De tamme dag gisteren heeft ons beiden goed gedaan. Even
rust en aan niets denken mag af en toe ook al eens. We checken uit en gooien
onze bagage in een ruimte waar ze mag blijven liggen. Je kan er moeilijk mee
blijven rondsleuren de hele dag. Na het ontbijt gaan we de trappen af naar
beneden en maakt Limmeke de conclusie dat ze eigenlijk nog even naar ’t toilet
moet, maar we hebben geen kamer meer. Er staat een kamerdeur open waar we een
vrouw zien zitten die van Nederland blijkt te zijn. Uiteraard mogen we haar
sanitair gebruiken en de vrouw, Patrice, vertelt dat ze alleen in India op reis
is met haar privéchauffeur van hier. Ze betaalt hem niets voor z’n prestaties,
maar onderhoudt daarnaast wel de kerel z’n kinderen. Elk jaar stuurt ze hem een
paar duizend euro op voor de school van de kinderen. Patrice leerde hem kennen
enkele jaren geleden. Hij heeft blijkbaar z’n broer verloren en dit wil zeggen
dat hij voor z’n vrouw, kinderen, schoonzus en haar kinderen + voor z’n ouders
moet zorgen. Patrice haar medelevend hart kon dit niet verteren dus jaarlijks
bezoekt ze hem twee keer en helpt waar ze kan. Petje af! Vandaag rijden ze naar
Tiger Lake, een meer buiten de stad. We laten doorschijnen dat we eigenlijk
geen planning hebben en uiteindelijk mogen we gerust mee. Onderweg delen we wat
ervaringen met het Indische volk en maken we ook de conclusie dat de mensen
hier gewoonweg dom worden gehouden en dat vooral vrouwen het horen donderen in
Keulen wanneer het komt tot emancipatie. Het Tiger Lake is een mooie plaats,
ziet er relatief proper water uit en is omringd door de bergen. Na even bij de
wasvrouwen gezeten te hebben (die er allemaal monokini zitten en er geen
probleem van maken dat Thomas er bij zit), besluiten we ook zelf in het water
te springen. Een frisse plons in het water doet goed. Iets verderop zien we een
menigte wat in het water gooien. Van dichterbij blijkt dat het families zijn
die offers komen brengen. Dit houdt niet meer in dan allemaal samen een beeld
in het water gooien, er wat eten bij smijten en er nadien ook allemaal samen
bijspringen, toch diegenen die kunnen zwemmen… Enkele kokosnoten die ze in het
water kegelen, halen we eruit en eten we zelf op. Na enkele uren vertoeven aan
het meer rijden we terug richting Udaipur. Daar gaan we ons tweetjes nog even
de stad in en stoten op hele stoeten met tractors en dansende mensen
daarachter. Op de karren staan eveneens grote boxen met muziek dus de hele stad
doet mee. Het is de laatste dag van het Krishna festival en dit wordt uitbundig
gevierd. Die avond eten we nog een hapje, in ons voormalig Guest House, met een
formidabele zonsondergang als achtergrond en dan is het tijd om te vertrekken.
We komen aan om 20.15 aan het agentschap. We vragen even of alles nog in orde
is met de tickets en ze knikken, “wait over there please”. Na een kwartiertje
wachten worden we aangemaand om snel tot aan de receptie te komen van het
agentschap. Hij maakt ons duidelijk dat de bus die wij willen nemen vertraging
heeft door hevige regen (geen vuiltje aan de lucht trouwens, geen druppel water
te bespeuren in de buurt) en dat we best de Aircobus nemen (de bus die hij aan
ons zonder enig resultaat wilde verkopen, omdat die meer kost). Hij zegt dat we
nog 1 minuut hebben om te beslissen tussen minstens 3u wachten op de non-AC bus
die vertraging heeft en de AC-bus die nu vertrekt. We nemen dan maar de AC en
moeten opleg betalen van 500RPS, de smeerlappen! Uiteraard komen we onderweg
geen druppel regen tegen en beseffen dat we grandioos in ons gat zijn genomen
door de verkoper. Op de bus hebben we een kabine met dubbel bed, ongeveer 2
vierkante meter groot voor ons en drie rugzakken. Het grote verschil met een
trein dat we deze nacht zullen merken is dat een trein op sporen rijdt en een
bus op de weg. Daarbij hoort natuurlijk dat je gebonden bent aan de driving
skills van de chauffeur en de staat van het wegdek. We voelen ons die nacht net
een voetbal in een draaiende droogkast.
Dag 25 – 15/10/2013
Veilig aangekomen die ochtend om een uur of 8 worden we op
de bus gewaarschuwd door een local dat we overspoeld zullen worden door
Riksja’s en verkopers van guesthouses. Daarom heeft hij een jeep geregeld aan
de aankomstplaats en adviseert ons om meteen mee te gaan met hem. Omdat hij
écht gelijk heeft over de situatie bij het afstappen, rijden we met hem en 3
andere toeristen weg van de bus. We worden afgedropt en bellen naar een contact
dat we hebben gekregen van iemand in Hampi. Hij zou de broer zijn van iemand
die een guesthouse bezit hier in Jaisalmer en waar we gratis mogen verblijven.
Na een kwartiertje staat de kerel daar en regelt ons een gratis tuktuk.
Aangekomen aan Shiva’s Palace, de guesthouse van de broers, wordt duidelijk dat
we ook gratis een kamer krijgen. We weten niet goed wat we ervan moeten
denken want tot zover was eigenlijk niets, maar dan ook niets gratis in India.
Even later wordt duidelijk waar het initieel om draait. De eigenaar komt bij
ons zitten terwijl we een theetje drinken en stelt ons de Kamelensafari’s voor.
Er zijn er 3 verschillende en de eerste 2 schrijft hij duidelijk af. De laatste
en duurste adviseert hij ons ten zeerste omdat dit dé tocht van je leven zal
worden in de woestijn! Hij vraagt 1750RPS per persoon, per nacht. Het lijkt ons
vrij veel en ondertussen hebben we ook nog geen andere prijzen gehoord. Langs
de andere kant willen we hem ook wel iets gunnen omdat we al gratis mogen
verblijven. Hij ziet ons twijfelen en verlaagt z’n prijs naar 1550RPS en we
geven groen licht. Het is nog steeds vrij duur, 9300RPS voor de safari van 3
dagen, maar het is een once-in-a-lifetime! Na het papierwerk vraagt hij ons om
zo snel mogelijk te komen betalen zodat hij alles kan reserveren en inkopen kan
gaan doen. Na een verfrissende douche en een handwas gaan we geld wisselen en
eten we wat in een restaurantje met internet. Eerst even relaxen na de busrit!
Nadat we betaald hadden voor de safari nemen we de Riksja richting treinstation waar we horen dat alle treinen volledig volzet zijn om richting het Oosten te reizen. De Indiërs hebben blijkbaar ook vakantie en dan reizen ze allemaal naar de grote Oostelijke steden. Het zal dus weer een bus worden. Op de weg terug met de Riksja heb ik m’n eerste rijervaring met het ding, het is eigenlijk net als overal: “het rijden is niets, maar het verkeer is iets anders”. Teruggekomen in de guesthouse gaat Lim wat rusten en ga ik nog even in het dorp wat boodschappen doen en even langs een agentschap om de prijs van een bus te krijgen. Bussen zullen geen probleem zijn vertelt de man. Wat de verkoper daar nog doet zijn kamelensafari’s. Zonder te vertellen dat we de onze al geboekt hebben, vraag ik om de prijs. De hele uitleg is voor 95% hetzelfde dan wat we gehoord hebben in onze guesthouse behalve dat deze man de concurrentie niét afblaft met “hun kamelen zijn oorlogskamelen met gebreken” of “je krijgt onzuiver water bij andere agentschappen”. Dus uiteindelijk krijgen we er de prijs en het zou neerkomen op 3800RPS, ook voor ons beiden en voor 3 dagen dus. Nu weten we waarom ze ons zo graag komen halen en zo snel alles proberen vastleggen. We hebben meer dan het dubbele betaald in onze guesthouse voor de hele grap en waarschijnlijk is er geen enkel verschil. Ik krijg het niet door m’n keel en moet het zeggen tegen Ali en Babalu (de twee broers die het boeltje runnen) want ik voel me redelijk opgelicht. Samen met Lim gaan we in discussie over de manier waarop ze ons het verkocht hebben en trachten toch nog een verschil te maken in prijs of iets dergelijks. Vergeet het! Geld gegeven, geld kwijt! Aan de andere kant zit hij ons toch maar een schuldgevoel aan te praten, want hij komt van een “arme woestijnfamilie”, blablabla. Dus we leggen ons er maar bij neer en proberen er vanuit te gaan dat we waarschijnlijk goud-schijtende kamelen zullen hebben om op te rijden. Even later zitten we op het terras boven en gaat Ali een biertje halen voor ons, dat we gekregen hebben! Hij begint te vertellen over een meisje dat hij ontmoet heeft en waarmee hij “Boom-Boom” gedaan heeft. Hij mist haar en we sturen een berichtje in zijn naam naar het meisje, want de kerel spreekt amper Engels dus schrijven is catastrofaal. Hierna neemt Ali ons mee naar een plaatsje waar we een sjaal kunnen kopen voor in de woestijn en daar krijgen we wel een goede prijs, we gaan tot in de helft van het eerst gevraagde bedrag. We konden ze gratis krijgen, maar dan moesten we proberen om in minder dan 10 seconden de sjaal rond ons hoofd te knopen. Lukt dit niet, dan moesten we het dubbele betalen. Gelukkig deden we dit niet, want er is ooit nog maar 1 iemand in geslaagd vertelt de verkoper. Daarna rijden we met Ali, op de motor, naar een goed Indisch restaurant waar we een Thaly eten. Ikzelf voel de maag rommelen ondertussen en heb het gevoel dat het misschien wel eens lastig zal kunnen worden tijdens de kamelentocht. Problemen voor later.
Nadat we betaald hadden voor de safari nemen we de Riksja richting treinstation waar we horen dat alle treinen volledig volzet zijn om richting het Oosten te reizen. De Indiërs hebben blijkbaar ook vakantie en dan reizen ze allemaal naar de grote Oostelijke steden. Het zal dus weer een bus worden. Op de weg terug met de Riksja heb ik m’n eerste rijervaring met het ding, het is eigenlijk net als overal: “het rijden is niets, maar het verkeer is iets anders”. Teruggekomen in de guesthouse gaat Lim wat rusten en ga ik nog even in het dorp wat boodschappen doen en even langs een agentschap om de prijs van een bus te krijgen. Bussen zullen geen probleem zijn vertelt de man. Wat de verkoper daar nog doet zijn kamelensafari’s. Zonder te vertellen dat we de onze al geboekt hebben, vraag ik om de prijs. De hele uitleg is voor 95% hetzelfde dan wat we gehoord hebben in onze guesthouse behalve dat deze man de concurrentie niét afblaft met “hun kamelen zijn oorlogskamelen met gebreken” of “je krijgt onzuiver water bij andere agentschappen”. Dus uiteindelijk krijgen we er de prijs en het zou neerkomen op 3800RPS, ook voor ons beiden en voor 3 dagen dus. Nu weten we waarom ze ons zo graag komen halen en zo snel alles proberen vastleggen. We hebben meer dan het dubbele betaald in onze guesthouse voor de hele grap en waarschijnlijk is er geen enkel verschil. Ik krijg het niet door m’n keel en moet het zeggen tegen Ali en Babalu (de twee broers die het boeltje runnen) want ik voel me redelijk opgelicht. Samen met Lim gaan we in discussie over de manier waarop ze ons het verkocht hebben en trachten toch nog een verschil te maken in prijs of iets dergelijks. Vergeet het! Geld gegeven, geld kwijt! Aan de andere kant zit hij ons toch maar een schuldgevoel aan te praten, want hij komt van een “arme woestijnfamilie”, blablabla. Dus we leggen ons er maar bij neer en proberen er vanuit te gaan dat we waarschijnlijk goud-schijtende kamelen zullen hebben om op te rijden. Even later zitten we op het terras boven en gaat Ali een biertje halen voor ons, dat we gekregen hebben! Hij begint te vertellen over een meisje dat hij ontmoet heeft en waarmee hij “Boom-Boom” gedaan heeft. Hij mist haar en we sturen een berichtje in zijn naam naar het meisje, want de kerel spreekt amper Engels dus schrijven is catastrofaal. Hierna neemt Ali ons mee naar een plaatsje waar we een sjaal kunnen kopen voor in de woestijn en daar krijgen we wel een goede prijs, we gaan tot in de helft van het eerst gevraagde bedrag. We konden ze gratis krijgen, maar dan moesten we proberen om in minder dan 10 seconden de sjaal rond ons hoofd te knopen. Lukt dit niet, dan moesten we het dubbele betalen. Gelukkig deden we dit niet, want er is ooit nog maar 1 iemand in geslaagd vertelt de verkoper. Daarna rijden we met Ali, op de motor, naar een goed Indisch restaurant waar we een Thaly eten. Ikzelf voel de maag rommelen ondertussen en heb het gevoel dat het misschien wel eens lastig zal kunnen worden tijdens de kamelentocht. Problemen voor later.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten