Dag 176 – 14/03/2014
Het inbegrepen ontbijt laten we ook deze ochtend niet
liggen. Het worden banana pancakes die redelijk te vreten zijn. We drinken ons
koffietjes en springen direct de auto in, op weg naar beter oorden: Pemuteran.
Hier heeft Thomas anderhalf jaar geleden een zalige avond beleefd toen hij met
zijn duikmeester en nog enkele lokalen op het strand gezongen en gelachen
heeft. Een gitaar en een drankje is alles wat daarvoor nodig is. Nadat we
onderweg gestopt zijn voor een lunch komen we aan in Pemuteran waar al snel
duidelijk wordt dat het hier om duiken gaat. Heel wat duikshops en heel veel
guest houses en resorts staan hier zij aan zij als we de hoofdstraat
doorrijden. Thomas wil graag eerst tonen waar hij met zijn familie vorige keer
verbleven heeft, dus we gaan op zoek naar Taman Sari Resort.
Na een paar keer draaien vinden we het bord aan een weggetje en slaan af. We rijden voorbij een bareel die (manueel) omhoog wordt gedaan door een veiligheidsagent. Het wordt voor Lim al snel duidelijk dat het hier een chique bedoening is! We parkeren ons ergens aan de zijkant en lopen verder op zoek naar de Lotus Suite. Thomas herkent deze plaats meteen en vraagt de man aan de receptie of we even binnen mogen kijken. Dat mag, maar enkel vanuit de tuin. Wanneer we in het deurgat van de suite staan, kijken we uit op een privé zwembad grenzend aan een open living. Het roept voor ons beiden herinneringen op (Lim heeft toen via skype een hele rondleiding gekregen in het paradijsje) waarna we verder wandelen richting het strand. We passeren hier alleen maar blanke toeristen met (meestal) dikke buiken en/of grijs haar en een pak Balinese werknemers. Uiteindelijk staan we weer met de voetjes op de grond en weten we dat deze luxe niet aan ons besteed is op dit moment. Terwijl we terug op de baan uitkijken naar een geschikt verblijf, wil Thomas ook z’n maat (en duikmeester) van de vorige reis terugvinden. Hij herkent de duikshop waar hij toen geweest is, maar er is voorlopig niemand aanwezig behalve een heel stel kinderen die voor de tv zitten en spelletjes spelen op een ouderwetse playstation. Thomas laat de foto op z’n gsm zien van 1,5 jaar terug en een meisje roept meteen “Mame!”. Ze moeten allemaal wel heel erg lachen met de foto. Positief dat ze hem herkent, maar veel verder dan dat geraken we in het Engels niet. We kiezen dan maar random iemand uit op straat en vragen het aan het eerste duo dat we zien. Eén van beide mannen zegt meteen dat hij hem kent: “Ah, that’s my brother!” (da’s ook geen toeval zeker?!). Thomas vraagt de telefoonnummer en belt Mame op. Hij komt net terug van een duiksessie en zal ons opwachten aan het duikcenter.
Na een paar keer draaien vinden we het bord aan een weggetje en slaan af. We rijden voorbij een bareel die (manueel) omhoog wordt gedaan door een veiligheidsagent. Het wordt voor Lim al snel duidelijk dat het hier een chique bedoening is! We parkeren ons ergens aan de zijkant en lopen verder op zoek naar de Lotus Suite. Thomas herkent deze plaats meteen en vraagt de man aan de receptie of we even binnen mogen kijken. Dat mag, maar enkel vanuit de tuin. Wanneer we in het deurgat van de suite staan, kijken we uit op een privé zwembad grenzend aan een open living. Het roept voor ons beiden herinneringen op (Lim heeft toen via skype een hele rondleiding gekregen in het paradijsje) waarna we verder wandelen richting het strand. We passeren hier alleen maar blanke toeristen met (meestal) dikke buiken en/of grijs haar en een pak Balinese werknemers. Uiteindelijk staan we weer met de voetjes op de grond en weten we dat deze luxe niet aan ons besteed is op dit moment. Terwijl we terug op de baan uitkijken naar een geschikt verblijf, wil Thomas ook z’n maat (en duikmeester) van de vorige reis terugvinden. Hij herkent de duikshop waar hij toen geweest is, maar er is voorlopig niemand aanwezig behalve een heel stel kinderen die voor de tv zitten en spelletjes spelen op een ouderwetse playstation. Thomas laat de foto op z’n gsm zien van 1,5 jaar terug en een meisje roept meteen “Mame!”. Ze moeten allemaal wel heel erg lachen met de foto. Positief dat ze hem herkent, maar veel verder dan dat geraken we in het Engels niet. We kiezen dan maar random iemand uit op straat en vragen het aan het eerste duo dat we zien. Eén van beide mannen zegt meteen dat hij hem kent: “Ah, that’s my brother!” (da’s ook geen toeval zeker?!). Thomas vraagt de telefoonnummer en belt Mame op. Hij komt net terug van een duiksessie en zal ons opwachten aan het duikcenter.
Een uurtje later herkent Thomas het oude witte busje van het
duikcentrum en daar is ie dan. Een dikke knuffel voor de kleine man die een glimlach
heeft van oor tot oor. Er worden gezellige herinneringen bovengehaald – Thomas
heeft nog een filmpje op z’n gsm van een avond toen op het strand met gitaar en
zang – en het wordt duidelijk dat er heel wat afgelachen zal worden komende
dagen. Vandaag kunnen we helaas nog niet afspreken, want Mame moet zijn vrouw
en dochtertje gaan halen in de kliniek, maar hij nodigt ons meteen uit om morgen
naar het trouwfeest van Badunk te komen (die was er ook bij op het
strandfeestje). Hij wil ons wel al meenemen naar een leuk guest house, omdat we
tot nog toe geen slaapplaats hebben. Hij kiest voor een zijstraatje, niet aan
de toeristische kustlijn, maar iets verder weg van de drukke baan. Aangekomen
in Bagus Guest House vinden we een supergezellig verblijfje met zwembad, een
grote tuin en een gloednieuwe kamer met groot bed en een propere douche voor
dezelfde prijs als de meeste hier op de baan, namelijk 200.000 RPS oftewel
13euro. We smijten onze bagage binnen en geven de sleutels van onze auto aan
Mame. Hij moet namelijk zijn vrouw en dochter afhalen in de kliniek en om de
auto van zijn baas te mogen gebruiken moet hij betalen. Maar die van ons mag em
gratis lenen hoor! We spreken morgenvroeg af om 7u op het feest! Wij kleden ons
om en plonzen het zwembad in (kunnen we nog eens gebruik maken van onze
zwembril en snorkel), afgewisseld met boekje lezen in de ligstoel. Tegen de
vooravond gaan we op zoek naar de eettent op straat waar Thomas vorige keer
superlekkere en pikante kip gegeten heeft. We vinden de tent (letterlijk) al
snel en schuiven er aan een tafeltje terwijl alle verbaasde ogen ons aankijken.
We bestellen de kip voor Thomas en gebakken rijst met groenten voor Lim. De
jonge gast achter het vuur heeft serieus wat klanten en bakt in zijn
gigantische wok alle gerechten. Als we ons bordje krijgen, hebben we al water
in onze mond en Thomas gaat dan ook meteen op zoek naar de sambal. Hij geeft
ons beiden een smak versgemaakte sambal uit de pot en nu smullen maar! Het feit
dat we met onze handen eten, omdat we dat gewend zijn in verschillende landen
in Azië, doet de lokale Balinezen nog meer staren. We krijgen tegen het einde
van onze maaltijd een glimlach terug van het koppel rechtover ons als ze
doorgaan. Hoewel we een topmaaltijd gegeten hebben voor amper 2 euro, krijgen
we onderweg naar huis opnieuw zin in een dessertje… We rijden de oprit op van
de shop rechtover onze straat en kopen er 2 magnums. In zo een warm land smaakt
een ijsje des te beter! Nog even onder de sterrenhemel drijven in het
schemerverlichte zwembad en daarna oogjes toe onder de lakens.
Dag 177 – 15/03/2014
Deze ochtend staan we op tijd op, want er staat een
trouwfeest op ons te wachten. We nemen het brommerke van Mame en rijden ons
steegje bijna ten einde om daar alvast veel volk te horen. Terwijl alle ogen op
ons gericht zijn groeten we Wayan Badunk en zijn kersverse vrouw. Het is eraan
te zien dat hij Thomas nog niet meteen herkent, diene frank valt wat later in
de ochtend. We lopen onder een tentje door, waar op enkele heren na
voornamelijk vrouwen en kinderen zitten, tot aan het achtertuintje. Thomas
herkent Roy meteen; een man die er op elk feestje wel bij is en zowat verslaafd
is aan de drank Arak, doch getrouwd is en 3 kindjes heeft, maar die komen
praktisch nooit buiten. De mannen zijn al van 6uur bezig met het varken te
slachten en aan het spit te braden en Roy is de chef van dienst, die samen met
Mame en enkele andere mannen satés grillen.
Het is nu half 8 dus uiteraard is de Arak al rijkelijk aan het vloeien.
We zetten ons ergens, samen met Mame, op de grond (zoals iedereen). Als
Westerling misschien een rare situatie, maar het gaat hier vooral om
gezelligheid, eten, drinken, samen feesten. Al de rest is bijzaak. En wij
vinden het prima zo! Met z’n allen op een stukje karton zitten of in het gras,
een stoet zingende vrouwen treedt aan met de zelfgemaakte offertjes met rijst
en bloemen dat aan de bidplaats wordt gelegd, er worden grote schalen satés en
rijst met sambal uitgedeeld waar in kleine groepjes ieder smakelijk zijn
deeltje van eet (met de handen natuurlijk) en verder veel gezellige toogpraat,
dat is hoe onze ochtend eruit ziet. Tussendoor wordt er ook de hele tijd af en
aan traditionele Balinese muziek gespeeld door een live orkest en komen er nog
meer traditionele offertjes aan in stoeten waar ook mannen in meelopen en
zingen. Het eten is een serieuze ceremonie waarin ook het pas getrouwde koppel
in betrokken wordt. We beginnen Mame’s vriendengroep een beetje beter te kennen
en het kliekje waar Thomas vorige reis een strandfeestje mee gehouden heeft,
haalt de grappige herinneringen op, terwijl de Arak nog steeds rondgaat. Mame
legt ons ook uit dat het traditie is dat iedereen tegen de middag naar het huis
van de vrouw gaat, waarbij het varken aan het spit gedragen wordt door enkele
mannen. Iedereen gaat in een stoet mee, al is het gelukkig niet zo ver. Het is
iets symbolisch dat de ouders van de vrouw het varken krijgen, omdat zij hun
dochter moeten afgeven (zonen blijven natuurlijk thuis wonen, terwijl dochters
verhuizen eens ze getrouwd zijn). Het is misschien een schrale troost en een
beetje ludieke ruil, maar dit is Balinese traditie. Lim is ondertussen met het
brommertje heen en weer gereden naar ons
huisje, want iedereen is traditioneel gekleed in een sarong (=sjaal), dus ook
wij mogen niet ontbreken. En dat wordt duidelijk geapprecieerd! We schuiven mee
op naar de tent om daar gezellig iets te drinken, want het eetmoment is
gepasseerd, nu is enkel nog meer… Arak! En dat is eraan te zien. Sommige mannen
beginnen spontaan een dansje te placeren of glimlachen in het niets. Dé meest
smakelijke mens van de middag is de grootvader van Badunk, die elke keer breed
glimlachend een mond zonder tanden laat zien en duidelijk apetrots is, want
zijn oogjes blinken.
Kort na de middag vertrekken we toch licht beschonken naar huis om te gaan rusten. Deze avond zullen we terug afspreken met Mame voor een gezellig diner samen. Zo gezegd, zo gedaan dus we kruipen met een boek in de ligstoelen aan het zwembad. In dit zalig zonnetje en met onze ogen toe zijn we weer ver gevorderd in ons boek…! Tegen de late namiddag komt Mame ons ophalen om vis te gaan kopen bij een vriend van hem aan de zee. Hij koopt er 4 visjes voor ongeveer 3,5€, dat valt goed mee hé J Thuis bij Mame prepareert z’n vrouwtje een legendarisch Indonesisch maal waarna we nog wat blijven plakken en uiteindelijk gezellig gaan slapen in ons hemelbed met muskietennet.
Kort na de middag vertrekken we toch licht beschonken naar huis om te gaan rusten. Deze avond zullen we terug afspreken met Mame voor een gezellig diner samen. Zo gezegd, zo gedaan dus we kruipen met een boek in de ligstoelen aan het zwembad. In dit zalig zonnetje en met onze ogen toe zijn we weer ver gevorderd in ons boek…! Tegen de late namiddag komt Mame ons ophalen om vis te gaan kopen bij een vriend van hem aan de zee. Hij koopt er 4 visjes voor ongeveer 3,5€, dat valt goed mee hé J Thuis bij Mame prepareert z’n vrouwtje een legendarisch Indonesisch maal waarna we nog wat blijven plakken en uiteindelijk gezellig gaan slapen in ons hemelbed met muskietennet.
Dag 178 – 16/03/2014
’s Ochtends tegen 9u staan we aan het ceremoniehuis, want
vandaag begrafenisceremonie van de vader van een goede vriend van Mame. Het is
een massa mensen die de hele straat verspert. Als de moment is aangebroken gaan
we met z’n allen te voet de straat op naar de crematieplaats (een open plaats
in een bos, vlakbij het water). We lopen met z’n allen achter de kist die
gedragen wordt door een man of 8 à 10. De 3 kleinzonen van de man zitten op de
kist terwijl die gedragen wordt en op sommige plaatsen richting zee 360° wordt
rond gedraaid (symbool voor de reis, de weg die de persoon aflegt naar het
volgende leven).
Na de middag gaan we duiken met Mame. We lunchen eerst op
het strand en gaan daarna met een klein bootje de zee in vanop het strand in Pemuteran.
We gaan ongeveer 45min de koralen en vissen spotten en besluiten daarna om het
bij deze ene duik te houden voor vandaag.
Daarna diner bij Mame, waarbij Mame één van zijn eigen
kippen wil vangen. Als we toekomen tegen vijf uur, hebben ze de kip net gevangen
na een uur jagen! De kip wordt meteen de nek overgesneden, korte pijn,
gestroopt en ontdaan van de ingewanden. Deze avond is een goede avond voor de
hele bende, want een kip slacht je niet elke dag! Lim houdt het bij vegetarisch
vanavond J
Na het eten gaat de muziek aan en halen we wat pinten in de
nachtwinkel. ’t Eindigt in een gezellige avond drinken, lachen en naar huis in
bochtjes op ’t brommerke.
Dag 179 – 17/03/2014
Het prikt even, maar we kruipen toch op tijd uit de veren
want vandaag gaan we met het bootje naar het Menjangan eiland. Na ons ontbijtje
gaan we richting de duikshop en worden opgewacht door de patron. Die voorziet
ons alle materiaal inclusief lunch en alle nodige duikflessen voor onze
onderwatertocht vandaag. We regelen, vooraleer we ons uurtje varen naar het
eiland beginnen, onze camera nog om wat onderwater te schieten, altijd
gezellig! Gepakt en gezakt gaan we aan boord samen met Mame en een Nederlandse
familie die hier voor een week of twee op zomervakantie is. Zij gaan snorkelen,
maar wij weten beter en maken ons klaar voor onze tweede duik hier in
Pemuteran. In ’t water alles weer even dubbel checken en daar zijn we weer weg
voor een klein uurtje. Het is een steile afdaling van 2m tot meteen dik over de
20m waar de afdaling overgaat in een gigantische koraalmuur waar het diepste
niet van te zien valt. Fantastisch mooie vissen en koralen. Thomas had nog het
geluk om een Manta (rog) te spotten in de donkerblauwe verte. We nemen weer een
paar dozijn onvergetelijke foto’s en babbelen daarna enthousiast na tijdens de
lunch op het strand. Daarna nog een tweede duik langs de rotswand, maar deze
keer op een andere plaats van het eiland, met meer stroming. We komen boven na
deze tweede duik aan een vleermuizengrot, waar we bewust even niet te dichtbij
gaan. De onderwatercamera bezorgt ons onvergetelijke herinneringen.
Na deze geweldige dag gaan we iets eten en rijden daarna om
een krat bier want we hebben afgesproken met al de Balinese vrienden die we
hier hebben leren kennen. ’t Wordt een avondje gitaar, zingen, bier en Arak
(lokale drank) met een zalige companie J
Normaal drinken ze niet zoveel bier omdat dat relatief duur is voor de lokalen,
maar ’t is ene van ons vanavond, da kan er wel af, zeker na al die lekkere
diners en onvergetelijke feesten! De avond eindigt (minstens) licht beschonken
en van tijd al waterend in de zee.
Dag 180 – 18/03/2014
Gisteren had Thomas beloofd aan Mame om een filmpje te maken
van alle videobeelden die Mame had gemaakt van de begrafenis van z’n nonkel enkele
maanden geleden. Daar schiet Thomas dan na ’t ontbijt aan, op ’t gemakske aan
’t zwembad. ’t Is ondertussen nog een beetje wakker worden want de avond was
weer in orde gisteren! Na een tijdje is het filmpje in orde geraakt en we
relaxen nog wat voor de rest van de namiddag. Ondertussen spreken we ook af met
Bruno en Giulia om morgenvroeg te vertrekken naar Sanur. Dit Italiaans koppel
verblijft al langere tijd in hetzelfde guest house als ons en ondertussen
hebben we al gezellige babbels gehad aan de ontbijttafel. De reden waarom we
volledig richting de hoofdstad van Bali rijden, is omdat we ons werkvisum voor
Nieuw Zeeland net hebben aangevraagd online en blijkbaar moeten we een scan van
onze longen laten nemen. Dit om de reden dat we in enkele TBC-gevoelige landen
gereisd hebben de laatste maanden…
Tegen de avond rijden we met het brommertje terug naar Mame.
We nemen weer wat pintjes mee, deze keer in mindere mate en hebben weer een
zalig lekker diner. Vers gevangen vis en inktvis, bereid in een pittig soepje
met rijst en sambal. Na het eten wordt het wat nababbelen en stilaan afscheid
nemen want morgen is ’t weer tijd om verder te gaan. We draaien nog wat Bob
Marley op de laptop en Mame haalt z’n dreadlocks boven die hij enkele jaren
geleden heeft laten afknippen. Dit levert weeral enkele leutige foto’s op.
Dag 181 – 19/03/2014
Vanmorgen heeft Mame onze auto geleend om mensen naar de
overzet richting Java te voeren. Hij kan er wat extra geld mee verdienen en
voor deze goede vriend willen we ook niets terug! Tegen een uur of tien komt
hij terug aangereden en is het tijd voor (voorlopig) afscheid. We bedanken onze
goede vriend voor al z’n goede zorgen en fantastische duiken, pakken de auto,
geven de crew van Bagus Guest House een dikke knuffel en dankuwel voor het
lekkere eten en goede zorgen en samen met Bruno en Giulia stappen we de auto in
voor een ritje naar het Zuiden van dit eiland (want zij moeten ook naar Sanur).
Onderweg rijden we door een hevige regenval en zien hoe alle
straten overstromen en iedereen op straat ronduit doorweekt wordt door deze
aperitief van de moesson. Na enkele uurtjes rijden komen we in de regio van
Sanur. Hier gaan we op zoek naar het internationaal erkend ziekenhuis. Ja, ’t
is nog niet gelijk waar we die foto’s laten nemen zenne! Een uurtje later zijn
we weer wat euro’s armer en mogen morgen terugkomen voor de resultaten. Die moeten
we dan opsturen naar Nieuw Zeeland samen met onze aanvraag (150euro p.p.) en
hopen dat we worden aanvaard en mogen werken in onze volgende bestemming.
Na het ziekenhuis rijden we met Bruno en Giulia naar Jepun
Guest House, zij hadden hier al geboekt en regelen voor ons een korting voor de
kamer naast hen. Dik in orde! Na even opfrissen gaan we ons vieren naar het
avondmarktje waar Bruno en Giulia ons de beste kraampjes weten te wijzen.
Waanzinnig lekker eten weeral en afgesloten met een fruitshake. Hopen
vitaminen, kan nie slecht zijn.
Dag 182 – 20/03/2014
Vandaag slapen we lekker uit, douchen op ’t gemakje en
ontbijten op ons terrasje. Daarna nemen we de auto om even de röntgenfoto’s te
gaan halen en op te sturen. Het is een regenachtige dag en dit werkt ook een
beetje op ons gemoed vandaag. We moeten ook nog even naar Nusa Dua, een
kilometer of 30 zuidelijk. Daar moeten we dezelfde soort duikshop vinden als
die waar Mame werkt in Pemuteran, want we zijn handtekeningen en stempels vergeten
in ons logboek. Dit kleine boekje is ons bewijs van hoeveel ervaring we al
hebben opgedaan dus belangrijk voor ons! Na wat zoeken vinden we de shop,
vandaar bellen we met Mame en hij geeft groen licht voor de stempels. Daarna
gaan we even iets eten en rijden daarna terug naar de regio van ons guesthouse.
Het zonnetje is ondertussen terug aan ‘t komen. We wandelen wat rond, zoeken
wat in boekenwinkels, gaan een pintje pakken in de sportbar en kijken wat rond
in de shopjes. We vinden een mooie, typisch Indonesische tas voor Thomas z’n
mama die we dan ook niet laten liggen. Veel meer wordt er niet uitgestoken
vandaag. Tegen de late namiddag komen we Bruno en Giulia terug tegen en we
spreken af om deze avond weer naar het avondmarktje te gaan. Dit is
uiteindelijk dé plaats om echt lokaal te gaan eten voor geen geld. Na ons diner
wandelen we met z’n vieren tot aan de zee en op een bankje op de pier praten we
wat na en besluiten bij deze ook om het Italiaans koppel zeker eens te gaan
bezoeken in het Noorden van Italië.
Dag 183 – 21/03/2014
Vandaag chillen we wat. We schrijven ons dagboek wat verder
en kuieren wat door de straten. We beloven Bruno en Giulia ook om hen vanavond naar
de luchthaven te brengen. Nadat we nog een nachtje bijboeken in ons guesthouse
genieten we wat van het zonnetje en voor we het weten is de avond gevallen. Met
ons vieren eten we nog snel iets op het marktje en vertrekken naar de
luchthaven. Daar is het een “tot ziens” met het Italiaans koppel en we wensen
hen een goede reis. Teruggekomen in ons guesthouse pakken we de rugzakken weer
klaar om morgen terug te gaan naar het gezin in Besakih, aan de moedertempel
van Bali.
Dag 184 – 22/03/2014
Ontbijt in Jepun Guest House. Vertrek naar Besakih tegen
10u. We kennen onze weg al wat beter en rijden vlotjes tot aan de hoofdbaan die
de berg op gaat. We beslissen om heel even in een zijstraatje te stoppen waar
we de eerste keer foto’s wouden komen nemen, maar dit vergeten waren. We
wandelen naar de overkant van de straat, waar tussen de bomen een gigantische
vallei met rijstvelden te zien is, prachtig uitzicht. Terwijl Lim met de camera
in de handen een mooie foto probeert te trekken, wordt Thomas afgeleid door een
zacht piepend geluid. We zien ondertussen ook een straathond reageren op het
geluid terwijl zijn neus richting een kartonnen doos gaat aan de wand van de
berg. We jagen de hond weg en zien 3 piepkleine katjes in de doos op een hoopje
rijst. Aangezien hier niemand in de buurt is, vermoeden we dat ze zijn
achtergelaten. Maar op geen manier zullen deze beestjes hier zomaar overleven,
want ondertussen begint het te druppelen en dat zal hier weer een serieuze ‘pre-moesson-bui’
worden. We twijfelen geen moment, nemen de doos mee de auto in, terwijl Lim
haar fleece trui neemt om de ondertussen natte katjes in te wikkelen. We zijn
niet ver weg meer van het huis waar Putu Wawan woont. Daar aangekomen moeten we
even zoeken naar leven achter de poort, maar na enkele minuten komt 1 van de
broers de poort opendoen. We doen er ons verhaal van de katjes en vragen of ze
misschien bij hun poes melk zouden kunnen drinken, want toen we hier 10 dagen
geleden waren had hun poes net kleintjes van zo’n 5 weken oud. Ze moeten ons
teleurstellen, niet omdat ze het niet willen, maar de mamapoes is gisterenavond
onverwachts overleden na bloedingen… Met andere woorden, hun 4 kitjes zitten
ondertussen moederloos en zonder eten in hun kartonnen doos. Onze hersenen
springen op overlevingsmodus. De 3 minipoesjes (we schatten zo’n 2 weken oud,
aangezien ze wel al vacht hebben, maar de oogjes zijn nog toe) gaan een mandje
in en worden aan het houtvuur gezet om op te warmen van die natte bui. We horen
de 4 andere kleintjes (die ondertussen wel al groter zijn geworden en proberen
rondlopen, we schatten zo’n 6 weken oud) piepen van de honger en omdat ze hun
mama niet vinden. Ze voelen ook niet al te warm aan, dus we zetten alle poesjes
bij mekaar tegen het warme vuur. We hebben ondertussen Thomas zijn zus
Charlotte een berichtje gestuurd met de vraag om zoveel mogelijk info door te
sturen i.v.m. voeding en verzorging. In principe mogen deze jonge katjes geen
koemelk hebben, omdat het niet voldoende voedingsstoffen bevat en moeilijk te
verteren is. Tja, ik vrees dat we hier ook niet zo kieskeurig zullen kunnen
zijn. Gelukkig heeft ze een uitgebreide uitleg doorgestuurd dus we moeten het
er toch op wagen als er geen alternatief is. Als we zien dat de katjes toch iets
rustiger worden, besluiten we melk te gaan kopen. Zoals gedacht is er geen melk
te vinden, enkel koemelk in poedervorm met toegevoegde vitaminen die hier
gegeven wordt aan de baby’s als aanvulling op gewone voeding. De toegevoegde
vitaminen zullen het dan toch moeten doen en hopelijk krijgen ze er geen
diarree van. Terug in het huis nemen we een leeg spuitje uit onze tas om katjes
eten te proberen geven. Na wat wroeten vinden de katjes een manier om de melk
te drinken uit het spuitje, dus plan gelukt! Ook de kleinsten slagen er in om
wat voeding binnen te hebben. Omdat kitjes meestal beginnen plassen als de mama
hun schoonlikt moeten we ook hier een oplossing voor vinden, anders zullen ze
sterven. Gelukkig had Charlotte daar ook wat over geschreven, dus Lim neemt de
katjes 1 voor 1 onder de oksels met het ene hand en wrijft met 2 vingers van het
andere hand over het buikje om de stoelgang te bevorderen. Die piepende, wriemelende
minibeestjes zijn lastige klanten! Maar het is als een wonder om te zien hoe de
strategie werkt! Voorlopig is het enkel wateren, maar dat het is een teken dat
het toch macheert! Als we enkele minuten later nog eens nakijken, hebben een
paar van de grote al een kakske gedaan en anderen onder gepist. Hmm, dat wordt
schoonmaken. We wrijven ze gewoon wat droog met toiletpapier van onszelf (de
mensen gebruiken hier ook hun emmertje water voor toiletgebeuren) en hopen dat
ze mekaar misschien voor derest nog wat schoon likken. Voor de nacht stoppen we
de katjes in Lim haar warme trui en zetten ze aan het houtvuur in de keuken. Als
we zelf iets of wat gerust gesteld zijn, kunnen we bijpraten met Putu. We
hebben een lekker diner van rijst, groenten en ei. Als het donker wordt, komt
de moeder thuis van een dag in de tempel met hele hoop eenden die morgen
geofferd worden. De eenden gaan in verschillende manden, ook aan de haard, om
ze morgen mee te nemen naar de tempel. We brengen die avond ook nog een bezoek
aan de schoonouders van Putu die in een mooi groot huis leven, waar we nog eens
diner krijgen (het zou nogal onbeleefd zijn om dat af te slaan) en daarna
koekjes bij de koffie. Koman, het zoontje van Putu, is ondertussen al iets
minder verlegen in ons gezelschap en valt uiteindelijk in slaap bij Thomas in
de schoot. Terug naar huis weer met de scooters. De katjes nog een laatste keer
voeden om 22u en laten plassen en indekken met een extra deken dat Yoyo ons
brengt. Putu vertelt ons ook nog dat zijn broer hem heeft laten weten dat wij
in zijn bed mogen slapen en hij wel bij de moeder zal slapen.
Gastvriendelijkheid boven alles hier! Vermoeid van de zorgen kruipen we ons bed
in, een onrustige nacht tegemoet.
Dag 185 – 23/03/2014
Inderdaad zeer onrustig geslapen met de katjes in ons hoofd.
Uiteindelijk opgestaan om half 8. Weer volop aan de slag met de katjes die nog
liggen te dromen als we ze van bij het houtvuur halen. Het ontbijt gaat toch
maar moeilijk binnen, want we zijn weer helemaal met de katjes bezig. We zullen
ze vandaag moeten achterlaten, want onze reis gaat voort en wij moeten naar de
luchthaven. Thomas speelt tussendoor frisbee terwijl Lim speelt met de oudste
katjes die al flink kunnen klimmen. Om 11u voeden we ze nog eens en Thomas
toont Yoyo hoe hij het moet doen. Yoyo doet het perfect na wat ons al iets meer
geruststelling geeft. Lim geeft nog het lijstje aan Putu in verband met het voeden
en verzorgen van de katjes en die legt het nog eens allemaal uit aan Yoyo. We
moeten nu echt vertrekken en met een ongerust gevoel verlaten we onze kroost en
hopen we dat ze met deze tweede kans beter af zijn… Het is één van de hardste
momenten van afscheid, met een knoop in de maag.
We rijden richting Denpasar en kijken onderweg uit naar een boekenshop. Aangekomen in Kuta (dicht bij de luchthaven) lunchen we en kopen we een boek in een mini-shopje. We toeren wat rond met de auto en gaan op zoek naar het strand. Daar aangekomen zien we dat het vrij druk is en nogal toeristisch. Bovendien loopt het straatje dood, dus moeten we helemaal terug. We parkeren de auto even en kijken wat naar de zee. Het is nogal vroeg om richting luchthaven te rijden, maar we hebben het gevoel dat we hier niks meer verloren hebben in dit toeristische deel in Bali, dus we rijden ineens door. Aankomst half vijf. We bellen de eigenaar van de auto op maar die kan niet vroeger dan zes uur komen, dus we parkeren op de ‘Domestik Arrival’ parking, zoals hij vraagt, en lezen ons boek in de open koffer van de auto. Zijn suggestie was om de sleutel en het overige geld onder het voetenmatje te leggen aan passagierszijde (wat een vertrouwen in ons!) en de auto gewoon open te laten. Zelf vinden we dit toch niet zo een betrouwbaar idee met al het volk dat hier passeert. Bovendien houden onze boeken de spanning er wel in. Uiteindelijk pikt de eigenaar tegen half zeven de auto op en hij wil ons zelfs nog opnieuw afzetten aan de ingang. Vriendelijke mens! We komen goedgezind binnen op de luchthaven ondanks dat we nog wel een tijdje zullen moeten wachten hier. Het kind in ons komt naar boven als we de hele luchthaven rond rijden, de ene op de bagage op het karretje en de andere stuurt. Lachen kan zo simpel zijn! We parkeren ons uiteindelijk aan een rij stoeletjes. We kijken de boel wat af tot iemand rond acht uur vraagt waar we naartoe moeten. Leuk nieuws als blijkt dat we al mogen inchecken. Bagage gedropt en naar de check-in. Elk eerst nog 150000 RPS aan de luchthaven afgeven (want dat moet als je Indonesië verlaat), en dat geld hadden we gelukkig al opzij gehouden! Eens voorbij de controlepost wordt het alleen nog méér wachten. Het is nu acht uur, dus nog 5uur voor opstijgen. Met de schamele roepies die we nog hebben, kunnen we hier op de luchthaven nog net 2 kleine pistoletkes kopen en een stukje tortilla. Dat zal dan het avondeten zijn; we vermoeden dat we op onze vlucht toch wel een ontbijt gaan krijgen aangezien we ’s ochtends pas toekomen. Na wat babbels met Australische families die naast ons op de bankjes zitten, gaan we al eens een kijkje nemen aan de gate, maar er staat precies nog een lange wachtrij die nog niet kan boarden. Het is wel allemaal wat verwarrend, want er zijn meerdere vluchten vlak na elkaar die via dezelfde uitgang naar het vliegveld gaan en vreemd genoeg zijn er geen sorteerstroken die aanduiden welke rij voor welke vlucht is… Het personeel staat zenuwachtig heen en weer te schuiven en verschillende mensen worden aangesproken om te horen welke vlucht ze hebben. Er is hier toch iets niet pluis! We gaan dan maar eens horen bij het boardingpersoneel aan onze gate (waar een lange rij staat te wachten) en als ze horen dat we naar Sydney gaan, moeten we ons ineens haasten! (Eh?) We worden een busje ingeduwd en we zien het personeel nog steeds zenuwachtig en haastig communiceren. Alé, volgens ons is er iets mis in het ‘communiceren’. Een vrouw loopt ook nog snel ons busje in en de deuren sluiten. We delen de verwarring met deze Australische vrouw, Helena, en zij had blijkbaar ook helemaal niet door dat de rij waar ze in stond niet voor onze vlucht was. Al bij al wel grappig en we zitten nu tenminste goed. We vertellen Helena van onze plannen om een dagje Sydney te bezoeken vooraleer we ’s avonds onze vlucht naar Christchurch nemen. De sympathie komt ons weer tegemoet, want ze stelt voor dat we meerijden naar het centrum met haar, want haar man komt haar oppikken en het centrum is niet zo dichtbij; je moet er eigenlijk een trein voor nemen. Wauw, super! Het busje dropt ons aan het vliegtuig waar de andere passagiers ook net toekomen met het andere busje (hebben die dan een langere weg genomen of een andere gate?). We snappen er allemaal niet veel van, maar goed. Opstappen, neerploffen in de stoel en afscheid nemen van het prachtige Indonesië. Tot weerziens!
We rijden richting Denpasar en kijken onderweg uit naar een boekenshop. Aangekomen in Kuta (dicht bij de luchthaven) lunchen we en kopen we een boek in een mini-shopje. We toeren wat rond met de auto en gaan op zoek naar het strand. Daar aangekomen zien we dat het vrij druk is en nogal toeristisch. Bovendien loopt het straatje dood, dus moeten we helemaal terug. We parkeren de auto even en kijken wat naar de zee. Het is nogal vroeg om richting luchthaven te rijden, maar we hebben het gevoel dat we hier niks meer verloren hebben in dit toeristische deel in Bali, dus we rijden ineens door. Aankomst half vijf. We bellen de eigenaar van de auto op maar die kan niet vroeger dan zes uur komen, dus we parkeren op de ‘Domestik Arrival’ parking, zoals hij vraagt, en lezen ons boek in de open koffer van de auto. Zijn suggestie was om de sleutel en het overige geld onder het voetenmatje te leggen aan passagierszijde (wat een vertrouwen in ons!) en de auto gewoon open te laten. Zelf vinden we dit toch niet zo een betrouwbaar idee met al het volk dat hier passeert. Bovendien houden onze boeken de spanning er wel in. Uiteindelijk pikt de eigenaar tegen half zeven de auto op en hij wil ons zelfs nog opnieuw afzetten aan de ingang. Vriendelijke mens! We komen goedgezind binnen op de luchthaven ondanks dat we nog wel een tijdje zullen moeten wachten hier. Het kind in ons komt naar boven als we de hele luchthaven rond rijden, de ene op de bagage op het karretje en de andere stuurt. Lachen kan zo simpel zijn! We parkeren ons uiteindelijk aan een rij stoeletjes. We kijken de boel wat af tot iemand rond acht uur vraagt waar we naartoe moeten. Leuk nieuws als blijkt dat we al mogen inchecken. Bagage gedropt en naar de check-in. Elk eerst nog 150000 RPS aan de luchthaven afgeven (want dat moet als je Indonesië verlaat), en dat geld hadden we gelukkig al opzij gehouden! Eens voorbij de controlepost wordt het alleen nog méér wachten. Het is nu acht uur, dus nog 5uur voor opstijgen. Met de schamele roepies die we nog hebben, kunnen we hier op de luchthaven nog net 2 kleine pistoletkes kopen en een stukje tortilla. Dat zal dan het avondeten zijn; we vermoeden dat we op onze vlucht toch wel een ontbijt gaan krijgen aangezien we ’s ochtends pas toekomen. Na wat babbels met Australische families die naast ons op de bankjes zitten, gaan we al eens een kijkje nemen aan de gate, maar er staat precies nog een lange wachtrij die nog niet kan boarden. Het is wel allemaal wat verwarrend, want er zijn meerdere vluchten vlak na elkaar die via dezelfde uitgang naar het vliegveld gaan en vreemd genoeg zijn er geen sorteerstroken die aanduiden welke rij voor welke vlucht is… Het personeel staat zenuwachtig heen en weer te schuiven en verschillende mensen worden aangesproken om te horen welke vlucht ze hebben. Er is hier toch iets niet pluis! We gaan dan maar eens horen bij het boardingpersoneel aan onze gate (waar een lange rij staat te wachten) en als ze horen dat we naar Sydney gaan, moeten we ons ineens haasten! (Eh?) We worden een busje ingeduwd en we zien het personeel nog steeds zenuwachtig en haastig communiceren. Alé, volgens ons is er iets mis in het ‘communiceren’. Een vrouw loopt ook nog snel ons busje in en de deuren sluiten. We delen de verwarring met deze Australische vrouw, Helena, en zij had blijkbaar ook helemaal niet door dat de rij waar ze in stond niet voor onze vlucht was. Al bij al wel grappig en we zitten nu tenminste goed. We vertellen Helena van onze plannen om een dagje Sydney te bezoeken vooraleer we ’s avonds onze vlucht naar Christchurch nemen. De sympathie komt ons weer tegemoet, want ze stelt voor dat we meerijden naar het centrum met haar, want haar man komt haar oppikken en het centrum is niet zo dichtbij; je moet er eigenlijk een trein voor nemen. Wauw, super! Het busje dropt ons aan het vliegtuig waar de andere passagiers ook net toekomen met het andere busje (hebben die dan een langere weg genomen of een andere gate?). We snappen er allemaal niet veel van, maar goed. Opstappen, neerploffen in de stoel en afscheid nemen van het prachtige Indonesië. Tot weerziens!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten