Dag 186 – 24/03/2014
(Tussenstop Sydney + vlucht Christchurch)
’t Was tegenslag op de vlucht, na de soberen diner van
gisteren op de luchthaven was er geen ontbijt voorzien op ’t vliegtuig. Bij
deze arriveren we in Sydney met lege magen en gaan de tv-bekende
immigratiediensten van Australië door. Alles verloopt vlotjes en worden heel
hartelijk ontvangen door de douane, ze zijn hier streng maar wel vriendelijk!
Na de douane komen we Helena terug tegen in de inkomhal, ze stond ons op te
wachten om met haar tot in het centrum mee te rijden. We maken kennis met haar
man en rijden met hun BMW 3-reeks mee, dit is zonder twijfel de meest fancy
auto waarmee we tijdens dit verlof al gereden hebben. Onderweg komt het van het
een tot het ander en voor we het weten zijn we bij hen uitgenodigd voor een
ontbijtje en koffie.
Hun kinderen zijn ongeveer dezelfde leeftijd en eveneens reizigers, dit verklaart veel van hun gastvrijheid :) Het is hier een uur of 11 in Sydney en de stad is al vrij levendig op deze maandagochtend. We krijgen een dikke kop koffie aangeboden bij Helena thuis en eten daarna toast met confituur, honing en Vegemite, een Australische “delicatesse”, een soort gestolde oxo waar, door het zoutgehalte, het haar van de armen kaarsrecht gaat staan. Beter dan niets, want we zijn vandaag op stap in Sydney met een lege portefeuille. We hadden nog een veertig US dollars, maar die gaan we blijkbaar nodig hebben voor de trein terug naar de luchthaven. We willen geen geld afhalen met de visa voor deze paar uren, dus ’t wordt op droog zaad. Tijdens het ontbijt krijgen we al wat info van Helena en haar man over de stad en het treinverkeer. We mogen onze rugzakken daar laten terwijl we de stad ingaan voor enkele uurtjes, i-de-aal! Gepakt met de camera en de regenjas (hadden we die wel bij?) , want het giet hier serieus vandaag, gaan we Sydney in. De fameuze brug, de operazaal, de haven, … wel eens de moeite om door te wandelen. Na enkele uurtjes wandelen en windowshoppen begeven we ons terug richting het appartement van Helena. Daar mogen we douchen, zalig! Even later voert haar man ons naar de treinhalte vanwaar we Australië gaan verlaten richting Nieuw-Zeeland. We kopen onze treintickets, en hebben niet veel meer over van de centjes wat op de luchthaven uitgegeven zal worden aan ne mars en coca-cola 600ml, ne 5 dollardeal die ons toch enkele suikers oplevert. Onze vlucht vertrekt rond een uur of acht en voor we ’t weten zitten we op de vlieger rond te kijken wanneer ze met den diner rondkomen. Nadat de stomende kar ons gepasseerd is, wordt het duidelijk dat ook op deze vlucht geen eten inbegrepen is, dju toch! We krijgen wel koffie en thee aangeboden dus daar vragen we er elk 2 van bij, alles meepakken! Na enkele uurtjes vliegen komen we aan in Christchurch – Nieuw-Zeeland.
Hun kinderen zijn ongeveer dezelfde leeftijd en eveneens reizigers, dit verklaart veel van hun gastvrijheid :) Het is hier een uur of 11 in Sydney en de stad is al vrij levendig op deze maandagochtend. We krijgen een dikke kop koffie aangeboden bij Helena thuis en eten daarna toast met confituur, honing en Vegemite, een Australische “delicatesse”, een soort gestolde oxo waar, door het zoutgehalte, het haar van de armen kaarsrecht gaat staan. Beter dan niets, want we zijn vandaag op stap in Sydney met een lege portefeuille. We hadden nog een veertig US dollars, maar die gaan we blijkbaar nodig hebben voor de trein terug naar de luchthaven. We willen geen geld afhalen met de visa voor deze paar uren, dus ’t wordt op droog zaad. Tijdens het ontbijt krijgen we al wat info van Helena en haar man over de stad en het treinverkeer. We mogen onze rugzakken daar laten terwijl we de stad ingaan voor enkele uurtjes, i-de-aal! Gepakt met de camera en de regenjas (hadden we die wel bij?) , want het giet hier serieus vandaag, gaan we Sydney in. De fameuze brug, de operazaal, de haven, … wel eens de moeite om door te wandelen. Na enkele uurtjes wandelen en windowshoppen begeven we ons terug richting het appartement van Helena. Daar mogen we douchen, zalig! Even later voert haar man ons naar de treinhalte vanwaar we Australië gaan verlaten richting Nieuw-Zeeland. We kopen onze treintickets, en hebben niet veel meer over van de centjes wat op de luchthaven uitgegeven zal worden aan ne mars en coca-cola 600ml, ne 5 dollardeal die ons toch enkele suikers oplevert. Onze vlucht vertrekt rond een uur of acht en voor we ’t weten zitten we op de vlieger rond te kijken wanneer ze met den diner rondkomen. Nadat de stomende kar ons gepasseerd is, wordt het duidelijk dat ook op deze vlucht geen eten inbegrepen is, dju toch! We krijgen wel koffie en thee aangeboden dus daar vragen we er elk 2 van bij, alles meepakken! Na enkele uurtjes vliegen komen we aan in Christchurch – Nieuw-Zeeland.
Dag 187 – 25/03/2014
(overnachting op luchthaven + zoeken hostel, slapen en ’s avonds shop)
We wandelen Nieuw-Zeeland binnen rond middernacht. De
rugzakken op de rug, nog even een korte controle van de zakken voor resten van
modder of eten, ’t gaat er hier ook redelijk streng aan toe. We zien hier en
daar al borden staan met insecten die ze hier liever niet hebben, daaronder
behoort onder andere de zandvlieg (die we later vast en zeker zullen leren
kennen). We komen de gate uit en belanden in de inkomhal van Christchurch
Airport net na middernacht. Hetgeen we iet of wat zeker weten is dat we ons
twee flessen gin hebben gekocht tegen goedkopere prijs in de Tax Free shop,
maar voor de rest staan we hier maar te staan. Thomas gaat even horen aan
enkele medewerkers hoe ze het best richting centrum gaan. Blijkt dat het toch
enkele kilometers is, dus te ver om te wandelen. We moeten transport hebben,
maar dat zal niet zo evident blijken want de bussen rijden al even niet meer en
de taxi’s komen maar sporadisch aan op de luchthaven. Daarnaast proberen we
enkele hostels te telefoneren, maar krijgen steeds slecht of geen nieuws:
volgeboekt of niemand pakt op… Uiteindelijk spreken we af met enkele koppels om
samen een taxi te nemen naar een hostel dat nog niet volgeboekt is. De
taxichauffeur vraagt ons in welk hostel we een boeking hebben, en we antwoorden
hem dat we geen boeking hebben, maar dat er in één van enkele hostels nog wel
plaats voor ons zal zijn. Hij gelooft ons niet en wil niet riskeren om met ons
van hier naar daar te rijden, omdat enorm veel plaatsen stampvol zitten. Het
komt er uiteindelijk op neer dat hij ons niet wil meenemen en ons voorstelt om
op de luchthaven te overnachten. Morgenvroeg rijden er bussen, dus dan zal alles
wel in orde komen. We hebben hier niet te veel keuze en hebben vooral ook honger dus
we blijven maar op de luchthaven. We installeren ons in enkele zeteltjes,
openen de laptop en skype, schenken ons een gin-tonicske in en gaan op zoek
naar iets om te eten want ’t zal geleden zijn van de toastjes deze morgen in
Australië, of neen, de mars op de luchthaven van Sydney dat we gegeten hebben.
Na wat rondzoeken komen we tot de conclusie dat het hele boeltje hier gesloten
is en dat er dus niets hartigs te vreten valt. Doeme! Honger en Moe! Dan nog
maar nen gin-tonic! We skypen even met Thomas z’n ouders, veruit de laatste
keer voordat ze beginnen aan hun lange reis richting Christchurch. Na de skype
is het een uur of twee en de Gin begint al een beetje te werken. We proberen de
oogjes toch maar even te sluiten, draaien ons in alle mogelijke posities, maar
geven de moed uiteindelijk op; slapen op de stoeltjes in de luchthaven werkt
deze keer niet! Rond 4u gaan de eerste shops open (hadden we vernomen), dus
tegen dan gaat Lim richting deze shops om iets van boefel te gaan halen. Ze
komt terug met 3 serieuze broodjes en twee flessen drinken, da’s gewerkt se!! We
krijgen ze niet volledig naar binnen gewerkt, maar verdikke ’t heeft gesmaakt
en ’t was nodig! Terug vol energie beginnen we aan ons project “bedje vinden”.
We weten al dat de bussen sebiet rond half zeven richting het centrum zullen
vertrekken, en nu nog een plaats vinden om te pitten. Het eerste kantoor van
autoverhuur in de luchthaven gaat open en we mogen hun telefoon gebruiken om naar hostels te
bellen. Dit proberen we uitvoerig, maar we worden weer overal teleurgesteld. Het
project zal z’n eigen gang moeten gaan. We nemen de bus van half zeven richting
de plaats waar de hoogste concentratie hostels zou moeten zijn en gaan gewoon
van deur tot deur leuren. Aangekomen in die regio, vragen we de weg richting
enkele hostels. Aangekomen bij het eerste krijgen we te horen dat het 110 NZ dollar (=74euro) per overnachting kost...zot?!! De man zegt ons nog dat we weinig zullen
vinden onder die prijs, maar moe of niet, dat willen we zelf nog wel eens zien! Het probleem is ook dat het nog te vroeg is om in te checken, we kunnen pas
rond 10u op een kamer en ’t is nu acht uur. Bijgevolg stranden we aan de inkom
van het park. Thomas blijft liggen bij de rugzakken terwijl Lim eens verder
gaat zoeken naar een bedje. Uiteindelijk vinden we een hostel “YHA”waar we
kunnen overnachten voor een schappelijke 70 NZD. Uiteraard moeten we nog wat
wachten, maar we mogen wel al in de lounge zitten. We vallen zowat meteen in slaap
in de zeteltjes tot ze ons komen halen om richting de kamer te gaan. De
rugzakken neer, de kleren uit, bedje in en mmmmh slapen!!! Uren en dromen later
worden we wakker van weer een hongertje. Het is hier mogelijk om te koken voor
onszelf (het eerste land waar een keuken écht een faciliteit is in de hostels)
dus we wandelen richting een supermarkt door het duistere en verloederde
Christchurch. De stad is in 2011 getroffen door een aardbeving van 6,3 op de
schaal van richter. Een 185 mensen lieten het leven en de schade van aan de
gebouwen is aanzienlijk. ’t Is geen mooi prentje om van een exotisch eiland in
deze spookstad terecht te komen. Uiteindelijk vinden we de supermarkt, kopen
wat te boefelen en krijgen van een lieve madam een lift terug naar ons hostel.
Daar maken we wat te eten en kruipen daarna weer het bedje in.
Dag 188 – 26/03/2014
’s ochtends stellen we vast dat we niet veel opties hebben
om in de buurt een ander guesthouse te vinden tegen een goedkoper tarief dus we
boeken nog een nachtje bij. ’t Is immers nog één keer slapen voordat moeder en
vader De Cauwer arriveren in Christchurch dus we doen het vandaag kalmpjes aan,
zeker na de reis van Bali naar hier. We ontbijten ietwat later in het
keukentje, de meeste gasten zijn ons al voor geweest en al op stap of aan het
werk, dit laatste is iets wat we hier binnenkort in Nieuw-Zeeland ook zullen
gaan doen. Na ons ontbijtje is de regen van gisteren er volledig mee gestopt en
begint het zonnetje erdoor te komen. We maken van de gelegenheid gebruik om de
longen eens open te gaan zetten. Niet ver van ons hostel is het park dus dat
wordt het plan voor de komende uren. In het park is het blijkbaar een attractie
om voortgeduwd te worden in een klein bootje doorheen de beekjes. Een koppel
wordt voortgeduwd door een oudere, typisch Engels geklede man die hen op tijd
en stond informeert over de weetjes die er te weten vallen over het park.
Verder passeren we nog tal van bankjes toegewijd aan overledenen. Een soort van
grafsteen die door de achtergebleven familie in het park wordt gezet met de
naam van de persoon op en een zinnetje waarom dit bankje hier voor hem/haar
staat. Het park is zonder twijfel één van de meest onderhouden parken die we al
gezien hebben. Het schittert met gezellige plassen omringd door planten en
gigantische bomen, met als kers op de taart een waanzinnige bloementuin die ons
een lading prachtige foto’s oplevert. Na deze verademende wandeling gaan we wat
lunchen en al eens online kijken of de vlucht van de ouders al vertrokken is.
Rond deze tijd zijn ze blijkbaar al vertrokken vanuit Amsterdam richting Dubai.
Van daar zullen ze vliegen op Bangkok om daarna te reizen naar Australië en een
laatste vlucht te nemen naar Christchurch waar ze zonder twijfel zullen
ontvangen worden met een dikke knuffel van ons. We besluiten niet te veel meer
uit te steken vandaag en rusten wat uit, maken wat eten, zetten wat foto’s op
de laptop (en genieten weeral na van deze foto’s), skypen nog even met thuis en
ronden dan de dag af met een filmpje op de kamer.
Dag 189 – 27/03/2014
Vanmorgen maken we ons weer een uitgebreid ontbijtje en
worden in de keuken gezelschap gehouden door een Chinese man van midden de 50
die op z’n eentje doorheen NZ aan ’t trekken is. Hij spreekt zo goed als geen
Engels, maar sinds we gereisd hebben in China weten we iet of wat te
communiceren met de man. We laten hem wat proeven van ons Westers ontbijt,
waarvoor hij ons blijkbaar dankbaar is want hij gaat ons vanmiddag dumplings
maken J
tijdens het ontbijt krijgen we van hem een initiatiecursus Chinese taal. Hij
maakt ons duidelijk dat alle tekens in de taal echt tekeningen zijn die sterk
vereenvoudigd zijn. Zo is het teken van “man” een werkende man op een akker met
z’n sikkel. De Chinese taal is doorheen de jaren al drie keer vereenvoudigd en
hij tekent ons de drie verschillende tekens waarna we volledig begrijpen van
waar dit komt. Dit doet hij nog voor enkele woorden en bij deze zijn we weeral
een klein beetje wijzer geworden. Het weer valt weer goed mee vandaag dus we
pakken de frisbee en gaan het park nog maar eens in. Na een spelletje frisbee
en gezellig uitwaaien is het tijd voor de dumplings met onze Chinese kameraad.
En na deze lekkere lunch is ’t tijd om de bus te nemen richting luchthaven. We
zijn eigenlijk maar net op tijd vertrokken richting de bushalte en weten
eigenlijk ook niet goed waar de bus te nemen dus ’t is even lopen en
rondvragen, maar voor we ’t weten hebben we de bus gevonden richting
luchthaven. De ouders zouden arriveren op de luchthaven rond 15.15 en ’t is nu
14.30, spannend! Na deze maanden reizen zal ’t ongetwijfeld een blij weerziens
worden! Aangekomen op de luchthaven is het ondertussen iets na drie en we komen
vrijwel meteen te weten dat de vlucht van de oudjes een halfuurtje vertraging
heeft opgelopen, als ’t dat maar is. Dit geeft ons de kans om nog even een
pintje te gaan verteren. Daarna is het afwachten aan de Arrivals. De vlucht is
geland en we zien hopen passagiers buitenkomen, maar niet de oudjes… na nog een
klein halfuurtje, nu kwartje voor vijf, komen ze buiten… zonder bagage… ’t is
eerst eens goed vastpakken en wat zabbers delen waarna we meteen te weten komen
dat de Emiraten de bagage van de oudjes ergens zijn kwijtgespeeld tijdens de
transfer in Dubai. Er volgt een vergoeding van de maatschappij voor het ongemak
en ze beloven de bagage morgen te brengen naar waar we zitten, want het plan is
om morgenvroeg meteen koers te zetten naar Kaikoura, dé plaats om walvissen,
dolfijnen en zeehonden te gaan spotten. We regelen de auto die de pa al had geregeld
en rijden richting de supermarkt. Daar doen we samen inkopen om vanavond lekker
ons potje te koken en enkele flessen wijn om te vieren, houdt dit laatste in
gedachten want dit zal voor de gehele vakantie het excuus worden om op tijd en
stond een flesje te kraken… vieren met z’n vieren J die avond babbelen we al wat
bij en krijgen we te horen wat een waanzinnige trip het was om naar de andere
kant van de wereld te vliegen, ze zijn (inclusief tijdsverschil, hier in NZ 10u
verschil met België) een schappelijke 48u onderweg geweest om ons te komen
bezoeken en daar zal de jetlag nog wel van komen! Voor vanavond hadden we nog
een overnachting geboekt in de YHA, een dubbele kamer met een stapelbed en
queensize bed. De badkamer is op de hal, ’t is geen grote luxe, maar daar
kunnen de oudjes goed mee leven. Ze nemen hun een welverdiende douche terwijl
wij wortelpuree, broccolipuree, champignonsausje en steak gaan maken. Tijdens
het diner kraken we de eerste twee flesjes wijn terwijl we skypen met het
thuisfront, raar en toch gezellig om samen op het beeld te komen J
Dag 190 – 28/03/2014
(Christchurch – Kaikoura: 180km)
Na een welverdiende nachtrust geven we Marc en Ilse de tijd
om op hun gemakje wakker te worden en zich wat op te frissen terwijl wij een
uitgebreid en stevig ontbijt maken voor onze eerste reisdag in NZ. Na een goede
grondlaag voor de voormiddag starten we de auto richting Kaikoura. Na een klein
uurtje bollen passeren we Waipara in de buurt van Pegasus Bay en een groot
plakaat “Winery”, de eerste degustatie wordt bij deze ingezet! We maken een
wandeling in de omgeving rond de wijngaard in het zonnetje dat ons allemaal in
een gezellige en ontspannen sfeer brengt. Na de wandeling degusteren we enkele
wijntjes, Thomas hoort eens of ze hier niemand zoeken in de keuken en sluiten
daarna deze intermezzo af om richting de eindhalte van vandaag te rijden. Met
zicht op de Pacific Ocean eten we de pistoletjes op in de auto en een uurtje
later arriveren we in Kaikoura, we hebben net al de eerste zeerobben zien
stretchen op de rotsen. We komen aan in een hostel en boeken meteen een nacht
want ’t ziet er hier goed uit en we hebben een adres nodig om door te geven aan
de transportdienst van de Emiraten, want die moeten de bagage van de oudjes nog
komen afleveren! Dit gedaan hebbende, wandelen we op ’t gemakje en met niet te
veel plannen het stads- of zeg maar dorpscentrum binnen. Een
souvenierwinkeltje, de post om geld te wisselen, … en in een winkeltje een knap
boek van NZ cadeau gekregen van M&I. Thomas sukkelt volledig onschuldig een
kroeg binnen waar ze toch wel toevallig Erdinger Weissbier van ’t vat tappen.
We blijven hier enkele uurtjes plakken en nestelen ons aan ’t haardvuur. Enkele
sterk gemiste babbels, voldoende pinten en pizza’s voor de honger volgen elkaar
goed op. Ons moeder laat het afweten en krijgt haar jetlag-klopje. Ze dommelt
gezellig in op de zetel aan ’t stoveke en tegen de latere avond beslissen we
toch om stilaan terug naar ons hostel te gaan, de bagage zal er dan ondertussen
ook wel al bijna zijn. De pa heeft nog het grandioos idee om nog Fish ’n Chips
te gaan bestellen en op ons terrasje te gaan opeten. Terwijl ze onze bestelling
gereedmaken, watert Thomas even tegen de zijgevel van het pand, dat Weissbier
loopt er zo door J
Na ons gastronomisch diner én de uiteindelijke aflevering van de bagage gaan de
oudjes het bedje in terwijl wij nog even in het warm bad van het welnesscenter
gaan zitten. Spijtig genoeg sluiten ze het boeltje al na tien minuten dus tegen
22u gaan ook wij een dutje doen.
Dag 191 – 29/03/2014
(Kaikoura Whalewatching!)
’t Was gisterenavond maar een kort warm badje dus vanmorgen
hebben we even ingepland om ons tweetjes een sauna en badje te gaan nemen.
Zonde genoeg is de sauna nog niet in gang gezet, dus we gaan het badje dan maar
in, ook gezellig. Daarna een douche en van de tweepersoonskamer even gebruik
maken J
We pakken ons boeltje al voor het grote deel in en gaan dan samen met de oudjes
ontbijten. Bo’kes met kaas, salami en nog veel meer… onze menu is nu een pak
groter omdat we worden gesponsord in de superette, de ouders op bezoek, ’t
heeft toch zo z’n voordelen. We laden de auto in met alle bagage en boeken
daarna de walvissentocht en bijkomend ook een hostel voor vanavond hier in
Kaikoura om de reden dat we pas laat terug zullen zijn van de walvissentocht.
We arrangeren dus twee kamertjes in een ander hostel omdat dat van afgelopen
nacht volgeboekt was voor vanavond. Het vastleggen van de walvissentocht is een
kostelijke zaak en dit zouden we nooit zelf willen spenderen omdat je zoveel
andere dingen kan doen voor dat geld (145 dollar pp), maar we krijgen dit
cadeau voor onze verjaardagen die eraan zitten te komen, MERCI OUDJES!!! Met al
de administratie achter de rug, zetten we koers naar de zeehondenkolonie hier
in de buurt. Een hoop beestjes zitten samen op een pier te zonnen, zich te
wassen, … en dit levert weeral wat fotomateriaal op. Aangezien moeder en vader
met dezelfde camera werken, is het samen wat oefenen om het beste uit de
toestellen te krijgen. Niet ver van hier bezoeken we nog een waterval waar
blijkbaar in het voorjaar de kleine zeehondjes naartoe kruipen om op te groeien
met hun moeder. Even op de klok kijken want het wordt stilaan tijd om naar het
Whalecenter te gaan. Daar arriveren we rond een uur of twee op de parking met
op de achtergrond Dario G
– Sunchyme, een liedje waar ons moeder al zo lang Thomas weet verzot op is.
Bijgevolg, we krijgen een onvergetelijk en aanstekelijk dans’ke te zien van
Ilse. De auto tegen 5km/u, de camera draait en ons moeder steelt de show. Hier
en daar gaan de deuren open van enkele campers, wellicht door de decibels die
vanuit onze boxen komen, we worden alleen maar toegejuicht J fantastische inzet
voor de walvissentocht! We hebben onze voiture ondertussen geparkeerd, snijden
de eerste pintjes aan (Stella Artois deze keer) en eten een pistoletje om toch
niet met lege magen de boot op te gaan. In het infocenter krijgen we eerst een
introductiefilmpje over het onderwaterleven in deze buurt en de tektonische
platen die het hier zo gunstig maken om walvissen te spotten. Kaikoura is de
plaats die het dichts gelegen is in NZ tegen de tektonische plaat die hier wat
kilometers van de kust ineens de diepe zee ingaat. Het gaat eigenlijk om de
uitloper onder water van het eiland NZ, dat ongeveer een 350m diep behaalt tot
enkele kilometers zee-inwaarts en de aanraking met de tektonische plaat aan de
oostkust die ineens een hoop dieper de zee ingaat. Kortweg, na 20 kilometer
varen zullen we op een punt komen waar de bodem geen 350m meer is, maar over 1
kilometer en bijgevolg ideaal is voor de potvis (spermwhale) z’n jachtterrein.
Op die diepte leeft de reuzeninktvis en meteen ook het favoriete tussendoortje
van dit reusachtige zeezoogdier. Dit laatste is niet onbelangrijk want een
zoogdier heeft longen en dus regelmatig naar de oppervlakte komen voor een
frisse neus. Dit zou zo om de 45min a het uur moeten gebeuren en als het team
van de whalewatching geluiden kan oppikken van de walvis onder water, zouden we
hem kunnen lokaliseren en kunnen zien ook… laat komen!! We vertrekken met de
bus rond een uur of vier en gaan van daar de boot op. Het is een dik halfuurtje
varen naar de plek waar we moeten zijn en worden ondertussen bezig gehouden
door een struize Maori (de authentieke bevolkingsgroep van NZ), hij vertelt wat
over de geschiedenis van de organisatie en de werkwijze. De walvis is een dier
waarop de Maori vroeger jaren jaagden en de legende zegt dat de eerste
Maori-leider op de rug van een walvis naar NZ gereisd is, daarom dat het een
enorm geapprecieerd dier is door de Maori. Ze jaagden op dit dier en lieten
niets verloren gaan van hun vangst. Dit kan spijtig genoeg dezer dagen niet
meer gezegd worden over de commerciële walvisjachten van de Oosterse cultuur… na
een kleine drie kwartier zetten ze de motoren af en gaan ze met een
geluidsdetector de zee in om signalen op te vangen van onze 18m lange vriend.
We worden ondertussen al uitgebreid gezelschap gehouden door een zwerm
dolfijnen langs de boot. ’t Zijn heel benieuwde en speelse dieren die
acrobatische toeren aanvangen om ’t voor ons hier wat aangenamer te maken,
vooral voor ons moeder dan want boten zijn toch niet zo haar ding… de maag in
de knoop of niet, na een kwartiertje rondkijken komt deze zwemmende lijnbus
boven met een spuitende geiser. Op de achtergrond krijgen we info door de luidsprekers
en weten we wanneer de walvis ongeveer zal ondergaan. Hij wordt continu
geambeteerd door de dolfijnen dus lang zal hij niet aan de oppervlakte blijven.
Het moment dat het dier ondergaat is wanneer we de camera’s klaarhouden, je
ziet de hele lengte van het beest naar beneden duiken met een gigantische
staartvin als finish, machtige ervaring! We praten nog even met een
medewerkster van de organisatie en die weet ons te vertellen dat zij de enigen
zijn die deze service aanbieden en dat het zo zal worden gehouden omdat dit
niet mag uitgebuit worden in zodanige mate dat het de leefomgeving voor deze
dieren zou kunnen schaden. We krijgen ook nog mee dat de commerciële
walvisvangst eigenlijk verboden is en dat de Japanners dezer dagen voor
“wetenschappelijke” doeleinden zo’n 950 walvissen mogen vangen per jaar.
Natuurlijk reist de vraag waarom je zoveel dieren nodig hebt voor onderzoek en
dit wordt meteen beantwoord met het feit dat dit een politieke dekmantel is
voor de commerciële walvisvangst, zonde zaak! De potvis wordt gevangen voor de
grote snuit (en wat erin zit) die ze hebben. In de snuit zou 2 tot 3000 liter
olie zitten dat voor verschillende doeleinden kan gebruikt worden. In de
praktijk worden deze beesten dus gevangen en geslacht wanneer ze naar de
oppervlakte komen om te ademen en al wat gebruikt wordt zijn de oliën in hun
snuit, al de rest wordt terug de diepe zee ingegooid.
We varen terug naar de kust en een tiental minuutjes voor we
inschepen kan ons moeder haar niet meer houden en het zakje wordt gevuld met
pistoletjes (of toch iets wat daarop gelijkt heeft). Ze heeft haar toch lang
goed kunnen houden J
na de korte busrit terug naar het centrum halen we nog een korte, frisse neus
aan de kust en gaan daarna even naar de supermarkt voor de inkopen. We maken
vanavond een vegetarische curry met rijst en een heleboel groentjes. In ons
hostel doet Lim de was, Ilse neemt een verfrissende douche en Thomas en Marc
gaan aan de slag in de keuken in companie van een flesje wijn. Ondertussen zien
we een meisje met haar sloef ook kokkerellen, de kerel probeert altijd maar
goed te doen maar verprutst de vis die hij aan ’t bakken is door hem ietwat
zwart krokant aan te bakken. Z’n bazin kijkt afkeurend naar iets dat ze
eigenlijk al niet meer plant op te eten en onze sloef probeert de brokken nog
te lijmen door het zwart van de vis af te schrepen, maar ’t mag niet baten, ’t
is hij die de vis alleen mag binnenschoefelen. We doen een geste en geven hen
wat van onze curry, zodat ze toch nog iets eetbaars binnen hebben, ’t werd
geapprecieerd! Na ons diner en de afwas nestelen we ons in de zetel en iedereen
behalve Lim valt in slaap. Wanneer de oudjes richting bedje gaan, gaan wij de
droogkast nog even insteken en kijken in de lounge wat afleveringen van The
Simpsons. Wanneer het wasje droog is gaan ook wij slapen.
Dag 192 – 30/03/2014
(Kaikoura – Hanmer Springs: 130km)
We rapen onze bagage weer bijeen en laden de auto in om naar
de volgende bestemming van de trip te rijden, Hanmer Springs, de natuurlijke
warmwaterbronnen die omgebouwd zijn tot een relaxplaats. We doen de overschot
van de rijst en de curry in een potje om vanmiddag ergens goedkoop te lunchen,
backpacker-stijl, en vertrekken richting de Westkust van het Zuidereiland. Het
zal ongeveer in het midden van de Oost-naar-West-trip zijn dat we moeten zijn,
maar de komende 130km zijn geen volle autostrade maar merendeel wegen doorheen
de bergen en uitgestrekte landschappen. Het voordeel aan deze routes is dat je
weinig of geen verkeer passeert en op je gemakje eens ergens kan stoppen, foto
trekken en weer vertrekken. Na even bollen rijden we ineens achter een quad met
achterin acht herdershonden. We stoppen even om een babbeltje te doen met de
man. Hij is een schapenherder met zo’n 5000 schapen onder z’n bewind. Het is
geen makkelijke stiel zo blijkt, maar z’n horde honden houdt het boeltje wel
goed samen. Met z’n dochtertje van 3 vertrekt de man richting z’n schapen en
wij volgen zijn advies om na een tiental minuutjes halt te houden in een
guesthouse waar je iets kan drinken met een geweldig uitzicht, niets is minder
waar! We drinken iets en mogen onze curry en rijst opwarmen in een klein
keukentje. Zelfs het servies mogen we gebruiken dus dit maakt het weeral
makkelijk voor ons, als je niet vraagt, … na deze gezellige lunch rijden we
even verder en al gauw komen we weer een wijngaard tegen die ons moeder al van
ver gezien had. Afslaan en de parking op! We proeven enkele wijntjes en de
Chardonnay spreekt ons ’t meest aan dus daar kraken we een flesje van in de tuin
van de wijngaard met weeral een geweldig panorama! Zo gaat dat hier, als ’t
tijd is om te vieren, is ’t tijd om te vieren! Met een glaasje wijn in de boot,
vertrekken we richting de eindhalte, Hanmer Springs. Eerste werk: hostel
zoeken, we vinden een gezellige YHA met een familiekamer, keukentje en al
inbegrepen voor een redelijke prijs, de oudjes trakteren vandaag, jupsa! Daarna
effe kop of let doen of we zelf koken of gaan eten. Kop! ’t Wordt uit eten
vanavond! Net nog even de broodnodige dingen inkopen zoals bier en ontbijt in
de superette en daarna pakken we ons zwemgerief klaar om de warmwaterbronnen
eens te gaan verkennen. Het grotendeel van de baden zijn onnatuurlijk verwarmd,
maar eentje is van op afstand te ruiken en dit is wel degelijk een natuurlijke
warmwaterbron. Het bad is zo’n 45 graden en stinkt, stinkt, stinkt naar de
rotte eieren. Achteraf blijkt dat deze geur wel even rond je blijft hangen. Tegen
een uur of acht deze avond begeven we ons naar ons hostel, nemen een douche en
gaan op zoek naar iets om te eten. We vinden niet echt iets degelijks behalve
een pizzeria, daar kunnen we nooit voorbij lopen zonder een kijkje te nemen! ’t
Staat vast, pizza vanavond! We vragen om de pizza mee te nemen, drinken een
pint in de Irish Pub en installeren ons daarna in onze kamer met een wijntje en
biertje, gezelligheid maak je zelf en da ’s bij deze dan ook weeral
gearrangeerd! Om de avond af te sluiten zetten we ons nog even in de lounge en
gaan nog even kaarten, maar vooraleer de kaarten op tafel liggen valt Thomas al
bijna in slaap dus ’t wordt matrasje op. Oudjes in het Queensize bed en de
jeugd samen in een enkel bedje, een beetje krap maar lekker warm bijeen.
Dag 193 – 31/03/2014
(Hanmer Springs – Westport: 215km)
Met herinneringen aan vroeger, komt ons vader met groot laweit de kamer ingewandeld, een nieuwe
dag is aangekondigd en bij deze: ook ne Goeiemorgen!! Ochtendhumeur is niet van
de orde vandaag dus we frissen ons even op en zitten al snel aan de
ontbijttafel omeletjes met pisolets te schoefelen. ’t Is een stevig ontbijt en
we zullen het nodig hebben want deze voormiddag gaan we Hanmer Hill beklimmen,
op zoek naar een, naart schijnt, knappe waterval… een fikse wandeling van
anderhalf uur brengt ons tot aan de waterval die we mochten zoeken tussen de
bossen op deze berg. Een waterval van een meter of 30 valt tot aan onze tenen
en levert uiteraard weer memorabele foto’s op. Moeder en vader vertrekken al
richting beneden terwijl wij nog even doorzetten tot aan de top van dit bergje.
Na een kwartiertje klimmen hebben we een magnifiek panorama over de hele vallei
die zich afzondert van de buitenwereld met een horizon-reikend gebergte.
Onderweg naar beneden oefenen we de “echo” een beetje uit en na onze weerklank
krijgen we van beneden ook respons, we denken dat het de oudjes wel eens kunnen
zijn dus iedereen kan ons hier luid en duidelijk horen J na een snelle afdaling komen
we onderweg Marc en Ilse tegen waarbij moederke geschrokken en opgelucht
reageert ons te zien. Ze had, na onze echo, het ergste verwacht en enkele
tranen en dikke knuffels lossen dit misverstand weer op. Da moedergevoel, ’t
moet toch iets speciaal zijn! Na nog even wandelen komen we terug aan onze kar
waar we een gezonde snack naar binnen werken. Na de ochtendgymnastiek, gaan we
nog even ons eten uit de frigo van het hostel halen waarna we navigeren naar de
volgende halte: Westport! We rijden via Reefton en komen een gezellig
Tsjechisch liftertje tegen genaamd Christina, ze is in haar eentje aan ’t
rondliften in deze regio en als ‘k kan tellen kan er in een auto van vijf nog
eentje bij dus we pikken haar graag op. Tot aan een splitsing een goeie 100km
verder zetten we haar af. Een laatste goede raad die ze ons meegeeft is om op
te letten voor de zandvliegjes aan de westkant (dit blijkt achteraf een zeer
goede raad te zijn, deze rotbeesten vreten je volledig op!). Na Christina
afgezet te hebben aan Spring Junction, zetten wij verder naar Westport. We
arriveren tegen dik vijf uur in Westport. We zetten meteen koers richting de
kust van de Tasmaanse zee waar we gelijk klein kinderen gezellig wat keilen in
de golfjes en afsluiten met een kei-petanque. Bij het ondergaan van de zon
wordt het toch eens tijd om even op zoek te gaan naar een bedje. Dit hoeft niet
te lang te duren, we komen al snel aan een gezellig guesthouse met de naam
“Bazils” waar we inchecken, bagage droppen en even wat te eten gaan zoeken in
de geliefde superette. Terwijl de moeder en de vader hun wat opfrissen in de
kamer, maken wij een maaltijdje gereed. Rond een uur of 9 zitten we ons in het
pittoreske keukentje tegoed te doen aan een degelijke Belgische maaltijd:
gebakke petette, malsen biefstuk me een stevig poivre-vert sauske afgewerkt me
konijneknabbel en ne klad majeneis. Na nog een plezant babbeltje en een glaasje
wijn wordt het stilaan tijd om onder de wol te kruipen. ’t Is vannacht in een
familiekamer waar de oudjes op ’t gelijkvloers liggen in hun queensize bed en
wij in dezelfde ruimte maar een verdiepje hoger in twee tegen elkaar geschoven
stapelbedden de nachtrust vinden. Slaapwel.
Dag 194 – 1/04/2014 (Westport
– Franz Jozef 275km)
De benedenverdieping hun wekkertje loopt af rond 7u waarop
wij ons nog even tegen mekaar nestelen. Na een vijftal minuutjes wordt het
duidelijk dat er iets verkeerd is met de accounts van skype en de jeugd moet te
hulp schieten. We hadden deze ochtend afgesproken om met tante Leentje, Roland,
Vincentje, Charlotte en Jeroen te skypen, dus bij deze zijn we ook uit de
veren. Na even prullen met de technologie komt het toch slim en ’t is nekeer
plezant voor iedereen om met Marc en Ilse van hieruit te skypen naar huis J Na een babbeltje
prepareren we ons een ontbijtje, pakken de bagage en maken ons klaar voor
vertrek tegen half tien. ’t Belooft weer een prachtig ritje te worden want het
weer zit mee en we gaan de Westflank, ook gezegd de mooiste flank, van
Nieuw-Zeeland afrijden vandaag met hier en daar wat interessante tussenstops.
De eerste halte is een echte, vrije en door-mens-onaangetaste zeeleeuwbiotoop
gevuld met al de beestjes die daarin thuishoren, een zeeleeuwenkolonie dus!
Ettelijke honderden, groot, klein, lelijk en koddig zitten hier bijeen in ’t
zonnetje te genieten van de frisse Tasmaanzee die hen op tijd en stond een
verfrissing toedient. Blijkbaar is dit fenomeen vrij recent want tot voor
enkele decennia geleden kwamen deze kolonies niet meer aan land in
Nieuw-Zeeland om de welbekende reden dat ze voor hun pels en vinnen werden afgeslacht.
Natuurlijk heeft dat ze van dit eiland weggejaagd en het gezonde besef van de
regering is er dan uiteindelijk toch gekomen om deze diersoort te beschermen
vanaf x-aantal jaar geleden. Sinds toen zijn er sporadisch weer hier en daar
wat aan land gekomen en al snel uitgegroeid tot ferme families! Weer tientallen
foto’s en filmpjes rijker zetten we onze koers weer richting Zuid waar we
stoten op een volgende attractie: de Pancake Rocks (voor niet-Engels sprekers
zijn dit de pannenkoekenrotsen). Deze naam is hen toegeëigend door hun vorm die
ze gekregen hebben door erosie van de Tasmaanse zee. ’t Zijn precies allemaal
gigantische platte keien op elkaar gelijmd waarvan de constructie elk moment
kan instorten. Dit is één kant van het verhaal want wanneer je wat rondwandelt
aan dit deel van de kustlijn, kijk je soms tientallen meters naar beneden in
gigantische blowholes (spuitgaten). Gaten en grotten in de rotsen gekerfd door
de tand des tijds en de kracht van het water, dit laatste vooral is
overweldigend! Het water spuit hier meters de lucht in en je verstaat elkaar
met moeite wanneer de golven de gaten indonderen! Op de weg terug naar de auto
worden we nog even geëntertaind door een bronstig haantje dat zonder vrucht,
maar onophoudend een kiekske achternazit. Minutenlang houdt onze vriend vol,
maar ’t kiekske laat haar niet pakken. De aanhouder wint? Wie weet…
’t Knort weeral nekeer in de maagjes dus we doen onze mobiele frigo (plastiek zakken me de etensresten van afgelopen dagen in) eens open en ’t wordt brood met kaas en salami, niet slecht! Iets verderop gereden, zien we een grote aardbei naar ons lachen dus even kijken aan ’t kraampje… niets! Geen kat te zien! ’t Worden geen freisen vandaag, maar das nie zo erg, want er is geen freis zo goe als die van Meilse J onze pa zit weer met de neus in de reisgids te kijken naar wat op de rest van de route van vandaag ligt en waar het interessant zou kunnen zijn om eens te gaan piepen. Even langs het stadje “Ross”, daar zou een kerkje omgebouwd zijn voor backpackers om de nacht door te brengen, blijkt volgens ons boekje een unieke ervaring te zijn… In het dorpje zelf wordt ons verteld dat dit niet meer bestaat en dit wordt ook bevestigd wanneer we het op eigen houtje willen gaan zoeken en op een oprit door de locals hetzelfde verteld worden. Volgende halte: Okarito! Volgens de pa, alé volgens den boek, moet daar zeker iets te zien zijn aan de kust. Klinkt gezellig dus een kilometer of tien van de snelweg richting kust. Wanneer we het dorpje inrijden zien we niet veel meer dan enkele kleine wijkjes in een vreemde en ineens verschijnende, dichte mist. ’t Zal hier toch niet spoken zekerst?! Even rondrijden, niet te veel te zien, de blazen legen op een camping en de wielen richting Zuiden! ’t Was niet het plan, maar we zullen dan toch maar ineens verder rijden naar Franz Jozef, het gebied van de één der bekendste foto’s over de opwarming van de aarde. De Franz Jozef Gletsjer is honderden meters van z’n ijskap verloren in de laatste twee decennia (cfr. Al Gore – An Inconvenienth Truth). ’t Eerste wat gedaan wordt wanneer we arriveren in Franz Jozef is uiteraard een deftige pint pakken, alé twee dan! Even comishes doen in de lokale supermarkt, dit is hét dagritueel, bedje boeken in de vertrouwde YHA-hostel en Thomas start aan het diner onder invloed van enkele biertjes en GT (gin-tonic voor de nuchteren onder ons), koken is altijd plezanter op die manier J Na een klein uurtje is ’t weer vieren met ons vieren, scampi’s in een tomaat-look-currysausje met rijst, simpel maar lekker! Na het eten belt Lim met het thuisfront waar ze na zes maandjes ook Opa en Liliane eens te zien/horen krijgt, altijd plezant! Niet veel later vallen de oogjes weer toe
’t Knort weeral nekeer in de maagjes dus we doen onze mobiele frigo (plastiek zakken me de etensresten van afgelopen dagen in) eens open en ’t wordt brood met kaas en salami, niet slecht! Iets verderop gereden, zien we een grote aardbei naar ons lachen dus even kijken aan ’t kraampje… niets! Geen kat te zien! ’t Worden geen freisen vandaag, maar das nie zo erg, want er is geen freis zo goe als die van Meilse J onze pa zit weer met de neus in de reisgids te kijken naar wat op de rest van de route van vandaag ligt en waar het interessant zou kunnen zijn om eens te gaan piepen. Even langs het stadje “Ross”, daar zou een kerkje omgebouwd zijn voor backpackers om de nacht door te brengen, blijkt volgens ons boekje een unieke ervaring te zijn… In het dorpje zelf wordt ons verteld dat dit niet meer bestaat en dit wordt ook bevestigd wanneer we het op eigen houtje willen gaan zoeken en op een oprit door de locals hetzelfde verteld worden. Volgende halte: Okarito! Volgens de pa, alé volgens den boek, moet daar zeker iets te zien zijn aan de kust. Klinkt gezellig dus een kilometer of tien van de snelweg richting kust. Wanneer we het dorpje inrijden zien we niet veel meer dan enkele kleine wijkjes in een vreemde en ineens verschijnende, dichte mist. ’t Zal hier toch niet spoken zekerst?! Even rondrijden, niet te veel te zien, de blazen legen op een camping en de wielen richting Zuiden! ’t Was niet het plan, maar we zullen dan toch maar ineens verder rijden naar Franz Jozef, het gebied van de één der bekendste foto’s over de opwarming van de aarde. De Franz Jozef Gletsjer is honderden meters van z’n ijskap verloren in de laatste twee decennia (cfr. Al Gore – An Inconvenienth Truth). ’t Eerste wat gedaan wordt wanneer we arriveren in Franz Jozef is uiteraard een deftige pint pakken, alé twee dan! Even comishes doen in de lokale supermarkt, dit is hét dagritueel, bedje boeken in de vertrouwde YHA-hostel en Thomas start aan het diner onder invloed van enkele biertjes en GT (gin-tonic voor de nuchteren onder ons), koken is altijd plezanter op die manier J Na een klein uurtje is ’t weer vieren met ons vieren, scampi’s in een tomaat-look-currysausje met rijst, simpel maar lekker! Na het eten belt Lim met het thuisfront waar ze na zes maandjes ook Opa en Liliane eens te zien/horen krijgt, altijd plezant! Niet veel later vallen de oogjes weer toe
Dag 195 – 2/04/2014
(Wandeling Franz Jozef – Rustdag)
We staan op ons gemakje op vanmorgen, niet te veel haast
want we hebben al even beslist dat we na de vele uren in de auto gisteren even
op krachten moeten komen. Rond half tien eten we ons ontbijtje en Thomas gaat
de baan op richting enkele hostels in de buurt want we kunnen geen nacht langer
blijven in de YHA, ’t moet zijn da ze hier allemaal graag komen! Uiteindelijk
vinden we voor ongeveer dezelfde prijs een overnachting bij één van de naburige
hostels, Monrose hostel. We komen terecht in een grotere kamer en hebben
bijkomend een lounge, keuken en terras voor onszelf want er zit hier geen kat
in het gebouw waarin wij zitten, das rustig! We sleuren ons nestje even van de
ene naar de andere kant van de straat en rijden naar de start van de Franz-Josef-wandeling.
Ja, ’t klinkt lui, daar naartoe rijden, maar ’t is hier allemaal nie bij de
deur J vanop
de parking wandelen we tot aan de relatief droge rivierbedding. Van hier is het
een slalompaadje volgen over keien en langs watervallen links en rechts tot aan
de (ooit) gigantische ijsberg. Het is een waanzinnig panorama hier in deze
vallei met zicht op de toppen en de resten van een stevige ijsblok. Na deze
stevige ochtendwandeling krijgen we weer honger dus weer naar de vaste stek:
superette! We hebben het grandioos idee om een hoop groentjes te kopen en daar
een krachtsoepke van te fabriceren in onze eigen keuken. Na onze lunch
beslissen we in consensus om vandaag niet te veel meer uit te steken en wat
boekje te lezen. Ons Limmeke krijgt weer het idee om Thomas z’n haar even bij
te knippen, dus zo gezegd zo gedaan. In de namiddag wordt het tijd voor wat
echte inspanning en familietijd, wat antwoord er beter op dit dan Monopoly J met wat pinten en een
glaasje wijn vliegt de tijd snel (ons moeder had de gedachten gezet op Berlijn
en Parijs en ze doet da verdikke goed deze keer!) en tegen de avondval gaan we
toch weer even de baan op om wat te eten te gaan halen. Onderweg nog even wat
kaartjes kopen om naar het thuisfront te sturen, die krijgen van tijd eens
graag post van ons. De pot vanavond schaft bloemkool met witte saus, gekookte
petette, gebakken viskes en varkenskotteletjes met blackwellsaus. Het culinair
niveau stijgt naarmate de keukens groter worden J
de moeder skypet even met tante Leentje terwijl Lim met haar nicht Eva belt om
felicitaties te wensen met de geboorte van haar 4e meisje “Lina”. Na
de telefoontjes en den afwas (die de mannen dan ondertussen maar gedaan hebben)
is ’t tijd om monopoly af te werken en wie had dat gedacht: Moeder Madam Ilse
wint de monopoly, das goed slapen vannacht! De oudjes kruipen het bedje in
terwijl wij nog een filmke zien, terug naar de kindertijd met Monsters Inc.
Kort na middernacht gaan ook wij stillekes bedje in want er zijn er hier al aan
’t ronken.
Dag 196 – 3/04/2014 (Franz
Josef – Haast – Jackson Bay 200km)
Rond een uur of negen is ’t vanmorgen tijd voor koffie en
ontbijt in ons privéhuisje. Terwijl we onze nestjes bijeenrapen en de auto
inladen wordt er nog even getelefoneerd met het zusje en Jeroen. Vooraleer we
aan onze trip richting Haast beginnen, gaan we eens kijken naar het lokale
kweekcentrum van de Kiwi’s (de vogels, niet de vrucht voor alle
duidelijkheid!). We komen echter niet verder dan de inkom want de pilsjaars
zouden ons 30 dollar per persoon aanrekenen om zo’n paar vogeltjes te zien
pikken, zot! Dus dan zetten we de dag in met een gezellige ochtendwandeling
naar een meertje in de bossen hier niet zo heel ver vandaan. Op ’t gemakje
wandelen we terug naar de auto en beginnen de rit richting Zuid waar we net na
het passeren van de gletjser “Fox Glacier” een lifter mee de auto innemen. De
18-jarige Portugees, Ricardo, rijdt een 25km mee met ons waar we hem mogen
afzetten aan een riviertje waar hij in het wild gaat kamperen. Dit doet hij zo
al een 2 maandjes hier in Nieuw-Zeeland in combinatie met Woofing (werken in
ruil voor eten en een dak boven je hoofd). Dit doet hij na z’n 3 maand durende
avontuur in Australië waar hij was om dingen bij te leren over permacultuur,
een landbouwtechniek. Onze Ricardo, 18 jaar en zeker niet slecht bezig! Ale
vooruit, terug met z’n viertjes en verder bollen richting Haast. Kort na de
middag stoppen we even aan Knight Point, een punt waar je weer een mooi
panoramazicht hebt en/of de
misselijkheid even kan laten uitwaaien. Ons moederke heeft er weer een beetje
last van, maar tot zover nog geen buitensporigheden op dit gebied. Ze
functioneert ook al de hele tijd als vaste copiloot in de auto en doet zoonlief
rustiger rijden wanneer nodig terwijl Lim en vaderke steeds de planning en
bezienswaardigheden onder controle houden op de achterbank. Even verder gereden
komen we aan in Haast waar de mannen even een kijkje gaan nemen in het
Infocentrum om een beetje kennis in te winnen van de regio terwijl de vrouwtjes
even met het vel over hun ogen blijven zitten in de auto. Dit is ook de plaats
waar we de enige foto konden nemen van een echte (opgezette) kiwi, want ze
laten zich niet al te gauw zien. Vanuit Haast gaan we van de hoofdweg en volgen
een wegje dat ons via de Tasmaanse Zee tot in Jackson Bay zal brengen. Omdat we
plannen om in dit klein gehuchtje te overnachten, passeren we nog even de
winkel om ons vanavond van drank en spijs te voorzien. ’t Wordt vanavond
spaghetti a la bolognese met vino tinto en morgenvroeg huevos a la omelettos.
In het eerste dorpje dat we tegenkomen gaan we eens kijken naar een
backpackershostel om daar de nacht door te brengen (op aanraden van het
infocentrum). Ilse ziet het niet echt zitten en ze heeft wel een punt, dit
barakje kon makkelijk een overblijfsel van een concentratiekamp daterend uit
WOII zijn. Vriendelijk bedankt, maar ’t zal niet voor deze keer zijn mevrouw!
We rijden dus volledig door tot het einde van de weg tot in Jackson Bay. Een
rustgevende regio met op links gigantische flanken van het gebergte en op
rechts een uitgestrekte en woelige zee. Na nog wat kilometertjes komen we aan
in Jackson Bay waar we wat rondwandelen in het haventje en op de pier en
eigenlijk al vrij snel kunnen concluderen dat we hier niet echt de nacht zullen
kunnen doorbrengen, dit klein gehuchtje is echt wel héél klein. We besluiten op
het gemakje terug te rijden en onderweg de ogen open te houden voor een
overnachtingplaats. Al gauw wordt de auto gestopt en komen de camera’s boven om
een tuimelende dolfijn naast ons in het zeetje op foto te krijgen, toch altijd
plezant die wilde natuur! Ongeveer halverwege terug richting Haast stoten we op
een handvol mooi uitgeruste bungalows waar we met ons viertjes mogen
overnachten voor 150 dollar. Iets duurder dan gewoonlijk, maar zeker te doen
voor het kleine huisje! De pa trakteert weeral nekeer op een overnachting, we
voelen ons twee dikke profiteurs, maar trekken ons dat niet teveel aan hoor,
geld is niet het belangrijkste, toch? We eten wat overschot van onze soep
vooraleer we de dag gaan afsluiten met een strandwandeling. De hotelbazin
waarschuwde ons voordien wel al voor de zandvliegjes die in deze regio wel vrij
actief zijn. Met dit in het achterhoofd gaan we richting strand en al snel
wordt duidelijk dat de kleine kutbeestjes wel héél actief zijn op dit strand.
’t Is even naar de zon en zee kijken om ondertussen continu rondom te kletsen
om niet gebeten te worden. Op het strand is een vrouw een ritje met haar paard
aan ’t doen en naarmate ze dichterbij komt zien we dat ze volledig omsingeld is
door de zandvliegjes, ze zegt dat het wel vrij lastig is. Awel madam, daar
hebde een goe punt! Thomas laat haar de foto zien die hij van haar, haar paard
en de achtergrond getrokken heeft en ze zou het ten zeerste op prijs stellen
moesten we deze foto’s willen doorsturen, natuurlijk willen we dat! We zetten
terug koers naar de bungalow waar we de dag volledig afsluiten met onze
spaghetti en een wijntje. Na een spelletje of twee Kingen, is ’t tijd voor
dodo.
Dag 197 – 4/04/2014 (Jackson Bay – Wanaka –
Queenstown 260km)
We hebben de faciliteiten ter beschikking in onze chalet dus
terwijl we rustig inpakken en douchen maken we ons een uitgebreid ontbijtje om
de voormiddag stevig door te komen. Rond tienen zwaaien we de hotelbazin
vaarwel en starten we onze rit met een (voorlopig) laatste blik op de Tasmaanse
zee en rijden vervolgens de bergen door richting onze eerste stop, de
Thunderfall. Een plekje waar je van de overkant van de rivier een 30m hoge
waterval naar beneden kan zien storten. Voor ons tweetjes is een rivier geen
noemenswaardig obstakel dus terwijl de hoop toeristen aan de overkant foto’s
neemt steken wij de rivier over. De stroming was iets sterker dan gepland en de
rivier iets dieper dan verwacht dus ’t is opletten en mekaar balanceren terwijl
we van rots naar rots kruipen. ’t Gaat vlotjes, juist ons Limmeke verliest een
sok onderweg maar, eens aan de overkant krijgen we een knap zicht aan de voet
van de waterval afgewerkt met een regenboogje dus die kous is al snel vergeten.
Aan de andere oever van de rivier zijn de oudjes trots aan ’t verkondigen dat
het hun kindjes zijn die deze rivier getrotseerd hebben en bijgevolg staan we
ook op enkele andere camera’s. Terug aan de overkant nemen we nog een
familiefotootje met de waterval op achtergrond en zetten daarna verder koers naar een volgende
waterval. Deze is niet al te fenomenaal, maar ’t is hier wel even gezellig
rondwandelen en proberen keilen naar de overkant van het riviertje. Deze route
is bekend om haar watervallen dus bijgevolg stappen we uit bij de derde
waterval genaamd “Blue Falls”. We wandelen een halfuurtje over enkele brugjes
en krijgen een prachtig panorama over de vallei die op dit moment relatief
droog staat vooraleer we aan de waterval komen. Deze waterval is wel iets
spectaculairder vanwege het enorm blauwe en heldere smeltwater dat van de
bergen stort. Een Iers koppel, Wyatt en Kira, heeft beslist om de kleren uit te
trekken en even te ijsberen in het smeltwater. Wij volgen en een Chinees komt
ook even meekijken. Terwijl Marc en Ilse op het brugje wachten met de camera in
aanslag tot we erin springen, voelen wij even met de tenen hoe friskes dit
poeltje is… héél koud!!! ’t Wordt zowat geschat op een graadje of vijf, maar ’t
kan ons niet deren want even later hebben we ook dit weer getrotseerd, ’t was
net alsof er naalden in je huid worden gestoken, zo koud was ‘t, maar eens
eruit voel je de prikkelingen van het bloed dat aan ’t pompen is, dit doet dan
wel weer deugd! Goed, dat dan voor de watervallen voorlopig, ’t is nu richting
Wanaka rijden samen met een Oostenrijkse lifter. ’t Is genieten van het
uitzicht, hoe meer we inlands rijden, hoe meer gigantische meren zich
uitspreiden over het landschap die afgebakend worden door de steile giganten.
Net voor Wanaka zetten we onze lifter af en wij passeren even de supermarkt
voor onze lunch waarna we naar het meertje rijden en ons op ’t gemakje
installeren voor de picknick. Na eventjes zonnen en het lokaal sanitair even te
nuttigen zetten we verder koers naar Queenstown, nog zo’n 80km van hier. Het
rijden is trouwens écht een attractie op zich, de unieke en continu
veranderende landschappen zijn strelingen voor het oog en siert de onaangeraakte,
majestueuze en imposante natuur van Nieuw-Zeeland. Na een dik uurtje rijden
komen we in de regio van Queenstown en unaniem wordt beslist dat het eerst en
vooral tijd is voor een pintje! In Gibston Valley stranden we in een bruine
kroeg waar we de lokale bieren en wijntjes al eens uittesten vooraleer we
richting de toeristische trekpleister van het Zuidereiland gaan. In de kroeg slaan
we nog een babbeltje met een voormalige All Blacks (nationaal rugbyteam van
NZ), Graham Todd. We arriveren rond een uur of zes in Queenstown waar we in de
vertrouwde YHA wel een plaatsje zullen vinden. De eerste YHA zit vol dus we
worden doorgestuurd naar de andere in het centrum, ook goed! We schaffen ons
hier een lidkaartje aan waarmee we kortingen krijgen in ’t vervolg en hier
krijgen we ook een simkaartje van NZ bij, dat zal voor ons nog van pas komen!
We droppen de bagage in ons kamertje en rara… richting de superette. Onze pa
maakt vanavond een wok met curry, groentjes en kip terwijl de rest ruim de tijd
neemt om te aperitieven en de zon kan zien ondergaan met het meer Wakatipu als
achtergrond. Na den diner met wijntjes, komen de pintjes en kaarten boven om
nog even te kingen. ’t Duurt spijtig genoeg maar tot half elf want dan worden
we buitengezwierd uit de lounge, seuten! We kaarten ons rondje uit op de kamer
en wij kruipen in ons stapelbedje dat een half metertje van moeder en vader hun
bedje staat, lekker gezellig bijeen is ook plezant hé!
Dag 198 – 5/04/2014 (Job
zoeken / Rustdag Queenstown)
Vandaag mogen we van moeder en vader de auto gebruiken om
hier en daar al eens rond te zoeken naar een job voor over twee weken. Na het
ontbijtje gaan de oudjes op wandel en rijden wij enkele adressen af die we
gevonden hebben in het wekelijks bladje. ’t Wordt al snel duidelijk dat we een
CV moeten binnengeven en die hebben hier momenteel niet bij de hand dus dat
wordt iets voor vanavond. In Arrowtown eten we iets en drinken een pintje voor
het haardvuur van het New Orleans hotel terwijl we al wat brainstormen over hoe
we best onze CV’s opstellen. We besluiten dan al snel om terug naar Queenstown
te rijden om per mail wat motivatiebrieven te verzenden. In de YHA komen we
Marc en Ilse tegen die een gezellig kroegje gevonden hebben aan het meer, ’t is
dan ook meteen een goed idee om daar in gezelschap van een pintje onze dag aan
elkaar te vertellen. Marc en Ilse zijn vandaag wat gaan rondkuieren op het
marktje en vervolgens gaan wandelen in het park met haar mooie bloementuin en
knappe uitzicht over het meer en de bergen rondom. Wanneer het zonnetje begint
te zakken gaan wij alvast wat administratie doen voor de job terwijl ma en pa
de comishes verzorgen vandaag. ’t Wordt een lekker stukje zalm met petatjes en
mousselinesaus, zaaaalig lekker! Diezelfde avond krijgt Thomas al een mailtje
terug van Fergburger dat hij morgen op gesprek mag gaan en eventueel
aansluitend een halfuurtje meedraaien in de keuken. Alé da ’s al goed nieuws,
daar leggen we een kaartje op! Rond het vaste uur worden we weeral
buitengekegeld en op de kamer wordt er nog wat getelefoneerd met Charlotte en
het thuisfront van Lim.
Dag 199 – 6/04/2014 (Job
zoeken / Rustdag – Queenstown)
Deze ochtend zijn we allemaal wat in de war want blijkbaar
is deze nacht het uur veranderd. Na hier en daar eens luisteren staat de klok
toch weer goed wat op dit moment niet onbelangrijk is want Thomas moet gaan
solliciteren bij Fergburger, ’t zou zonde zijn dat hij vandaag al te laat komt J Thomas gaat op
sollicitatie om 10u, de oudjes gaan de auto enkele blokken verder halen terwijl
Lim haar mails verder verstuurt en afsluit met een wandelingetje in het park.
Rond de middag komen we elkaar allemaal terug tegen in de lounge van de YHA
waar Thomas z’n victorie zit te vieren met een eerste burger aangeboden van de
firma, de job is binnen en hij mag beginnen na Pasen. Nu nog even terug naar
Arrowtown om een andere job af te zeggen, Thomas had daar een gesprekje om 3u
deze namiddag, maar ’t is al niet meer nodig J
de dame van het restaurantje is wel wat teleurgesteld, maar eerst is eerst! We
maken hier in Arrowtown ineens gebruik van de gelegenheid om de job te vieren
met ons vieren! De pa bestelt oesters terwijl Thomas trakteert met twee liter
bier, ’t kan eraf. In de namiddag gaan we de streek nog even verkennen en
tegelijk de beentjes nog eens goed strekken. We maken een fikse klim van
anderhalf uur tot op de top van het bergje aan Arrowtown en blazen welverdiend
uit met een mooi panorama. Moeder en zoon hebben nog een tikkeltje energie
teveel en werken dit uit op mekaar, ’t is vechten en mekaar volsteken met gras
en andere begroeiing tot uiteindelijk Thomas de strijd wint, da zal nooit
afgeleerd worden! Na de afdaling rijden we terug naar Queenstown centrum voor
de laatste overnachting in Queenstown, maar in een ander hostel deze nacht want
de YHA was volgeboekt. Nog effe wat ingrediëntjes gaan halen, inchecken in een
hostel iets buiten het centrum en de dag mooi afsluiten met weer een diner op
formaat: Steak met champignonsaus, rozemarijnpetatjes en een lekker slaatje. Na
nog een kaartje gaan we ’t nestje in om morgen vroeg op te staan want ons Lim
gaat eens horen in de papschool voor een job’ke. Da ’s meteen ook de reden
waarom we hier nog een nachtje slapen want die schooltjes zijn niet open in ’t
weekend hé!
Dag 200 – 7/04/2014
(Queenstown – Te Anau 170km)
Wij staan al vroeg op, drinken snel thee en koffie en maken
dat we rond 8u aan de Kindergarten Wakatipu staan waar Lim haar CV gaat
binnensteken. ’t Was een leuke babbel, maar ze moet de centrale regionale
dienst van de school bellen voor een job met een werkvisum. Op naar ’t
volgende, het Playcentre, een soort opvangdienst voor de kindjes. Klonk
allemaal heel goed, maar spijtig genoeg is ’t vrijwilligerswerk, daar gaan we
niet te veel van kunnen sparen natuurlijk… Nog even langs de bank om centjes te
wisselen en eens gaan kijken naar een shopje dat spiraal-oorbellen verkoopt
voor Thomas, ’t is tijd voor een dikkere oorbel! De shop is dicht dus ’t is
terug richting het hostel voor ontbijt met de ouders rond 9u. Na een halfuurtje
is ’t tijd om te vertrekken en op de weg naar Te Anau passeren we Frankton waar
Lim nog een CV gaat binnensteken in het sportcentrum. Daarna gingen we nog even
“snel” onze papperassen binnensteken om onze belastingsnummer aan te vragen. ’t
Zijn een paar simpele dozen die hier achter de computer zitten en er allemaal
niet te veel van snappen die ons moeten verderhelpen. Na een uur print –en
schrijfwerk is ’t uiteindelijk in orde, da werd verdikke tijd. ’t Is zonde ma
en pa, hun tijd zo verschijten aan weer een “zeer goed functionerende
administratiedienst”!! Tegen de middag kunnen we dan toch vertrekken richting
Te Anau, ’t is een tweetal uurtjes rijden door de bergen en akkers waar de
pomponnekes (=schaapjes, cfr. Vader Cauwer) weer niet te tellen zijn. Onderweg
is ’t hellekeskermis (regen en zon op ’t zelfde moment voor
niet-dialectsprekers) wat ons een gigantische en volledige regenboog oplevert
over de weg recht voor ons, weeral prachtig de moeite! Om een mooiere foto te
nemen, parkeert Thomas even op een akker. De foto was geslaagd en de auto
redelijk smerig na de korte rally op den akker. Al gauw rijden we Te Anau
binnen waar we hier en daar al reclame zien hangen van Milford Sounds en
agentschappen die tours regelen in de Fjorden van de Zuid-Westkust. We gaan al
eens even horen en ’t wordt snel duidelijk dat we hier niets moeten bestellen,
maar om een uur zes morgenvroeg zelf moeten rijden naar de haven als we wat
centjes willen sparen! ’t Zijn de minsten die zo vroeg willen vertrekken en
daarom is de eerste boot ook de goedkoopste, bij deze is de planning gemaakt
voor morgenvroeg!! We checken in in de YHA en rijden nog wat rond in Te Anau en
worden toch al een beetje hongerig/dorstig. We gaan eentje drinken en een
kleinigheidje eten in een leuk brasserietje genaamd “The Sandfly”, de naam wekt
niet al te positieve herinneringen op! Na ons snackje is ’t wat inkopen doen om
ons vanavond weer te voorzien van drank en spijs. Wijntjes met gratinpatatjes,
champignons, pekes met ajuin, steak voor de mannen en tempé voor de vrouwtjes
(soort tofu op basis van soyaboontjes). We spelen nog een spelletje kingen,
maar de moeder is er vanavond absoluut niet bij dus ’t blijft bij één
spelletje. Om de avond af te sluiten smeert de pa al bo’kes voor morgenvroeg
zodat we nog een kwartiertje langer kunnen slapen! Rond den tienen is ’t bedje
in.
Dag 201 – 8/04/2014
(Te Anau – Milford Sounds – Te Anau – Dunedin – 530km)
Om 6u willen we mekaar gaan wakker maken, maar blijkbaar is
iedereen al uit de veren. Een snel koffietje sluit ons verblijf hier in de YHA
dan ook weer af en om 6.30u zijn we onderweg naar de Fjorden. Na een dik
halfuurtje bollen, komt ook het zonnetje er goed door en nu komt ook het
prachtige landschap piepen. ’t Is rijden door een onbewoonde wereld van
valleien, rivieren, rotsen en sneeuwtoppen… Welcome to The Lord Of The Rings!
De vallei eindigt met een stevige klim naar boven waarna we door een berg heen
rijden via de Homertunnel. Een tunnel die precies nog onder constructie was,
geen lichten, rijden over kiezels en water dat van alle kanten komt gelekt. Een
beetje claustrofobisch, maar ook wel spannend! Om iets na 8u komen we aan op de
parking van de haven waar we nog iets in onze mond steken vooraleer we
inschepen bij Go-Orange voor iets minder dan 50 dollar per persoon. Als je een
uur of drie later komt, betaal je al gauw het dubbele dus da ’s weeral goed
geregeld! Om 9u varen we het haventje uit tussen de watervallen en bergen tot
1700m boven de Tasmaanse zeespiegel. Onderweg naar de open zee door de fjorden
vaart de kapitein tot heel dicht bij een zeeleeuwenfamilie die ligt te luieren
op de rotsen. Wanneer we de fjorden uitvaren tot in de open zee steekt een
waanzinnige wind op, onze pa moet z’n brilleke goed vasthouden! Dit geweldige
moment wordt nog versterkt door de tuimelaars die rond ons bootje enthousiast
komen vragen om gefotografeerd te worden. Op de terugweg haalt de kapitein een
staaltje precisie boven. Omdat de flanken van de bergen naast ons zo steil
omhoog gaan en ditzelfde doen onder het zeeniveau kunnen de boten tot heel
dicht tegen de kant varen. Onze kapitein vaart bij deze dan ook tot ongeveer 2m
van een waterval wat uiteraard de nodige nattigheid met zich meebrengt J na twee uurtjes
genieten van de bootrit komen we terug in het haventje. Allen terug op ’t
vasteland en niemand ziek geweest, vooral een straffe prestatie van ons moeder!
We gaan nog even uitwaaien aan de kust van de fjorden en nemen nog een paar
onvergetelijke foto’s van het adembenemende uitzicht hier. Op de terugweg
richting Te Anau stoppen we nog aan een watervalletje en het zogenaamde Mirror
Lake. Tussen deze twee stops nemen we een lifter, Keith, mee die uitstapt aan
Mirror Lake. ’t Was nen toffe Kiwi, maar na z’n prestatie joggen van de bergen
had hij toch een serieus geurtje om zich heen hangen dat de auto ronduit deed
stinken dus ’t was wel even tijd om te ademen! Niettemin, als hij er nog staat
wanneer we van het meertje komen, hebben we beloofd hem mee te nemen. We
lunchen hier even aan het meertje, nemen enkele foto’s en besluiten ondertussen
meteen door te reizen naar de Oostkant van het Zuidereiland, vandaag richting
Dunedin! Onze lifter staat er niet meer, dus we zetten meteen koers richting
Oost. ’t Zal nog een stevige rit worden, maar dan is dat ook weeral achter de
rug! Na nog een kilometer of 300 en tegen den donkeren komen we aan in Dunedin,
op ’t eerste zicht een vrij grote stad waar we meteen onze zoektocht beginnen
naar de YHA welke we relatief snel gevonden hebben. ’t Is een nieuw meisje
achter de balie en ze weet niet goed hoe dit allemaal aan te pakken. Na veel
vieren en vijven hebben we dan toch twee kamers kunnen boeken voor twee nachten
tegen kortingsprijs. Één van de koppels moet wel van kamer veranderen omdat er
al mensen de bepaalde kamer geboekt hadden die wij vandaag hebben. Wat later
blijkt dat dit meisje er niet veel van wist en de eigenaar laat ons gewoon in
onze geboekte kamers blijven voor twee nachten, die studentenjobs toch J Zo, dit achter de rug
zijnde is ’t zeker eens tijd om een pintje te kappen! Thomas trakteert den
eerste, Marc volgt met een tweede ronde en al gauw zijn we serieus op gang! Na
plezante babbels krijgt vader toch een hongertje en besluit, vanwege een lak aan
supporters, dan toch maar alleen de superette te gaan opzoeken. Na een dik
halfuur komt de pa terug met een overheerlijke en nutriënten-rijke maaltijd: Mc
Donald’s! De winkel was toe en alles gaat wel binnen op dit moment, even
doorspoelen met nog een laatste pintje en ons bedje in, slaap zacht!
Dag 202 – 9/04/2014
(Verkenning Dunedin/Portobello schiereiland)
Met een licht hoofdje worden we toch redelijk op tijd wakker
en sober ontbijtje aangeboden door het guesthouse. Ondertussen belt Thomas even
met de belastingsdienst van Nieuw-Zeeland om ons taksnummer aan te vragen, zo
moeten we met ons werkvisum minder belastingen betalen. Daarna bellen we nog
even met Oma en Roger om hun te bedanken voor onze verjaardagcadeau die ze
hebben meegegeven met de ouders. ’t Is nu weer tijd om de wereld te gaan
verkennen en rijden op kaart en gevoel richting het schiereiland Portobello.
Daar zouden we pinguïns, zeeleeuwen en de albatrossen kunnen spotten. Een
kleine 25km verder krijgen we een knap uitzicht over de Oostelijke kustlijn en
de Pacific Oceaan, dit levert ook weer een memorabele familiefoto op (na een
poging of 7 proberen, want veel bevolking zijn we op deze route nog niet
tegengekomen. Onderweg naar de punt van Portobello, kopen we ons wat kaas,
brood, wijn en fruit om een deftig lunchke te soigneren. Aangekomen aan het
uiteinde van het schiereiland stuiten we op weer enkele geldvretende
toeristenattracties. Om het kweekcentrum van de albatros te zien betaal je zo’n
40 dollar en als je de pinguïn toer wil doen ben je al snel 55 dollar kwijt,
Thomas zegt ronduit dat we dit niet gaan betalen, zelfs niet als de oudjes ons
willen sponsoren! Als trekkers besluiten we om eerst zelf het strand te gaan
afschuimen op zoek naar de diertjes en in ’t slechtste geval kunnen we nog eens
terugkomen naar die geldwolven. We nestelen ons voor een uurtje aan de rotsen
waar de Pacific tegenklotst en genieten van een deugddoende lunch in prachtig
scenario. Wanneer we op zoek gaan naar het strand komen we aan een hek waarop
staat dat de toer hier om 5u deze namiddag begint. Al eens een kijkje gaan
nemen kan geen kwaad, toch? We dalen af naar het strandje en stuiten meteen op
een familie zeeleeuwen die zich amuseren in het water of luieren in het
zonnetje. Wat later gaan we met de zoom van de camera eens over de duintjes en
zoals wel verwacht zien we daar een pinguïn zonnen op een rots. Wanneer we wat
dichterbij gaan, spotten we er nog twee die hun nestje aan ’t beschermen zijn.
Wanneer we daarna even gaan pootje baden in het zeetje, kijken we uit op een
troep albatrossen die een vissersbootje achternazitten. Zo hebben we hier alle
beestjes van omstreken kunnen bekeken zonder een halve dollar uit te geven, dat
moeten we vieren! In het eerste cafeetje dat we tegenkomen op de terugweg, gaan
we een pintje pakken en daagt zoon de vader uit voor een paar spelletjes pool.
Onderweg terug naar de YHA passeren we de Speights (lokaal bier) brouwerij
enkele minuutjes voor vijven. Thomas gaat binnen eens horen of we de
rondleiding kunnen meedoen vandaag en blijkt dat alle latere rondleidingen
volgeboekt zijn, behalve die van vijf uur, maar die is net vertrokken. Even
snel nog een studentenkorting arrangeren voor ons vieren, auto parkeren en ale
vooruit we zitten mee in de toer! Een werknemer van de brouwerij geeft ons de
hele historie en het productieproces mee, maar waar we écht op zitten wachten
is de proeverij natuurlijk. Speights heeft 5 verschillende bieren (Gold Medal,
Ale, Triple Hop, Cider en Summit) en deze zijn allemaal aangesloten aan de tap.
Het is hier zelfbediening en we hebben een half uurtje, Start! Met de hele
groep is het wat proeven en smaken herkennen, maar eigenlijk komt het meer neer
op de 25 dollaars er zo goed mogelijk uit proberen halen, ’t gaat hier wel om
bier hé! Na dit half uurtje zijn we toch licht beschonken en we weten niet echt
of zelf koken er nog gaat inzitten vanavond. De oudjes trakteren bijgevolg
vanavond voor onze komende verjaardagen in een buffetrestaurant waar je zoveel
mag eten als je kan. Samen met enkele obesitasgevallen in het restaurant is het
profiteren van een ruime keuze in verschillende soorten eten, lang geleden dat
we nog eens uit eten zijn geweest, altijd plezant! Merci oudjes!! Om half negen
sluit de keet hier en ’t hoeft niet langer te duren want de buikjes zitten
serieus vol! In het hostel praten we nog wat na tijdens een kaartje en kruipen
dan richting nestje want morgen is ’t weer rijden naar een volgende locatie.
Dag 203 – 10/04/2014
(Dunedin – Oamaru 115km)
Vandaag wordt het richting Noorden rijden, Oamaru. Een
stad/regio waar enkele pinguïnkolonies hun nestjes maken en dus de moeite waard
om deze te gaan proberen spotten! Na een stevige kop koffie en een klein
ontbijtje zijn we tegen half tien de baan op. Het is een kalme rit van een
uurtje of twee waarna we binnenrijden in Oamaru, op ’t eerste zicht een
gezellig en rustig stadje. Een eerste attractie hier is het Steampunk HQ
museum. Een fantasiemuseum met allerlei werken die refereren naar hel, duivel
en demonen. Ons moeder poseert daar nekeer mooi naast een Minotaurus, maar de
inkom van 25 dollar de man willen we hiervoor toch maar niet betalen. Dit
zullen we vandaag wel aan iets anders uitgeven (eten en drinken
waarschijnlijk!). We wandelen een straatje verder naar het infocentrum waar we
wat info inwinnen over de hoogtepunten van dit stadje. Blijkbaar heeft het hier
enkele mooie parken, een kust waar zowel de blue pinguïns (de kleinste aller
tijden) en de yellow eyed pinguïns te zien zijn en een ambachtenstraatje dat
ook wel de moeite is om door te kuieren. In het infocentrum probeert moeder een
oude fiets, cultureel erfgoed, uit (zo’n
fiets met een gigantisch voorwiel), ’t is een hele bedoening en een koddig
zicht J
de pa poseert ondertussen uitgebreid in de Nieuw-Zeelandse textiel. In dit
stadje kunnen we ook de befaamde Whitestone kaasfabriek gaan bezoeken en we
besluiten om daarmee ineens te beginnen, als ’t maar om eten draait! In het
kaaswinkeltje is er al snel geen twijfel meer over dat we vanavond kaasschotel
moeten eten. De jeugd trakteert op een 6-tal verschillende kaasjes, nootjes,
druiven en lokale vijgen –en perenconfijt dat vanavond tot een
deluxekaasschotel zal gefabriceerd worden! Even een YHA opzoeken waar we onze
kaasjes al fris kunnen zetten. De eigenares is niet ter plaatse, maar we kunnen
haar wel bellen. Na een telefoontje hebben we een kamertje geregeld en bij deze
is al de administratie voor vanavond achter de rug. Even de valiezen al
binnensmijten en het petaquesetje mee voor onderweg. We rijden naar het
haventje van Oamaru waar we stoten op een lokale brouwereij “1st Scott’s
Brewery”, ze tappen daar 2l flessen voor $13,5, ineens eentje meepakken, hupsa!
Wanneer we langs de kust wandelen, valt ons oog op kleine houten huisjes tussen
de bosjes. Deze artificiële nestjes voor de blue pinguïns zijn hier gemaakt om
het voor de diertjes makkelijker te maken om te blijven nesten op hun
vertrouwde plaats. We komen te weten dat bij zonsondergang de beestjes vanuit
de zee richting hun nestjes komen omdat er dan minder gevaar is voor hen. Even
in het achterhoofd houden voor vanavond! Ondertussen pakken we het
petanquesetje uit voor een paar spelletjes in compagnie van ons vers getapt
bier. Moeder en zoon winnen van vader en Lim met een 2-1. Het laatste spelletje
maakt de winnaars volledig duidelijk want Ilse zorgt voor een 11-0 overwinning.
Het bier is er ondertussen ook al door dus ’t wordt tijd voor andere oorden. We
nemen een kijkje in de ambachtenstraat waar hopen kunstenaars hun houtwerk en
steenkapperij uitstallen. Daartussen vinden we nog een gezellig hangartje waar
we pateekes en koffie naar binnenwerken. Naast deze hangar vinden we een
Hollands bakkerijtje waar we brood kopen voor onze kaasschotel vanavond. Tegen
de late namiddag komt het tij op en is ’t de moment om het water te zien
klotsen tegen de pieren. Iets verderop is nog een plaats waar zeeleeuwen en
pinguïns aan land komen dus dit ook even gaan checken, maar niet zonder nog een
litertje of 2 bier J
Na een uurtje goed de kust in ’t oog houden en tussen de struiken kijken hebben
we drie yellow eyed pinguïns gespot. Om onze verkenning af te sluiten gaan we
tegen den duistere naar de plaats van de blue pinguïns en zoals verwacht zien
we de beestjes vanuit het water richting hun huisjes wandelen. Ze doen dit
steeds in kleine groepjes omdat ze hun zo beter beschermd voelen tegen mogelijk
gevaar. ’t Is een leuk schouwspel dat weeral een reeks, national geographic
gewaardeerde, foto’s oplevert! Na de natuurlijke dierentuin passeren we de
superette voor wijn, water en ontbijt. Een kaasschotel zonder wijn kan absoluut
niet! De rest van de avond is genieten aan het haardvuur met ons viertjes en de
kaasschotel… zaaaalig!
Dag 204 – 11/04/2014
(Oamaru – rustdag)
Geen stress vandaag, we nemen onze tijd voor een zeer
uitgebreid ontbijtje met de overschot van de kaasjes en tiekeneikes. Om dit wat
te laten zakken maken we een wandeling in het parkje hier dichtbij waar het
foto’s nemen wordt van fleurige bloemen, paddestoelen, beeldhouwwerken en
mekaar. Tegen de middag gaan we even terug naar het hostel waar we ons met
croqueskes volsteken om de namiddag door te komen. In de hoofdstraat van Oamaru
wandelen we daarna de shopjes eens af waar Lim een tekenblok en penseel koopt
om de tekenkwaliteiten eens boven te halen. Vader en zoon komen in een likeurwinkel
ook te weten van de uitbaatster dat het in Nieuw-Zeeland legaal is om zelf een
sterke drank te produceren, hoe je dit moet doen en wat er gevaarlijk aan is.
Ook dat veel jongeren dit zelf willen proberen en bijgevolg slechte drank
produceren die schadelijk is voor de ogen en nog veel meer. Het is een hele
uitleg die van de hak op de tak springt en we voelen dat we hier nooit gaan
weggeraken. Na zeker een half uur jaknikken bedanken we de madam vriendelijk
voor het hoogst interactieve gesprek, ahum! De winkelstraat heeft niet al te
veel meer te bieden dus wat kunnen we dan beter doen dan nog een flesje van 2l
gaan halen. Met bier in de rugzak is ’t richting een ander parkje waar we ons
weer uitleven met het petanquesetje. Vandaag is ’t vader en Lim die moeder en
zoon omverknallen met een 4-0, ’t zal aan ’t gras hier liggen! Tegen de
avondschemering begeven we ons terug naar ons huisje waar vader en zoon
vanavond een ovenschotel met puree, broccoli, prei en mornaysaus maken in
gezelschap van een lekker stukje witte vis. ’t Is weer diner bij het stoveke en
de dag wordt afgesloten met een telefoontje naar Charlotte.
Dag 205 – 12/04/2014
(Oamaru – Twizel – Lake Tekapo – 225km)
Vandaag wordt de koers gezet richting binnenland om via
Twizel de grote Mount Cook te passeren en de finish te halen in Lake Tekapo.
Een uitgestrekt meer tussen de bergen met ’s avonds naar ’t schijnt een
prachtig zicht op de sterren vanwege de weinige lichtvervuiling. Een uurtje
bollen en we passeren Winery Pasquale, ’t is nog voor de middag, maar cultuur
opsnuiven/opdrinken is altijd belangrijk bij het rondtrekken! Even binnen
checken wat er te proeven valt, maar ’t zijn voornamelijk witte wijnen en daar
zijn we in ’t algemeen niet de grootste fans van dus dit slaan we dan maar
over. De pa weet ons in de auto al te vertellen dat we voorbij Twizel een
zalmkwekerij zullen tegenkomen dus bij deze ligt onze diner al vast! ’t Is niet
de meest fameuze kwekerij, een paar honderd visjes die in grote aquaria
rondzwemmen. De focus ligt vooral op de verkoop van de roze vis dus we doen mee
en kopen een lekker vers zalmfiletje in gazettenpapier voor vanavond. Onderweg
naar Lake Tekapo pikken we nog een lifterke op. Een iets oudere en ervaren
Franse visser die door Nieuw-Zeeland trekt, vist, visjes verkoopt en ziet wel
wat de volgende dag brengt. Hij vertelt een verhaal over een goede vriend van
hem die ooit heeft gedoken naar een wrak in Nieuw-Zeeland en op een gigantische
zeeaal gestoten is. Volgens hem een beest te vergelijken met een dikke boomstam
die lag te slapen en wakker werd terwijl de duiker daar beneden was. Dit dier
moest een gigantische bek gehad hebben en de duiker heeft zich moeten
verschuilen achter het wrak totdat het dier wat verder was voordat de hij terug
(met de kak in de broek) naar de oppervlakte kon gaan. Hij heeft hier bijgevolg
ook nooit meer gedoken, ’t klinkt een beetje onwaarschijnlijk maar de visser
krijgt even het voordeel van de twijfel, ’t is nen toffe! We komen aan in Lake
Tekapo en arrangeren twee kamertjes in een BBH hostel, de vertrouwde YHA hier
zit overvol. Ons nestje gemaakt, maken we een wandeling naar de rivier waar de
visser z’n zalmpjes gaat proberen vangen. We houden hem wat in ’t oog en zien
hem enkele dobbertjes kwijtspelen door de takken in de stevig stromende rivier,
na een kwartiertje geeft hij de moed op want er komt niet veel van in huis. Wij
wandelen nog even verder en gaan dan langs de superette om enkele groentjes te
kopen voor bij de zalm vanavond. Voor het avondeten gaat het jonge koppeltje
het tennisveld van het hostel even uitvoerig uittesten. ’t Is bij allebei al
even geleden, maar eens wat sporten doet nooit geen kwaad en wakkert de honger
aan! Ondertussen gaan de oudjes een wandeling maken in de omstreken en het pad
al wat verkennen voor morgen want dan gaan we hier een bergje beklimmen.
Wanneer de avond valt komen we ons viertjes samen de keuken in, de vrouwtjes
aperitieven terwijl ze de tafel zetten. De mannen, ja daar moet geen tekening
bij gemaakt worden, die zorgen weer voor een zalig avondmaal J Spinaziepuree met
verse zalm, mousselinesaus en gebakken champignons, lekkeeeuuur! De avond wordt
afgesloten met het beste spel ter wereld: Monopoly! De Hobbit versie deze keer,
viva Nieuw-Zeeland.
Dag 206 – 13/04/2014
(Lake Tekapo – verkenningsdag)
Na een zalig slaapje is ’t samen de gedeelde badkamers delen
en fris wassen om daarna een uitgebreid ontbijtje te arrangeren. Na ons laatste
koffietje deze morgen zetten we nog even de laptop aan en blijkbaar heeft zusje
de kameraden van Thomas allemaal in Huize De Cauwer uitgenodigd om gezellig ene
te pakken. Sterk bezig zusje! ’t Is een beetje een chaotisch babbeltje met de
maten, maar toch raakt dit altijd een gevoelige snaar bij Cauwer Junior! Ale
vooruit, tot binnenkort allemaal, laptop af en richting Mount John. Een
wandeling in het Lord Of The Rings scenario is beiden rustgevend en
adembenemend (dit laatste door het scenario zelf én de intensiteit van de
trek/povere fysiek van ons) en na een uurtje of twee wandelen komen we op de top
van de berg waar het sterren-observatorium staat en waar we een
koffietje/soepje nuttigen om terug wat op krachten te komen. Van hier wandelen
we terug naar beneden langs het meer en zetten onze stempel op deze berg. Met
steentjes schrijven we “M.I.T.L. 13/04/2014”. Even laten weten aan de berg dat
we hier gepasseerd zijn en ook een memorabele foto van dit momentje trekken,
een inkader-waardige foto van ons viertjes met de stempel, het meer en het
landschap. Tegen een uur of vier arriveren we terug in ons hostel en we krijgen
de ouders overtuigd om samen een potje tennis te spelen. Een dik uur is ’t Marc
en Lim tegen Ilse en Thomas, er wordt geknald en geknoeid, maar ’t is amusement
en tegen zes uur deze avond kunnen we terugkijken op een vruchtbare en actieve
dag! Tijd om wat eten te maken en rond achten zitten we met de beentjes onder
tafel om te smullen van een (door Thomas geprepareerde) Thaise Curry met rijst.
Nog een dobbelspelletje voor de stoof en dan nestje in!
Dag 207 – 14/04/2014
(Lake Tekapo – Methven – 175km)
Voor het voorlaatste ontbijtje samen nemen we weer
uitgebreid onze tijd. Op ’t gemakje koffietjes sloeberen en toastjes (af en toe
iets te zwart) met een buffet aan charcuterie schoefelen. Daarna is ’t weer ons
nestje samenrapen en auto inladen om te stranden in Methven vandaag zodat we
morgen maar 100km moeten rijden richting de luchthaven, kwestie van zeker te
zijn want ma en pa mogen hun vlucht niet missen morgen. Na een twee uurtjes
rijden komen we aan in Methven waar ’t ondertussen wel al tijd wordt voor een
kleine versnapering. Even een klein restaurantje binnenstappen en soepje eten
met pintje bij. De soep is absoluut niet te vreten, we zien ze achteraf nog de
blikken in de soeppot kappen dus dit verklaart het boeltje. Het pintje van de
pa is een gemberbiertje dat verdacht flets smaakt, ’t is blijkbaar een
frisdrank zonder alcohol dat ze de naam bier durven geven, paljassen! De
rekening was een pak teveel naar onze zin en wanneer we niet al te enthousiast
reageren op de vraag van de madam of alles in orde was, krijgen we er nog een
norse blik bij. Ale vooruit, afsluiten dat boeltje hier! Tegen één uur zijn we
ingecheckt in het BBH hostel en slapen voor de laatste nacht nog een keertje
met z’n vieren op een kamer. Terwijl Marc en Ilse wat gaan rondwandelen in het
dorpje, maken wij van de gelegenheid gebruik om wat pc-werk te doen. De route
uitstippelen om terug te liften naar Queenstown en de foto’s van beide camera’s
even uitwisselen. Tegen de latere namiddag stappen we met ons viertjes richting
de kroeg waar we na vijf litertjes bier de filosofische gesprekken bovenhalen,
altijd plezant! Het laatste avondmaal van de trip samen wordt een dikke steak,
gebakken petatjes en een slaatje erbij. Dit is voorafgegaan met een fles
bubbels en afgesloten met een flesje rode wijn. ’t Voelt een beetje raar aan
vanavond om morgen weer afscheid te nemen want ’t gaat allemaal zo makkelijk en
vanzelfsprekend dat ’t zeker nog wat langer zou mogen duren… Na nog wat babbels
en een spelletje kruipen we met z’n vieren ons kamertje in en er wordt serieus
gesnurkt vannacht!
Dag 208 – 15/04/2014
(Methven – Christchurch – emotioneel afscheid 100km)
Voor de gelegenheid van het laatste ontbijtje vandaag worden
er pannenkoeken gemaakt en wordt er teruggeblikt op een zalige twee weken
vieren met ons vieren! We laten enkele dingen van de proviandzak achter want
vanaf straks moeten wij daar mee gaan sleuren terwijl we al liftend terug
richting Queenstown zullen gaan om wat centjes te gaan verdienen. Eerst nog
even snel moeder en vader gaan afsmijten op de luchthaven, was ’t maar zo
simpel… Rond half elf hebben we onze kar voor de laatste keer volgestampt en
rijden richting Christchurch Airport. De rit gaat vlotjes, maar onderhuids
knaagt er toch iets want ’t is nu echt bijna voorbij. Rond twaalven arriveren
we in de luchthaven waar we de auto terug afzetten, ’t was nen degelijke
voiture! Nadat we de bagage ingecheckt hebben bij de Emiraten besluiten we toch
om nog even samen de geprepareerde bo’kes te gaan binnenschoefelen met een
frisse pint bij. Nog een laatste keer klinken, schol! Rond één uur wordt ’t
stilletjes tijd om afscheid te nemen want wij moeten nog een serieus stukje
liften vandaag. We hebben ons voorgenomen om niet te bleiten, zeker de venten
niet, want ne vent bleit nie é! Uiteindelijk en niet onverwacht is ’t vader en
zoon die ’t samen ’t moeilijkst hebben op dit moment, moederke, kzien u ook
heel graag zen, maar onze pa miljaarde, da ’s iet sterk en nie kapot te krijgen
wa onderling wordt gedeeld! Merci schatten voor de waanzinnig knappe toptijd
die we samen mochten delen hier in Nieuw-Zeeland! Tot binnenkort!!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten